Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-11-17
ECLI:NL:RBROT:2025:13461
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
1,793 tokens
Inleiding
Rechtbank Rotterdam
Team familie
Zaaknummer / rekestnummer: C/10/707311 / FA RK 25-7287
Beschikking van 17 november 2025 over benoeming bijzondere curator op grond van artikel 1:212 BW
naar aanleiding van het verzoekschrift van:
de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering,
hierna: de voogd,
gevestigd te Amsterdam.
Deze zaak gaat over de minderjarige:
[minderjarige]
,
geboren op [geboortedatum] 2018 te [geboorteplaats] ,
verblijvende te [verblijfplaats] ,
hierna: de minderjarige.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met bijlagen van de voogd, ingekomen op 15 september 2025.
1.2.
Er heeft geen zitting plaatsgevonden.
Beoordeling
2.1.
De moeder van de minderjarige is [naam 1] (hierna: de moeder).
De minderjarige is erkend door [naam 2] (hierna: [naam 2] ).
2.2.
Bij beschikking van 26 januari 2021 heeft de rechtbank Midden-Nederland het gezag van de ouders over de minderjarige beëindigd en de voogd belast met de voogdij.
Bij beschikking van 27 juli 2021 heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 26 januari 2021 bekrachtigd.
2.3.
In 2023 is een DNA-onderzoek uitgevoerd. De conclusie luidt dat voor 99,9% vast staat dat [naam 3] (hierna: [naam 3] ) de verwekker is van de minderjarige.
2.4.
De minderjarige woont al jaren in een netwerkpleeggezin. De minderjarige weet niet dat [naam 2] haar erkend heeft. Zij heeft sinds de start van de voogdijmaatregel geen contact meer met [naam 2] . De minderjarige weet sinds oktober 2023 dat
[naam 3] haar biologische vader is. Op 6 oktober 2023 heeft een eerste bezoek plaatsgevonden tussen [naam 3] en de minderjarige. Inmiddels is er maandelijks bezoek tussen hen. Dat verloopt goed en leuk.
2.5.
In augustus 2025 heeft op verzoek van [naam 3] en [naam 2] een gesprek plaatsgevonden tussen de voogd, [naam 3] en [naam 2] . De uitkomst van dit gesprek is dat de voogd, [naam 3] en [naam 2] het in het belang van de minderjarige vinden dat de erkenning door [naam 2] wordt vernietigd, zodat
[naam 3] de minderjarige kan erkennen. Op die manier wordt de juridische situatie gelijk aan de feitelijke situatie. De voogd stelt daarom voor om een bijzondere curator te benoemen om de belangen van de minderjarige te behartigen in een eventueel te starten procedure tot vernietiging van de erkenning door [naam 2] .
2.6.
In artikel 1:212 van het Burgerlijk Wetboek staat dat in zaken van afstamming het minderjarige kind, optredende als verzoeker of belanghebbende, wordt vertegenwoordigd door een bijzondere curator daartoe benoemd door de rechtbank die over de zaak beslist.
2.7.
Strikt genomen is er nog geen ‘zaak van afstamming’ aanhangig bij de rechtbank. Toch zal de rechtbank ambtshalve een bijzondere curator benoemen, omdat zij dit in het belang vindt van de minderjarige en [naam 3] . De wet biedt de voogd en [naam 3] geen rechtsingang voor het indienen van een verzoek tot vernietiging van de erkenning. Voor de moeder en [naam 2] bestaat die rechtsingang wel, maar zij voldoen niet aan de voorwaarden voor toewijzing daarvan. De rechtbank ziet de benoeming van een bijzondere curator als een geschikt middel om de ontstane impasse te doorbreken.
2.8.
Mr. P.A. den Hollander, advocaat, is bereid gevonden om in deze procedure als bijzondere curator op te treden en zal hiertoe ambtshalve door de rechtbank worden benoemd.
2.9.
De rechtbank zal de bijzondere curator ambtshalve benoemen met als opdracht te onderzoeken of er nu of in de nabije toekomst reden bestaat om als verzoeker namens de minderjarige op te treden in een afstammingsprocedure en zo ja, die procedure daadwerkelijk op te starten.
2.10.
De rechtbank zal de bijzondere curator verzoeken om binnen drie maanden na heden een standpunt in te nemen over een eventueel te starten afstammingsprocedure en vervolgens de voogd, [naam 3] , [naam 2] en de moeder daarover schriftelijk te informeren.
Dictum
De rechtbank:
3.1.
benoemt tot bijzondere curator over de minderjarige: mr. P.A. den Hollander te Oud-Beijerland, om te onderzoeken of er nu of in de nabije toekomst reden bestaat om als verzoeker namens de minderjarige op te treden in een afstammingsprocedure en zo ja, om die procedure daadwerkelijk op te starten;
3.2.
verklaart de beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
3.3.
verzoekt de voogd om de bijzondere curator per omgaande de adres-, email- en/of telefoongegevens van: 1) de pleegouders van de minderjarige, 2) [naam 2] , 3) [naam 3] en 4) de moeder, alsook het BSN-nummer van de minderjarige te verstrekken;
3.4.
verzoekt de bijzondere curator om binnen drie maanden na heden een standpunt in te nemen over een eventueel te starten afstammingsprocedure en vervolgens de voogd, de pleegouders van de minderjarige, [naam 2] , [naam 3] en de moeder daarover schriftelijk te informeren.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.B. van den Enden, (kinder)rechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. M.J. Vrolijk-Kronbichler, griffier, op
17 november 2025.
Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Den Haag. Het hoger beroep kan slechts worden ingesteld door een advocaat.
Door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden moet het hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van de beschikking. Voor andere belanghebbenden geldt voor het instellen van hoger beroep een termijn van drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat de beschikking hun op andere manier bekend is geworden.