Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-04-24
ECLI:NL:RBROT:2025:12358
Civiel recht; Insolventierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,231 tokens
Inleiding
Rechtbank Rotterdam
Team insolventie
rekestnummer: [nummer 1] – [nummer 2]
uitspraakdatum: 24 april 2025
in de zaak van:
[verzoeker]
,
wonende te [adres] ,
[postcode] [woonplaats] ,
verzoeker.
Procesverloop
Verzoeker heeft op 17 januari 2025, tezamen met een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, een verzoek ingevolge artikel 287a, eerste lid, Faillissementswet ingediend om een achttal schuldeisers, te weten:
Irado N.V. (hierna: Irado);
Qredits MicroFinanciering, in behandeling bij Deurwaarder.com (hierna: Qredits MicroFinanciering);
Yellowbrick, in behandeling bij COEO Incasso B.V. (hierna: Yellowbrick);
MAK Incasso (hierna: MAK Incasso);
Lynk & Co Sales Netherlands B.V. (hierna: Lynk & Co Sales);
Sunda Food (hierna: Sunda Food);
Eneco E-Mobility B.V., in behandeling bij COEO Incasso B.V. (hierna: Eneco E-mobility);
JIMDO GMBH, in behandeling bij Pair Finance NL (hierna: JIMDO GMBH);
die weigeren mee te werken aan een door verzoeker aangeboden schuldregeling, te bevelen in te stemmen met deze schuldregeling.
Geldplein Rotterdam heeft voorafgaand aan de zitting, bij e-mailbericht van 4 april 2025, aan de rechtbank te kennen gegeven dat Lynk & Co Sales alsnog heeft ingestemd met de aangeboden schuldregeling.
Geldplein Rotterdam heeft voorafgaand aan de zitting, bij e-mailbericht van 4 april 2025, aan de rechtbank te kennen gegeven dat Eneco E-Mobility alsnog heeft ingestemd met de aangeboden schuldregeling.
Geldplein Rotterdam heeft voorafgaand aan de zitting, bij e-mailbericht van 4 april 2025, te kennen gegeven dat Qredits MicroFinanciering een vordering heeft toegevoegd aan het openstaande saldo. Op 4 april 2025 was er derhalve sprake van een openstaand saldo van € 48.593,00. Bij e-mailbericht van 8 april 2025 heeft Geldplein Rotterdam te kennen gegeven dat Qredits MicroFinanciering alsnog heeft ingestemd met de aangeboden schuldregeling.
Irado heeft voorafgaand aan de zitting, bij e-mailbericht van 9 april 2025, aan de rechtbank te kennen gegeven alsnog in te stemmen met de aangeboden schuldregeling.
Ter zitting van 10 april 2025 zijn verschenen en gehoord:
verzoeker;
de heer [persoon A] , werkzaam bij Geldplein Rotterdam (hierna: schuldhulpverlening).
De weigerende schuldeisers zijn, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
Op 14 april en 17 april 2025 heeft schuldhulpverlening aanvullende stukken aan de rechtbank toegezonden.
De uitspraak is bepaald op heden.
2Het verzoek
Verzoeker heeft volgens het ingediende verzoekschrift achtendertig schuldeisers, waarvan één preferente schuldeiser en zevenendertig concurrente schuldeisers met achtendertig vorderingen. Uit het verzoekschrift blijkt dat deze schuldeisers in totaal een bedrag van € 141.608,04 van verzoekster hebben te vorderen hebben. In de crediteurenlijst is daarentegen een bedrag van € 141.280,56 opgenomen. Verzoeker heeft bij brief van 1 november 2024, 3 december 2024 en 2 januari 2025 een schuldregeling aangeboden aan zijn schuldeisers. In de aanbodbrief van 3 december 2024 en 2 januari 2025 is uitgegaan van een betaling van 10,19% aan de preferente schuldeiser en 5,10% aan de concurrente schuldeisers tegen finale kwijting. De schuldenlast was op dat moment € 141.608,04. Doordat Qredits MicroFinanciering een vordering aan het openstaande saldo heeft toegevoegd, is de schuldenlast met een bedrag van € 6.745,56 toegenomen.
Het aangeboden akkoord heeft de volgende inhoud en achtergrond. De aangeboden regeling is gebaseerd op de NVVK-norm. De aangeboden regeling is gebaseerd op de afloscapaciteit die verzoeker heeft op basis van zijn dienstbetrekking. Verzoeker werkt fulltime en heeft een arbeidscontract voor bepaalde tijd. Ter zitting heeft verzoeker verklaard dat zijn contract is verlengd tot 1 juni 2026 en dat zijn inkomen de afgelopen periode is toegenomen. Gelet op de gewijzigde inkomenssituatie is schuldhulpverlening in de gelegenheid gesteld om na de zitting een nieuwe VTLB-berekening op te stellen. Na de zitting heeft schuldhulpverlening verklaard dat verzoeker in februari 2025 is verhuisd naar Breda en is gaan samenwonen met zijn partner. Schuldhulpverlening heeft te kennen gegeven dat de afloscapaciteit van verzoeker op basis van de nieuwe VTLB-berekening is toegenomen. Schuldhulpverlening heeft ook aangegeven dat het eerdere gedane voorstel aan de schuldeisers zal worden aangepast, zodat dit in overeenstemming is met de gewijzigde afloscapaciteit. Volgens de aangeboden schuldregeling wordt het aangeboden percentage – door middel van een door schuldhulpverlening ter beschikking gesteld saneringskrediet – in één keer aan de schuldeisers uitgekeerd. Verzoeker heeft zich op het standpunt gesteld dat hij al het mogelijke heeft gedaan om het aangeboden percentage aan zijn schuldeisers aan te bieden. Verzoeker heeft sinds de aanmelding bij schuldhulpverlening geen nieuwe schulden of achterstanden meer laten ontstaan en zijn vaste lasten worden inmiddels door zijn budgetbeheerder voldaan.
Vierendertig schuldeisers stemmen met de aangeboden schuldregeling in. Yellowbrick, MAK Incasso, Sunda Food en JIMDO GMBH hebben niet gereageerd op het voorstel, en worden daarom aangemerkt als weigerend schuldeiser. Zij hebben een vordering van in totaal € 3.556,10 op verzoeker, welke 2,5% van de totale schuldenlast beloopt.
3Het verweer
Hoewel behoorlijk opgeroepen hebben Yellowbrick, MAK Incasso, Sunda Food en JIMDO GMBH geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid hun standpunten ter zitting toe te lichten.
Beoordeling
Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser in beginsel vrij staat om te verlangen dat 100% van zijn vordering, vermeerderd met rente, wordt voldaan. Nu de aangeboden regeling voorziet in een lagere uitkering dan de volledige vordering, staat het belang van Yellowbrick, MAK Incasso, Sunda Food en JIMDO GMBH bij hun weigering vast.
De rechtbank ziet zich gesteld voor het beantwoorden van de vraag of Yellowbrick, MAK Incasso, Sunda Food en JIMDO GMBH in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling hebben kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat zij hebben bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van verzoeker of de overige schuldeisers die door de weigering worden geschaad.
De rechtbank stelt allereerst vast dat de vorderingen van Yellowbrick, MAK Incasso, Sunda Food en JIMDO GMBH een gering aandeel vormen in de totale schuldenlast van 2,5%.
Een ruime meerderheid van de schuldeisers, namelijk vierendertig van de achtendertig schuldeisers, is met de aangeboden regeling akkoord gegaan.
De rechtbank stelt ook vast dat het voorstel is getoetst door een deskundige en onafhankelijke partij, te weten Geldplein Rotterdam.
De rechtbank is van oordeel dat het voorstel het uiterste is waartoe verzoeker in staat moet worden geacht. Uit het verzoekschrift en het verhandelde ter zitting is gebleken dat verzoeker beschikt over een fulltime baan, op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Verzoeker heeft ter zitting verklaard dat zijn contract is verlengd tot 1 juni 2026. Dat betekent dat verzoeker reeds voldoet aan de in de schuldsaneringsregeling bestaande werkverplichting voor 36 uur per week. Ter zitting en naar aanleiding van nader opgevraagde stukken is gebleken dat het salaris van verzoeker is toegenomen ten opzichte van het salaris dat als uitgangspunt is genomen in de VTLB-berekening van schuldhulpverlening (en die ten grondslag ligt aan het aangeboden saneringskrediet). Uit de nadere berichten van schuldhulpverlening is voorts gebleken dat de leefsituatie van verzoeker is gewijzigd ten opzichte van de situatie per datum van het verzoekschrift. De rechtbank stelt vast dat schuldhulpverlening het aanbod aan de schuldeisers, op basis van de gewijzigde inkomens- en leefsituatie, vervolgens heeft verhoogd. Het saneringskrediet zal niet worden gebaseerd op een afloscapaciteit van € 454,49 maar op een afloscapaciteit van € 561,18. Dit betekent dat alle schuldeisers (ook wanneer wordt uitgegaan van de verhoogde vordering van Qredits MicroFinanciering) meer uitgekeerd krijgen dan het aanbod van 3 december 2024 (waarmee een groot deel van de schuldeisers al akkoord was gegaan) is voorzien. De rechtbank vertrouwt er daarom op dat de schuldeisers die reeds hebben ingestemd met de schuldenregeling, eveneens akkoord gaan met het aangepaste (verhoogde) aanbod.
De rechtbank merkt nog op dat uit de nagezonden stukken is gebleken dat de in de nieuwe VTLB-berekening opgenomen bedragen voor huur- en zorgtoeslag niet overeenkomen met de onderliggende stukken. De rechtbank acht het echter aannemelijk dat deze afwijkingen niet uitpakken in het nadeel van de schuldeisers nu er van een te hoog bedrag aan ontvangen Toeslagen lijkt te zijn uitgegaan in de VTLB-berekening.
Naar verwachting zal de uitwerking van het (verhoogde) voorstel een gunstiger resultaat hebben voor de schuldeisers dan in de situatie dat de schuldsaneringsregeling op verzoeker van toepassing zou zijn, zoals subsidiair verzocht. Immers, de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling zal aanzienlijke kosten met zich brengen, bestaande uit salaris voor de bewindvoerder en griffierecht, die in mindering komen op hetgeen verzoeker zou kunnen afdragen in de schuldsaneringsregeling. Dat betekent dat toepassing van de schuldsaneringsregeling de schuldeisers minder zou opleveren dan bij het akkoord wordt aangeboden. Daar komt nog bij dat een eventuele bate voor de schuldeisers pas aan het einde van de schuldsaneringsregeling wordt uitgekeerd, terwijl de aangeboden regeling erin voorziet dat het aangeboden bedrag ineens en op korte termijn betaalbaar wordt gesteld.
Op grond van het voorgaande komt de rechtbank dan ook tot het oordeel dat de belangen van verzoeker die vanuit een stabiele situatie zijn schuldenproblematiek wil oplossen en van de overige schuldeisers die hebben ingestemd met het aanbod, zwaarder wegen dan die van Yellowbrick, MAK Incasso, Sunda Food en JIMDO GMBH, die niet hebben ingestemd.
Het verzoek om Yellowbrick, MAK Incasso, Sunda Food en JIMDO GMBH te bevelen in te stemmen met de schuldregeling wordt daarom toegewezen.
Yellowbrick, MAK Incasso, Sunda Food en JIMDO GMBH zullen als de in het ongelijk gestelde partijen worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Nu voor het onderhavige verzoekschrift geen griffierecht verschuldigd is en verzoeker niet is bijgestaan door een advocaat, worden de kosten begroot op nihil.
De rechtbank stelt vast dat er thans een gedwongen schuldregeling is afgekondigd, die in de plaats komt van de vrijwillige instemming van de schuldeisers. Hieruit volgt dat verzoeker zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden en dat hij niet verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen zodat het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal worden afgewezen.
Dictum
De rechtbank:
- beveelt Yellowbrick, MAK Incasso, Sunda Food en JIMDO GMBH om in te stemmen met de door verzoeker aangeboden schuldregeling;
- veroordeelt Yellowbrick, MAK Incasso, Sunda Food en JIMDO GMBH in de kosten van deze procedure, aan de zijde van verzoeker begroot op nihil;
- bepaalt dat dit vonnis in de plaats treedt van de vrijwillige instemming;
- wijst het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af;
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.G.E. Prenger, rechter, en in aanwezigheid van mr. J.A. Kuijvenhoven, griffier, in het openbaar uitgesproken op 24 april 2025.
De griffier is buiten staat dit
vonnis mede te ondertekenen
Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.