Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-10-23
ECLI:NL:RBROT:2025:12829
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,695 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Dordrecht
zaaknummer: 11698432 \ CV EXPL 25-2017
datum uitspraak: 23 oktober 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Rent a Roof B.V.,
vestigingsplaats: Sliedrecht,
eiseres,
gemachtigde: mr. H.J. Amsing,
tegen
Laurens Uitzendbureau (II) B.V.,
vestigingsplaats: Oudewater,
gedaagde,
vertegenwoordigd door: [naam 1].
De partijen worden hierna ‘Rent a Roof’ en ‘Laurens’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 2 mei 2025, met bijlagen;
het antwoord, met bijlagen;
de mail van Laurens van 24 september 2025, met bijlage.
1.2.
Op 26 september 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken. [naam 2] was daarbij aanwezig namens Rent a Roof, bijgestaan door mr. H.J. Amsing. Namens Laurens was [naam 1] (indirect bestuurder van Laurens, hierna: [naam 1]) aanwezig.
Beoordeling
Waar gaat de zaak over?
2.1.
Laurens huurde vanaf 6 juni 2024 de woning gelegen aan het [adres] (hierna: de woning) van Rent a Roof. De huur bedroeg laatstelijk € 813,97 per week en partijen zijn een opzegtermijn van een kalenderweek overeengekomen. Rent a Roof heeft per 16 april 2025 de huurovereenkomst beëindigd. Volgens Rent a Roof bedraagt de huurachterstand € 12.185,83 tot en met week 15 van 2025. Rent a Roof eist dat Laurens die huurachterstand betaalt en dat Laurens wordt veroordeeld om de wettelijke rente over de huurachterstand en de buitengerechtelijke incassokosten van € 896,86 te betalen. De kantonrechter veroordeelt Laurens om de huurachterstand met rente en de buitengerechtelijke incassokosten te betalen. Hierna wordt uitgelegd waarom.
Laurens heeft de huurovereenkomst niet zelf opgezegd
2.2.
Laurens heeft aangevoerd dat hij de woning vanaf de kerst van 2024 niet meer heeft gebruikt omdat een opdracht niet doorging en er daarom geen mensen in de woning gehuisvest werden. Laurens heeft de situatie in een telefoongesprek op 26 februari 2025 uitgelegd aan [naam 3] van Rent a Roof. Volgens Laurens heeft Houweling toen gezegd “we kijken het nog even aan” en “anders zijn wij het huis kwijt”, hetgeen Rent a Roof ontkent. Wat er ook van zij, uit deze bewoordingen volgt niet dat overeengekomen is dat Laurens geen huur meer verschuldigd zou zijn. Laurens heeft niet gesteld dat zij op dat moment of een ander moment de huurovereenkomst heeft opgezegd. Dit betekent dat de huurovereenkomst is blijven doorlopen tot 16 april 2025 en Laurens tot die datum huur verschuldigd is. Dat Laurens sinds januari 2025 feitelijk geen gebruik meer maakte van de woning door het uitblijven van werk, maakt het voorgaande niet anders. Laurens had op grond van de huurovereenkomst de mogelijkheid om de huurovereenkomst met een opzegtermijn van een kalenderweek op te zeggen, maar heeft hiervan geen gebruik gemaakt. Dit komt voor haar rekening en risico.
Laurens moet een huurachterstand van € 12.185,83 betalen
2.3.
Laurens wordt veroordeeld om € 12.185,83 aan Rent a Roof te betalen. Laurens heeft namelijk niet betwist dat dit de huurachterstand was op 16 april 2025. Tijdens de zitting is besproken dat de betalingen waar Laurens in haar antwoord een beroep op heeft gedaan zien op het jaar 2024 en de vordering van Rent a Roof niet op huurtermijnen uit 2024 ziet. Tijdens de zitting heeft [naam 1] voorts nog toegelicht dat hij in 2021 zowel privé als zakelijk (als indirect bestuurder van Laurens) slachtoffer is van de toeslagenaffaire en dat hij de financiële middelen niet heeft om te betalen. Hoe vervelend deze situatie ook is, dit maakt echter niet dat Rent a Roof haar vordering, die jaren na 2021 is ontstaan, niet mag opeisen. Laurens moet dus de huurachterstand betalen.
Laurens moet incassokosten van € 896,86 betalen
2.4.
De incassokosten van € 896,86 worden toegewezen omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW) en de hoogte ervan door Laurens niet is betwist.
Laurens moet rente betalen
2.5.
Rent a Roof vordert “de wettelijke rente”. Omdat niet in de dagvaarding is vermeld dat dit om wettelijke handelsrente in de zin van art. 6:119a BW gaat, zal de wettelijke rente in de zin van art. 6:119 BW worden toegewezen. Hiervoor heeft Rent a Roof voldoende gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en Laurens heeft dat niet betwist.
Laurens moet de proceskosten betalen
2.6.
De proceskosten komen voor rekening van Laurens, omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die Laurens aan Rent a Roof moet betalen op € 122,35 aan dagvaardingskosten, € 1.461,- aan griffierecht, € 812,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 406,-) en € 135,- aan nakosten. Dat is in totaal € 2.530,35. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.7.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard omdat Rent a Roof dat eist en Laurens daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt Laurens om aan Rent a Roof te betalen € 13.082,69 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 12.185,83 vanaf de vervaldata van de facturen tot aan de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt Laurens in de proceskosten, die aan de kant van Rent a Roof worden begroot op € 2.530,35 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag dat volledig is betaald;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. D. van Dooren en in het openbaar uitgesproken.
31688