Rechtspraak Rechtbank Rotterdam 2025-11-12
ECLI:NL:RBROT:2025:15420
RECHTBANK ROTTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: ROT 24/7313 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 november 2025 in de zaak tussen Vion Apeldoorn B.V., uit Apeldoorn, eiseres (gemachtigde: mr. J. Jansen), en De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, thans: De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur , verweerder (gemachtigde: mr. D.J. van der Bij). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over een bestuurlijke boete van € 2.500,- die verweerder aan eiseres heeft opgelegd vanwege overtreding van de Wet dieren. Eiseres is het niet eens met die boete. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de rechtmatigheid van de boete. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat is komen vast te staan dat eisers de haar verweten overtredingen heeft begaan en dat verweerder haar daarvoor de boete heeft kunnen opleggen. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. 2.1. Met het besluit van 22 maart 2024 (het boetebesluit) heeft verweerder aan eiseres een boete opgelegd van € 2.500,- omdat zij volgens verweerder bij of krachtens de Wet dieren gestelde voorschriften heeft overschreden. Met het bestreden besluit van 14 juli 2024 heeft verweerder de bezwaren van eiseres tegen het boetebesluit ongegrond verklaard. 2.2. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 2.3. Eiseres heeft nadere stukken ingediend. 2.4. De rechtbank heeft het beroep op 15 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres, vergezeld door [naam 1] en [naam 2]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Namens verweerder zijn ook verschenen [naam 3] en [naam 4], toezichthoudend dierenartsen bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Totstandkoming van het bestreden besluit 3. Op 24 maart 2023 was een toezichthouder van de NVWA op het slachthuis van eiseres aanwezig in verband met antemortem keuring van vleesvarkens. Op dat moment heeft de toezichthouder geconstateerd dat er overtredingen werden begaan van de Wet dieren. De toezichthouder heeft zijn bevindingen vastgelegd in een rapport van bevindingen van 12 februari 2024 (het rapport). Op basis daarvan heeft verweerder de boete opgelegd. 3.1. In het rapport heeft de toezichthouder, voor zover hier van belang, het volgende beschreven: “Bevinding(en): Datum en tijdstip van de bevinding: 24 maart 2023 omstreeks 12:30 uur. In het bedrijf aangesproken en gelegitimeerd aan: [naam 5] , functie: Medewerker Kwaliteitsdienst. Tijdens mijn inspectie bevond ik mij bij het losbordes van het varkensslachthuis VION Apeldoorn B.V., waar de levende varkens voor de antemortem keuring gelost worden. Uit één vrachtwagen liep één varken tot op de losbordes en daarna bleef het varken stilstaan. Het varken wilde niet meer verder lopen. Het varken had geen afwijkingen, het was een klinisch gezond en daardoor slachtwaardig dier. Omdat het varken slachtwaardig was en niet meer verder wilde lopen, heeft het bedrijf vervolgens besloten om het varken ter plekke te bedwelmen, te steken en te laten verbloeden. Vervolgens heeft de stalbaas het varken bedwelmd met de elektrische bedwelmingstang. Ik zag dat het varken werd bedwelmd met een elektrische tang (kop tot lichaam). Deze wijze van bedwelming wordt aangemerkt als eenvoudige bedwelming. Bij het correct uitvoeren van de elektrische bedwelming wordt elektrische stroom door de hersenen en het lichaam geleidt die gelijktijdig zowel een algemeen epileptisch insult opwekt alsook tot fibrillatie of een hartstilstand leidt, waardoor het dier onmiddellijk bewusteloos en gevoelloos is. Deze wijze van bedwelming dient gevolgd te worden door een methode die de dood garandeert, zoals het snijden/steken om vervolgens dood Een toezichthouder wordt geacht te beschikken over de benodigde expertise om het wettelijk geregelde toezicht te houden. Aan de bevindingen van een toezichthouder van de NVWA kan daarom niet lichtvaardig voorbij worden gegaan. Indien de bevindingen worden betwist, zal moeten worden onderzocht of er, gelet op de aard en inhoud van die betwisting, grond bestaat voor zodanige twijfel aan die bevindingen dat deze niet of niet volledig aan de vaststelling van de overtreding ten grondslag kunnen worden gelegd. 5.2. Uit het rapport volgt dat de toezichthouder heeft waargenomen dat het varken spontaan knipperde met de ogen na bedwelming en voor het steken alsook tijdens het verbloeden. De rechtbank stelt vast dat eiseres de waarnemingen van de toezichthouder op zichzelf niet betwist, maar dat zij het niet eens is met de conclusies die worden getrokken op basis van deze waarnemingen. De rechtbank ziet in hetgeen eiseres heeft aangevoerd dan ook geen aanleiding te twijfelen aan de juistheid van deze waarnemingen. 5.3.1. In dit geval werd het varken bedwelmd door middel van een elektrische tang (kop tot lichaam). Toezichthouders van de NVWA hanteren bij inspecties het werkvoorschrift WLZVL-017. In bijlage 4 daarvan zijn de tekenen van (afwezig zijn van) bewustzijn, gevoeligheid en leven bij verschillende bedwelmingsmethoden opgesomd. Anders dan eiseres betoogt is bij het opstellen van deze bijlage gebruik gemaakt van diverse wetenschappelijke bronnen, zodat geen grond bestaat voor het oordeel dat deze bijlage wegens een gebrek aan wetenschappelijke onderbouwing niet gebruikt kon worden. 5.3.2. In de bijlage 4 wordt het beeld na een correcte elektrische bedwelming beschreven. Zo zal het dier onmiddellijk verstijven en neervallen en zal de tonische fase direct intreden, waarbij alle spieren verstijven. Deze fase wordt opgevolgd door de clonische fase waarbij sprake is van onwillekeurige schoppende bewegingen waarna een geleidelijke verslapping van de spieren optreedt. Tijdens de tonische en clonische fase is er geen ademhaling en zullen de ogen naar boven draaien en kortdurend kunnen trillen, en verwijden de pupillen geleidelijk. De corneareflex is soms aanwezig, maar moet tijdens het verbloeden snel verdwijnen en er mag er geen reactie zijn op het toedienen van een pijnprikkel. Als bovenstaande tekenen niet of onvolledig optreden is het dier niet goed bedwelmd. 5.3.3. Bij elektrische bedwelming zijn in bijlage 4 van het werkvoorschrift als tekenen van (terugkerend) bewustzijn tijdens verbloeden genoemd: ritmisch ademen, positieve oogreflexen, spontaan knipperen met de ogen, pogingen om zich op te richten, geluid maken (gillen, grommen, kreunen en smakken). 5.4. Voor de vraag of eiseres de haar verweten overtreding heeft begaan stelt de rechtbank voorop dat uit artikel 3, eerste lid, van Verordening 1099/2009 onder meer volgt dat bij het doden van dieren en daarmee verband houdende activiteiten geen sprake mag zijn van tekenen van bewustzijn bij de dieren. Zijn dieren bij bewustzijn dan kunnen zij immers – vermijdbare – pijn, spanning of lijden ervaren. Uit artikel 4 van Verordening 1099/2009 volgt daarnaast dat, nadat de dieren zijn bedwelmd, de toestand van bewusteloosheid en gevoelloosheid moet worden aangehouden tot bij het dier de dood is ingetreden. Dieren mogen na de bedwelming dus geen tekenen van bewustzijn meer vertonen tot bij hen de dood is ingetreden. 5.5. Uit het rapport volgt dat het varken spontaan knipperde met de ogen na bedwelming en voor het steken alsook tijdens het verbloeden. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich op basis hiervan terecht op het standpunt gesteld dat het varken na te zijn bedwelmd nog tekenen van bewustzijn vertoonde en dat de toestand van bewusteloosheid en gevoelloosheid niet is aangehouden tot bij het dier de dood is ingetreden. Uit bijlage 4 van het werkvoorschrift blijkt immers dat bij een correcte elektronische bedwelming geen sprake mag zijn van spontaan knipperen en dat dit e