Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-11-20
ECLI:NL:RBROT:2025:14978
Civiel recht
Wraking
3,534 tokens
Dictum
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoeker]
,
gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [naam P.I.] (PI),
hierna te noemen: verzoeker,
strekkende tot de wraking van
mrs. R.H. Kroon, H.J. de Kraker en S. Zuidwijk,
rechters in deze rechtbank,
hierna gezamenlijk te noemen: de rechters.
Procesverloop
1.1.
Het verzoek strekt tot wraking van de rechters die het verzoek om tussentijdse beoordeling van de noodzaak tot voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel tot plaatsing van verzoeker in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD) behandelen. Deze zaak heeft de parketnummers 10-048675-24 en 10-046818-24. Het dossier van deze strafzaak is ter beschikking gesteld van de wrakingskamer.
1.2.
Het verloop van de wrakingsprocedure blijkt uit:
het proces-verbaal van de openbare terechtzitting op 29 september 2025, waarin het mondelinge wrakingsverzoek en de gronden daarvan zijn vermeld;
de schriftelijke reactie van de rechters van 16 oktober 2025.
1.3.
Bij de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek zijn verschenen:
verzoeker;
mr. R.H. Kroon (hierna: mr. Kroon);
mr. N.J. Jacobs, officier van justitie.
2Het wrakingsverzoek
2.1.
Verzoeker heeft aan zijn verzoek – samengevat weergegeven – het volgende ten grondslag gelegd.
Tijdens de openbare terechtzitting over zijn verzoek om tussentijdse beoordeling van de eerder opgelegde ISD-maatregel heeft verzoeker bezwaar gemaakt tegen het horen van een deskundige. Daarnaast heeft verzoeker de inhoud van haar rapportage over hem betwist. Verzoeker heeft ter onderbouwing van zijn stellingen meerdere door hem opgestelde klaagschriften willen inbrengen. Hieruit zou onder meer blijken dat zijn casemanager hem in samenwerking met de directeur van de PI wil vermoorden. Bovendien wordt doelbewust getracht een onjuist beeld over verzoeker te schetsen. De rechters hebben geweigerd kennis te nemen van deze klaagschriften en zij hebben het hem daarmee onmogelijk gemaakt om aan te tonen wat er in de PI gebeurt. De rechters spelen hiermee onder één hoedje met de PI, aldus verzoeker.
2.2.
Tijdens de zitting van de wrakingskamer heeft verzoeker pleitaantekeningen overgelegd en de wrakingskamer verzocht een proces-verbaal van de zitting te verstrekken.
Beoordeling
3.1.
Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid. Uit de wet volgt dat de verzoeker die concrete omstandigheden moet aanvoeren en wel zodra deze aan hem bekend zijn geworden.
3.2.
De omstandigheden die verzoeker heeft aangevoerd bieden geen aanwijzing voor het oordeel dat de rechters door hun persoonlijke instelling en overtuiging niet onpartijdig zijn.
3.3.
Vervolgens moet worden onderzocht of de aangevoerde omstandigheden, voor zover aannemelijk geworden, toch een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat de door verzoeker geuite vrees dat de rechters jegens hem een vooringenomenheid koesteren objectief gerechtvaardigd is. Hierbij is de opvatting van verzoeker van belang, maar niet doorslaggevend. De wrakingskamer is van oordeel dat de door verzoeker gestelde vrees voor vooringenomenheid van de rechters objectief gezien niet gerechtvaardigd is. Dat wordt hierna uitgelegd.
3.4.
Uit het proces-verbaal van de openbare terechtzitting van 29 september 2025 volgt dat de rechters – bij monde van mr. Kroon – hebben besloten de klaagschriften niet toe te voegen aan het dossier. Daartoe was redengevend dat deze brieven, afgaande op de verklaringen van verzoeker hierover, alleen subjectieve bevindingen van verzoeker zelf bevatten. Deze klaagschriften kunnen daarmee geen objectieve aanknopingspunten bevatten voor de deskundigheid van de deskundige, zodat deze stukken volgens de rechters niet relevant kunnen zijn voor de beoordeling van verzoekers bezwaar.
3.5.
Dictum
3.6.
Het gesloten stelsel van rechtsmiddelen verzet zich er ook tegen dat de motivering van een procesbeslissing grond kan vormen voor wraking, ook als het gaat om een door de wrakingskamer onjuist, onbegrijpelijk, gebrekkig of te summier geachte motivering. Dit is alleen anders als de motivering van de procesbeslissing in het licht van alle omstandigheden van het geval en naar objectieve maatstaven gemeten – bijvoorbeeld door de in de motivering gebruikte bewoordingen – niet anders kan worden verstaan dan als blijk van vooringenomenheid van de rechters die haar hebben gegeven.
3.7.
Dictum
3.8, Ter zitting van de wrakingskamer heeft verzoeker nog opgemerkt dat hij het in de reactie van de rechters op het wrakingsverzoek genoemde arrest niet heeft kunnen terugvinden en dat het publicatienummer van dit arrest bij hem associaties oproept met de Jodenvervolging. Ter zitting heeft de wrakingskamer vastgesteld dat het betreffende arrest bestaat, maar niet is gepubliceerd in een voor verzoeker toegankelijke vorm. Dat is ongelukkig, maar geeft geen blijk van vooringenomenheid. De door verzoeker vermelde associatie kan de rechtbank niet volgen.
3.9.
Gelet op het vorenstaande komt de wrakingskamer tot de conclusie dat het wrakingsverzoek moet worden afgewezen.
3.10.
De wrakingskamer ziet geen aanleiding om aan verzoeker een proces-verbaal van de zitting van de wrakingskamer te verstrekken. Verzoeker heeft niet toegelicht waarom hij daar belang bij heeft. Zijn niet onderbouwde stelling dat een proces-verbaal essentieel is, is onvoldoende.
Dictum
De rechtbank:
- wijst het verzoek tot wraking af.
Deze beslissing is gegeven door mr. K.A. Baggerman, voorzitter, en mr. M.C. Franken en mr. B. van Velzen, rechters, in aanwezigheid van mr. B. Tijssen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 20 november 2025.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Dictum
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoeker]
,
gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [naam P.I.] (PI),
hierna te noemen: verzoeker,
strekkende tot de wraking van
mrs. R.H. Kroon, H.J. de Kraker en S. Zuidwijk,
rechters in deze rechtbank,
hierna gezamenlijk te noemen: de rechters.
Procesverloop
1.1.
Het verzoek strekt tot wraking van de rechters die het verzoek om tussentijdse beoordeling van de noodzaak tot voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel tot plaatsing van verzoeker in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD) behandelen. Deze zaak heeft de parketnummers 10-048675-24 en 10-046818-24. Het dossier van deze strafzaak is ter beschikking gesteld van de wrakingskamer.
1.2.
Het verloop van de wrakingsprocedure blijkt uit:
het proces-verbaal van de openbare terechtzitting op 29 september 2025, waarin het mondelinge wrakingsverzoek en de gronden daarvan zijn vermeld;
de schriftelijke reactie van de rechters van 16 oktober 2025.
1.3.
Bij de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek zijn verschenen:
verzoeker;
mr. R.H. Kroon (hierna: mr. Kroon);
mr. N.J. Jacobs, officier van justitie.
2Het wrakingsverzoek
2.1.
Verzoeker heeft aan zijn verzoek – samengevat weergegeven – het volgende ten grondslag gelegd.
Tijdens de openbare terechtzitting over zijn verzoek om tussentijdse beoordeling van de eerder opgelegde ISD-maatregel heeft verzoeker bezwaar gemaakt tegen het horen van een deskundige. Daarnaast heeft verzoeker de inhoud van haar rapportage over hem betwist. Verzoeker heeft ter onderbouwing van zijn stellingen meerdere door hem opgestelde klaagschriften willen inbrengen. Hieruit zou onder meer blijken dat zijn casemanager hem in samenwerking met de directeur van de PI wil vermoorden. Bovendien wordt doelbewust getracht een onjuist beeld over verzoeker te schetsen. De rechters hebben geweigerd kennis te nemen van deze klaagschriften en zij hebben het hem daarmee onmogelijk gemaakt om aan te tonen wat er in de PI gebeurt. De rechters spelen hiermee onder één hoedje met de PI, aldus verzoeker.
2.2.
Tijdens de zitting van de wrakingskamer heeft verzoeker pleitaantekeningen overgelegd en de wrakingskamer verzocht een proces-verbaal van de zitting te verstrekken.
Beoordeling
3.1.
Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid. Uit de wet volgt dat de verzoeker die concrete omstandigheden moet aanvoeren en wel zodra deze aan hem bekend zijn geworden.
3.2.
De omstandigheden die verzoeker heeft aangevoerd bieden geen aanwijzing voor het oordeel dat de rechters door hun persoonlijke instelling en overtuiging niet onpartijdig zijn.
3.3.
Vervolgens moet worden onderzocht of de aangevoerde omstandigheden, voor zover aannemelijk geworden, toch een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat de door verzoeker geuite vrees dat de rechters jegens hem een vooringenomenheid koesteren objectief gerechtvaardigd is. Hierbij is de opvatting van verzoeker van belang, maar niet doorslaggevend. De wrakingskamer is van oordeel dat de door verzoeker gestelde vrees voor vooringenomenheid van de rechters objectief gezien niet gerechtvaardigd is. Dat wordt hierna uitgelegd.
3.4.
Uit het proces-verbaal van de openbare terechtzitting van 29 september 2025 volgt dat de rechters – bij monde van mr. Kroon – hebben besloten de klaagschriften niet toe te voegen aan het dossier. Daartoe was redengevend dat deze brieven, afgaande op de verklaringen van verzoeker hierover, alleen subjectieve bevindingen van verzoeker zelf bevatten. Deze klaagschriften kunnen daarmee geen objectieve aanknopingspunten bevatten voor de deskundigheid van de deskundige, zodat deze stukken volgens de rechters niet relevant kunnen zijn voor de beoordeling van verzoekers bezwaar.
3.5.
Dictum
3.6.
Het gesloten stelsel van rechtsmiddelen verzet zich er ook tegen dat de motivering van een procesbeslissing grond kan vormen voor wraking, ook als het gaat om een door de wrakingskamer onjuist, onbegrijpelijk, gebrekkig of te summier geachte motivering. Dit is alleen anders als de motivering van de procesbeslissing in het licht van alle omstandigheden van het geval en naar objectieve maatstaven gemeten – bijvoorbeeld door de in de motivering gebruikte bewoordingen – niet anders kan worden verstaan dan als blijk van vooringenomenheid van de rechters die haar hebben gegeven.
3.7.
Dictum
3.8, Ter zitting van de wrakingskamer heeft verzoeker nog opgemerkt dat hij het in de reactie van de rechters op het wrakingsverzoek genoemde arrest niet heeft kunnen terugvinden en dat het publicatienummer van dit arrest bij hem associaties oproept met de Jodenvervolging. Ter zitting heeft de wrakingskamer vastgesteld dat het betreffende arrest bestaat, maar niet is gepubliceerd in een voor verzoeker toegankelijke vorm. Dat is ongelukkig, maar geeft geen blijk van vooringenomenheid. De door verzoeker vermelde associatie kan de rechtbank niet volgen.
3.9.
Gelet op het vorenstaande komt de wrakingskamer tot de conclusie dat het wrakingsverzoek moet worden afgewezen.
3.10.
De wrakingskamer ziet geen aanleiding om aan verzoeker een proces-verbaal van de zitting van de wrakingskamer te verstrekken. Verzoeker heeft niet toegelicht waarom hij daar belang bij heeft. Zijn niet onderbouwde stelling dat een proces-verbaal essentieel is, is onvoldoende.
Dictum
De rechtbank:
- wijst het verzoek tot wraking af.
Deze beslissing is gegeven door mr. K.A. Baggerman, voorzitter, en mr. M.C. Franken en mr. B. van Velzen, rechters, in aanwezigheid van mr. B. Tijssen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 20 november 2025.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.