Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-11-12
ECLI:NL:RBROT:2025:13262
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
938 tokens
Inleiding
RECHTBANK Rotterdam
Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/703744 / HA ZA 25-616
Vonnis van 12 november 2025
in de zaak van
DSW ZORGVERZEKERAAR U.A.,
vestigingsplaats: Schiedam,
eiseres,
advocaat: mr. M.F. Lameris,
tegen
1
[gedaagde 1], 2. [gedaagde 2],
woonplaats: Hoogvliet Rotterdam,
gedaagden,
advocaat aanvankelijk mr. W. Boeters, maar nu niet meer vertegenwoordigd.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 19 juni 2025, met bijlagen 1 tot en met 10.
1.2.
Mr. Boeters heeft de rechtbank op 15 september 2025 laten weten dat hij zich als advocaat van gedaagden onttrekt. Daarop heeft de rechtbank de zaak verwezen naar de rol van 1 oktober 2025 voor het stellen van een advocaat namens gedaagden. Op die rol heeft zich namens gedaagden geen advocaat gesteld. De rolrechter heeft vervolgens beslist dat het recht van gedaagden om te mogen concluderen voor antwoord is vervallen en de zaak voor vonnis verwezen naar vandaag.
Beoordeling
2.1.
De stellingen van eiseres kunnen het gevorderde dragen en zijn door gedaagden niet weersproken. Het gevorderde wordt daarom toegewezen, met inachtneming van het volgende. De wettelijke rente over de schadevergoeding à € 86.689,19 wordt toegewezen vanaf de momenten waarop eiseres iedere individuele uitkering heeft gedaan. De wettelijke rente over de vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten à € 250,00 wordt toegewezen vanaf de dag waarop de dagvaarding aan gedaagden is uitgebracht.
2.2.
Gedaagden zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom hoofdelijk de proceskosten (inclusief beslagkosten en nakosten) betalen. De proceskosten van eiseres worden begroot op:
- dagvaarding € 147,81
- griffierecht € 2.995,00 (€ 714,00 voor de beslagzaak + € 2.281,00 voor de
hoofdzaak)
- salaris advocaat € 2.428,00 (2 punten × tarief IV à € 1.214,00 per punt)
- beslagkosten € 742,96 (zie kosten exploten in bijlage 6 van eiseres)
- nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 6.491,77
2.3.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Dictum
De rechtbank:
3.1.
veroordeelt gedaagden hoofdelijk om binnen veertien dagen na vandaag aan eiseres te betalen een bedrag van € 86.689,19 aan schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf de momenten waarop eiseres iedere individuele uitkering heeft gedaan tot de dag dat alles is betaald;
3.2.
veroordeelt gedaagden hoofdelijk om binnen veertien dagen na vandaag aan eiseres te betalen een bedrag van € 250,00 aan vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf 19 juni 2025 tot de dag dat alles is betaald;
3.3.
veroordeelt gedaagden hoofdelijk in de proceskosten van € 6.491,77, te betalen binnen veertien dagen na vandaag. Als gedaagden niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend, dan moeten gedaagden € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.5.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. K.A. Baggerman. Het is ondertekend door de rolrechter en in het openbaar uitgesproken op 12 november 2025.3349 / 2537