Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-11-07
ECLI:NL:RBROT:2025:13028
Civiel recht
Kort geding
1,053 tokens
Inleiding
RECHTBANK Rotterdam
Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/701535 / KG ZA 25-585
Vonnis in kort geding van 7 november 2025
in de zaak van
[eiseres]
,
woonplaats: [plaats] ,
eisende partij,
advocaat: aanvankelijk mr. T. de Jong, nu mr. J.A. van der Heiden,
tegen
[gedaagde]
,
woonplaats: [plaats] ,
gedaagde partij,
advocaat: mr. T.E. Baak.
Partijen worden hierna de vrouw en de man genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding van 23 juni 2025, met bijlagen 1 tot en met 6;
de conclusie van antwoord met een eis in reconventie (tegenvordering), met bijlagen 1 tot en met 3;
de mondelinge behandeling op 3 juli 2025.
1.2.
Na afloop van de mondelinge behandeling is de zaak aangehouden om partijen in de gelegenheid te stellen te bezien of zij de zaak alsnog onderling konden oplossen. Op 29 augustus 2025 heeft de advocaat van de man de voorzieningenrechter bericht dat partijen geen oplossing hebben kunnen bereiken en heeft de advocaat van de man verzocht om een nieuwe mondelinge behandeling in te plannen. De voormalige advocaat van de vrouw heeft eenzelfde verzoek gedaan. De voortzetting van de mondelinge behandeling is gepland op 5 november 2025. Vervolgens hebben de advocaten van partijen de voorzieningenrechter op 3 november 2025 bericht dat zij alsnog overeenstemming hebben bereikt over een oplossing en hebben zij verzocht om de gemaakte afspraken op te nemen in een vonnis. De geplande voortzetting van de mondelinge behandeling is gelet hierop niet doorgegaan.
Beoordeling
2.1.
Partijen hebben de volgende afspraken gemaakt:
“- De man is niet meer gerechtigd om terug te keren naar de woning en de vrouw is gemachtigd om het vonnis ten uitvoer te leggen met behulp van de sterke arm van politie en justitie;
- De man zal zich binnen één week uitschrijven uit de woning;
- De kosten voor gas, water en licht met ingang van 1 maart 2025 tot 31 oktober 2025 zijn voor rekening van de man; en
- De man zal de vergoeding van € 900,- over de maand oktober 2025 aan de vrouw voldoen uiterlijk op 16 november 2025.”.
2.2.
De voorzieningenrechter begrijpt het verzoek van partijen om de gemaakte afspraken op te nemen in dit vonnis aldus, dat de vrouw haar vorderingen wijzigt in die zin dat zij nu vordert om de man te veroordelen om te doen wat hij op grond van de gemaakte afspraken moet doen, en dat de man daarmee instemt onder intrekking van zijn tegenvordering. Omdat partijen samen afspraken hebben gemaakt, gaat de voorzieningenrechter ervan uit dat iedere partij de eigen proceskosten betaalt.
2.3.
Gelet op het voorgaande wordt als volgt beslist.
Dictum
De voorzieningenrechter:
3.1.
verstaat dat de man niet meer is gerechtigd om terug te keren naar de woning en dat de vrouw is gemachtigd om het vonnis ten uitvoer te leggen met behulp van de sterke arm van politie en justitie;
3.2.
veroordeelt de man om zich binnen één week na vandaag uit te schrijven van het adres van de woning;
3.3.
verstaat dat de kosten voor gas, water en licht met ingang van 1 maart 2025 tot 31 oktober 2025 voor rekening van de man zijn;
3.4.
veroordeelt de man om de vergoeding van € 900,00 over de maand oktober 2025 uiterlijk op 16 november 2025 aan de vrouw te voldoen;
3.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.6.
compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten betaalt.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.A.M. Cooijmans en in het openbaar uitgesproken op 7 november 2025.3349 / 1694