Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-12-12
ECLI:NL:RBROT:2025:15512
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,033 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBROT:2025:15512 text/xml public 2026-05-08T10:06:02 2026-01-26 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2025-12-12 11819458 CV EXPL 25-16573 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Rotterdam Civiel recht; Burgerlijk procesrecht Rechtspraak.nl RBP 2026/38 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2025:15512 text/html public 2026-01-28T10:06:20 2026-01-28 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2025:15512 Rechtbank Rotterdam , 12-12-2025 / 11819458 CV EXPL 25-16573 Bevoegdheidsincident. Procedure met twee eisers tegen één gedaagde. De kantonrechter splitst de procedure en verwijst de zaak van een van eisers naar team handel en haven van de rechtbank. De vorderingen van deze eiser zijn geen aardvorderingen en gaan een bedrag van € 25.000,- te boven. Zaak van tweede eiser betreft een andere rechtsverhouding. Daarom geen zodanige samenhang dat die zich tegen afzonderlijke behandeling verzet. RECHTBANK ROTTERDAM locatie Rotterdam zaaknummer: 11819458 CV EXPL 25-16573 datum uitspraak: 12 december 2025 Vonnis van de kantonrechter in de incidenten in de zaak van 1 [eiseres 1], vestigingsplaats: Rijen (gemeente Gilze en Rijen), eiseres in conventie in de hoofdzaak, gedaagde in het bevoegdheidsincident, gemachtigde: mr. M. van Gastel, en 2 [eiseres 2], vestigingsplaats: Rijen (gemeente Gilze en Rijen), eiseres in conventie in de hoofdzaak, verweerster in reconventie in de hoofdzaak, eiseres in het incident als bedoeld in artikel 194 Rv, gedaagde in het bevoegdheidsincident, gemachtigde: mr. M. van Gastel, tegen [gedaagde] , woonplaats: Maassluis, gedaagde in conventie in de hoofdzaak, eiseres in reconventie in de hoofdzaak, gedaagde in het incident als bedoeld in artikel 194 Rv, eiseres in het bevoegdheidsincident, gemachtigde: mr. J.P.A. Hoogstad. De partijen worden hierna ‘[eiseres 1]’, ‘[eiseres 2]’ en ‘[gedaagde]’ genoemd. 1 De procedure Het dossier bestaat uit de volgende processtukken: de dagvaarding van 7 juni 2025, tevens incidentele vordering als bedoeld in artikel 194 Rv, met bijlagen; het antwoord met eis in reconventie, tevens incidentele vordering in het bevoegdheidsincident en antwoord in het incident als bedoeld in artikel 194 Rv, met bijlagen; het antwoord in het bevoegdheidsincident en het incident als bedoeld in artikel 194 Rv. 2 De beoordeling Waar gaat de hoofdzaak over? 2.1. [gedaagde] is de weduwe van [naam]. [naam] was directeur-grootaandeelhouder van [eiseres 1], welke vennootschap de enig aandeelhouder en bestuurder van [eiseres 2] is. In deze procedure hebben [eiseres 1] en [eiseres 2] verschillende vorderingen tegen [gedaagde] ingesteld. 2.2. [eiseres 1] vordert afgifte van een aantal zaken die haar eigendom zijn en die [naam] als directeur-grootaandeelhouder in gebruik had. Zij stelt dat die zaken nog in het bezit van [gedaagde] zijn en dat zij weigert die aan [eiseres 1] af te geven. Het gaat om drie mobiele telefoons en een laptop. [eiseres 1] stelt verder dat [gedaagde] een aantal zaken, waaronder twee auto’s, te laat aan Interfluvial heeft afgegeven. [eiseres 1] vordert vergoeding van de schade die zij daardoor heeft geleden, zijnde € 19.367,61. Daarnaast stelt [eiseres 1] dat er tussen haar en [naam] een rekening-courantverhouding bestond op grond waarvan [naam] € 723.516,93 aan [eiseres 1] moest betalen. Volgens [eiseres 1] valt deze schuld van [naam] voor de helft in de nalatenschap en voor de helft in de huwelijksgoederen-gemeenschap die tussen [naam] en [gedaagde] bestond. Daarom vordert zij de helft van dit bedrag, dus € 361.758,47, van [gedaagde]. 2.3. Tussen [eiseres 2] en [gedaagde] heeft – volgens [eiseres 2] alleen op papier – een arbeidsovereenkomst bestaan. Volgens [eiseres 2] was er geen sprake van een reële arbeidsovereenkomst en is na het overlijden van [naam] ten onrechte salaris aan [gedaagde] doorbetaald. Zij vordert terugbetaling van het salaris dat is betaald over de maanden oktober 2023 tot en met maart 2024 van in totaal € 10.512,54 (netto), naast een verklaring voor recht dat geen arbeidsovereenkomst tot stand is gekomen tussen [gedaagde] en [eiseres 2]. 2.4. [gedaagde] is het niet eens met de vorderingen en voert gemotiveerd verweer. Volgens haar bestaat er nog altijd een arbeidsovereenkomst tussen haar en [eiseres 2]. Zij heeft zich in oktober 2023 ziek gemeld. Vanaf april 2024 heeft zij geen salaris meer ontvangen. Zij vordert daarom in reconventie van [eiseres 2] € 32.515,56 aan achterstallig salaris, € 1.806,24 per maand aan salaris vanaf oktober 2025 en € 16.257,78 aan wettelijke verhoging. Waar gaan de incidenten over? 2.5. [eiseres 2] heeft op basis van artikel 194 (en 195 lid 1) van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) geëist dat [gedaagde] het zogenaamde ‘blauwe boekje’ afgeeft. Het blauwe boekje is een dienstboekje, waarin de vaartijd van bemanningsleden van schepen wordt bijgehouden. Volgens [eiseres 2] moet [gedaagde] over dat boekje beschikken, omdat zij stelt als lichtmatroos te hebben gewerkt. 2.6. [gedaagde] heeft op haar beurt een bevoegdheidsincident opgeworpen. Zij stelt dat de vorderingen van [eiseres 1] door team handel en haven van de rechtbank moet worden behandeld, omdat die vorderingen een bedrag van € 25.000,- te boven gaan en ze onvoldoende samenhangen met de aardvordering van [eiseres 2]. 2.7. Om praktische redenen beslist de kantonrechter in dit vonnis eerst en alleen over het bevoegdheidsincident. De kantonrechter is niet bevoegd om over de vorderingen van [eiseres 1] te oordelen 2.8. De kantonrechter is niet bevoegd om de vorderingen van [eiseres 1] tegen [gedaagde] te behandelen, omdat deze vorderingen een bedrag van € 25.000,- te boven gaan (artikel 93 sub a Rv). Deze zaak wordt verwezen naar team handel en haven van de rechtbank (artikel 71 Rv) en de zaak van [eiseres 2] tegen [gedaagde] blijft in behandeling bij de kantonrechter. 2.9. Partijen zijn het erover eens dat de vorderingen van [eiseres 2] tegen [gedaagde] aardvorderingen zijn als bedoeld in artikel 93 onder c Rv en daarom door de kantonrechter behandeld moeten worden. In dat geval kan de kantonrechter ook de vorderingen behandelen waarvoor zij niet bevoegd is, maar alleen als de samenhang tussen de vorderingen zich tegen afzonderlijke behandeling verzet (artikel 94 lid 2 Rv). 2.10. De kantonrechter oordeelt dat hier geen sprake is van een zodanige samenhang tussen vorderingen van [eiseres 1] en die van [eiseres 2], dat die zich tegen een afzonderlijke behandeling verzet. De grondslag voor de vorderingen van [eiseres 1] is een heel andere dan de grondslag voor de vorderingen van [eiseres 2]. De beslissing op de vordering van [eiseres 1] is ook niet van invloed op de beslissing op de vordering van [eiseres 2] of andersom. De enkele omstandigheid dat de vorderingen allemaal indirect voortvloeien uit het overlijden van [naam] levert geen samenhang op die zich tegen afzonderlijke behandeling verzet. Advocaat verplicht 2.11. De partijen mogen bij team handel en haven niet zelf procederen. Een advocaat is verplicht (artikel 79 Rv). Daarom verwijst de kantonrechter de zaak van Interfuvial Holding tegen [gedaagde] naar de zitting van woensdag 7 januari 2026. Op die zitting kan een advocaat zich stellen namens iedere partij. [eiseres 1] moet meer griffierecht betalen 2.12. Doordat de kantonrechter de zaak van [eiseres 1] verwijst moet voor de procedure bij het team handel en haven griffierecht van € 6.861,- betalen. Dit bedrag moet betaald zijn binnen vier weken na de eerste roldatum bij team handel en haven (artikel 3 Wet griffierechten burgerlijke zaken). Daarvoor verstuurt het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak (LDCR) een factuur aan [eiseres 1]. Het griffierecht dat [eiseres 2] moet betalen voor de procedure bij de kantonrechter zal naar beneden worden bijgesteld naar een bedrag van € 543,-. [gedaagde] moet nu ook griffierecht betalen 2.13. Doordat de kantonrechter de zaak van [eiseres 1] verwijst, moet [gedaagde] voor de procedure bij het team handel en haven griffierecht betalen van € 2.723,-. Dat bedrag moet betaald zijn binnen vier weken na de eerste roldatum bij team handel en haven.