Rechtspraak Rechtbank Rotterdam 2025-12-11
ECLI:NL:RBROT:2025:14747
RECHTBANK Rotterdam Familierecht Zaaknummer: C/10/709163 / KG ZA 25-1081 Vonnis in kort geding van 11 december 2025 in de zaak van [eiser] , wonende te Breda, eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie, hierna te noemen: de man, advocaat: mr. W.R.M. Voorvaart te Breda, tegen [gedaagde] , wonende te Zwijndrecht, gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie, hierna te noemen: de vrouw, advocaat: mr. F.C. Frederiks te Zwijndrecht. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 6 november 2025 met producties; producties 4 en 5 van de man; de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie met producties van de vrouw; de pleitnota van de man. 1.2. De zaak is behandeld op 1 december 2025. Bij die gelegenheid zijn gehoord: de man, bijgestaan door zijn advocaat; de vrouw, bijgestaan door haar advocaat. 2 De feiten 2.1. Bij beschikking van deze rechtbank van 5 juni 2020 is tussen partijen de echtscheiding uitgesproken. Op 30 juni 2020 is die beschikking ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. 2.2. De minderjarige kinderen van partijen zijn: [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2008 te [geboorteplaats], en [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2012 te [geboorteplaats]. 2.3. Partijen hebben op 26 maart 2020 een convenant opgesteld, waarvan het ouderschapsplan deel uitmaakt. Het convenant maakt deel uit van de hiervoor genoemde beschikking van 5 juni 2020. Dit ouderschapsplan houdt onder meer het volgende in: “Artikel 4 Informatie en Consultatie De ouders zullen elkaar over en weer op de hoogte stellen omtrent gewichtige aangelegenheden met betrekking tot de persoon en het vermogen van de kinderen en elkaar daarover te dezer zake raadplegen. De ouders zullen iedere 6 maanden, buiten de aanwezigheid van de kinderen, met elkaar overleg plegen, teneinde informatie uit te wisselen en elkaar te consulteren. In spoedeisende dingen wordt er meteen actie ondernomen. 4.1 Schoolkeuze Een keuze voor een (type) school maken de ouders gezamenlijk. De ouders zullen de kinderen afhankelijk van hun leeftijd en de omstandigheden betrekken bij deze keuze. 4.2 Schoolinformatie De ouder, die de rapporten, nieuwsbrieven, het schoolrooster, of andere schoolinformatie zoals de informatie over evenementen of bijzondere bijeenkomsten ontvangt, zal deze direct ter kennisname door leiden naar de andere ouder, voor zover de andere ouder deze informatie niet rechtstreeks van de school kan ontvangen. De ouders zullen de school vragen aan ieder gelijktijdig de berichtgeving toe te zenden. Beide ouders zullen zelf ook via de website en eventuele sociale media van de school trachten de benodigde informatie in te winnen. 4.3 Ouderavonden en schoolfestiviteiten De ouders zullen de informatie- en ouderavonden en andere schoolfestiviteiten (bij voorkeur) gezamenlijk of in onderling overleg alleen bezoeken. Eventuele nieuwe partners zullen niet aanwezig zijn bij de ouderavondbezoeken en festiviteiten, anders dan na uitdrukkelijke toestemming van de andere ouder. De ouders zullen elkaar in de gelegenheid stellen een afzonderlijk contact met de school te onderhouden, zulks in overleg met of op aanwijzing van de betreffende schoolleiding. Indien een ouderavond alleen bezocht is zal de andere ouder uiterlijk binnen een week per e-mail op de hoogte gebracht worden van wat er besproken is. 4.4 Medische aangelegenheden Ten aanzien van beslissingen betreffende kinderen omtrent medische aangelegenheden geldt primair dat de ouders deze in onderling overleg nemen. In geval zich een acuut medisch probleem voordoet zal de ouder onder wiens hoede het kind op dat moment is, de noodzakelijke maatregelen treffen en de andere ouder terstond, dat wil zeggen zo spoedig als de omstandigheden dat mogelijk maken, informeren. De moeder zorgt ervoor dat de kinderen twee keer per jaar naar de tandarts gaan. In overleg kan moeder een afspraak plannen op de vrijdag na schooltijd dat vader de kinderen op komt halen. De ouders maken onderling afspraken over de begeleiding van de kinderen bij (school), artsenbezoek en dergelijke. De kinderen zullen op de polis van de moeder tegen ziektekosten verzekerd zijn. De eventuele premie hiervoor zal worden voldaan door de moeder. Ieder van de ouders heeft toegang tot een ziek kind dat verpleegd wordt.” 3 Het geschil in conventie 3.1. De man vordert – samengevat – dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: de vrouw verplicht tot nakoming van het ouderschapsplan, inhoudende dat zij de man desgevraagd informeert en blijft informeren over de bestaande situatie en toestand van [minderjarige 1] en met name over schoolgang en prestaties, welbevinden en mogelijke medische verwikkelingen op verbeurte van een dwangsom van € 500,- bij iedere keer dat zij niet binnen afzienbare tijd (=omgaand) voldoet aan een dergelijk verzoek van de man, mnet een maximum van € 5.000,-; de vrouw verplicht dat zij contact en omgang van [minderjarige 1] met de man faciliteert en bevordert door aan de man schriftelijk of mondeling te laten weten dat zij zijn verzoeken tot contact en informatie heeft afgestemd met [minderjarige 1] op verbeurte van een dwangsom zoals hiervoor ook onder 1. genoemd; de kosten van deze procedure compenseert. 3.2. De vrouw voert verweer. De vrouw concludeert tot afwijzing van de vorderingen van de man met veroordeling van de man in de kosten van deze procedure. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. in reconventie 3.4. De vrouw vordert – samengevat – dat de voorzieningenrechter bij vonnis de man verbiedt de vrouw berichten via e-mail of andere sociale media te sturen op verbeurte van een dwangsom van € 500,- met veroordeling van de man in de kosten van deze procedure. 3.5. De man voert verweer. 3.6. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4 De beoordeling in conventie 4.1. Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter moet daarom eerst beoordelen of de man ten tijde van dit vonnis bij die voorziening een spoedeisend belang heeft. Als uitgangspunt geldt bovendien dat in deze procedure geen plaats is voor bewijslevering. 4.2. De man heeft sinds een incident op 22 september 2024 geen contact met [minderjarige 1]. In de beleving van [minderjarige 1] is zij toen op straat gezet door de man. De man wil graag weer contact met haar, maar ziet ook dat daar nu geen ruimte voor is. Daarom wil hij graag informatie krijgen, overeenkomstig het ouderschapsplan. De vrouw ziet daar geen aanleiding voor. Zij is bang dat de man met die informatie aan de haal gaat en zij vindt dat de man zelf als gezaghebbende ouder die informatie kan opvragen bij school, en wat betreft de medische informatie is dit afgeschermde informatie. 4.3. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de man recht heeft op informatie. Zo staat het ook in de wet (artikel 1:253a lid 2 sub c BW) en in het ouderschapsplan dat tussen partijen geldt. Er is geen reden waarom hiervan in dit specifieke geval moet worden afgeweken. De gronden die de vrouw aanvoert, zijn daarvoor onvoldoende. De vrouw is de verzorgende ouder en de man heeft een informatieachterstand. Die disbalans is niet in het belang van [minderjarige 1]. In de informatieregeling is opgenomen dat partijen in ieder geval elke zes maanden met elkaar overleggen. Daarvan is nu geen sprake, terwijl die wijze van contact gelet op de slechte verstandhouding ook niet in het belang is van [minderjarige 1]. De voorzieningenrechter zal daarom de vordering tot nakoming toewijzen, in zoverre dat de vrouw elke eerste dag van de maand, te beginnen op 1 januari 2026, per e-mail de man informeert over gewichtige aangelegenheden betreffende [minderjarige 1]. Daarbij gaat het over haar schoolprestaties, schoolverzuim, hoe het met [minderjarige 1] gaat en belangrijke dingen die in haar leven spelen. De man mag hierop niet reageren. 4.4. De voorzieningenrechter zal de vordering niet toewijzen voor zover die ziet op medische informatie.