Rechtspraak Rechtbank Rotterdam 2025-12-19
ECLI:NL:RBROT:2025:15480
RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd Zaaknummer: C/10/708987 / FA RK 25-8129 Datum uitspraak: 19 december 2025 Beschikking van de meervoudige kamer over gezagsbeëindiging in de zaak van de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht , gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen de Raad, over [minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2019 in [geboorteplaats 1], hierna te noemen [minderjarige]. De rechtbank merkt als belanghebbenden aan: [naam moeder] , wonende in [woonplaats], hierna te noemen de moeder, advocaat mr. C.P. Timmers, kantoorhoudende in Middelharnis, [naam vader] , wonende in [woonplaats], hierna te noemen de vader, advocaat mr. H.E. Visscher, kantoorhoudende in Papendrecht, [naam oma] , wonend op een bij de rechtbank bekend adres, hierna te noemen de oma, de gecertificeerde instelling William Schrikker Jeugdbescherming & Jeugdreclassering, gevestigd in Amsterdam, hierna te noemen de GI. 1 Het verloop van de procedure 1.1. Op 24 oktober 2025 is ontvangen het verzoekschrift (met bijlagen) van de Raad van die datum. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 8 december 2025. Daarbij waren aanwezig: de advocaat van de moeder; de advocaat van de vader; - een vertegenwoordiger van de Raad, te weten [naam 1]; - een vertegenwoordiger van de GI, te weten [naam 2]. 1.3. De ouders en de oma zijn niet verschenen. De rechtbank stelt vast dat zij wel juist zijn opgeroepen. 1.4. De advocaat van de vader heeft ter zitting aangegeven dat de vader niet heeft gereageerd op haar verzoek om contact op te nemen en dat zij daarom geen standpunt namens de vader kan innemen. 2 De feiten 2.1. De ouders zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige]. 2.2. Op 8 februari 2023 is [minderjarige] door de kinderrechter in deze rechtbank voorlopig onder toezicht gesteld van de GI. Omdat [minderjarige] toen al bij de oma verbleef, is ook een machtiging verleend tot plaatsing van [minderjarige] bij de oma. Vervolgens is een reguliere ondertoezichtstelling uitgesproken. Deze is daarna steeds verlengd en loopt nu tot 8 mei 2026. De machtiging tot uithuisplaatsing is ook steeds verlengd en geldt ook tot 8 mei 2026. 2.3. [minderjarige] verblijft de oma. 2.4. De GI heeft zich bij brief van 29 april 2025 bereid verklaard om de voogdij over [minderjarige] te aanvaarden. 3 Het verzoek 3.1. De Raad verzoekt het gezag van de ouders te beëindigen, de GI tot voogd over [minderjarige] te benoemen en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4 De standpunten 4.1. De Raad heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd en – samengevat – als volgt toegelicht. [minderjarige] verblijft al een lange periode bij de oma en zal daar ook verder opgroeien. De situatie tussen de ouders is nog steeds onrustig. Er is veel fysiek en verbaal geweld tussen hen. Er is sprake van een patroon van boosheid bij de vader en van middelengebruik bij de ouders. Door haar middelgebruik is de moeder niet in staat om (gezags-)beslissingen over [minderjarige] te nemen. Verder hebben de ouders moeite om de plaatsing van [minderjarige] bij de oma te accepteren. Dit veroorzaakt veel onrust bij [minderjarige]. [minderjarige] is gebaat bij duidelijkheid. Hij moet weten dat hij kan opgroeien bij de oma. Hoewel het perspectief reeds bij de oma is bepaald, is ook een gezagsbeëindiging noodzakelijk. 4.2. De GI heeft het verzoek van de Raad ter zitting ondersteund. 4.3. Namens de moeder heeft haar advocaat ter zitting primair verzocht om het verzoek af te wijzen en subsidiair om het gezag van de moeder gedeeltelijk te beëindigen. Het is immers fijn als de moeder bij [minderjarige] beperkt betrokken blijft. De moeder heeft aangegeven dat zij geen relatie meer met de vader wil en dat zij meer rust wil creëren. 5 De beoordeling 5.1. De rechtbank kan het gezag van ouders beëindigen als een minderjarig kind zodanig opgroeit dat hij ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd, en de ouders niet in staat zijn om de verantwoordelijkheid voor de verzorging en