Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-04-17
ECLI:NL:RBROT:2025:12356
Civiel recht; Insolventierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,743 tokens
Inleiding
Rechtbank Rotterdam
Team insolventie
rekestnummer: [nummer]
uitspraakdatum: 17 april 2025
afwijzen gedwongen schuldregeling
in de zaak van:
[verzoekster]
,
wonende op een bij de rechtbank bekend geheim adres te [plaats] ,
verzoekster.
Procesverloop
Verzoekster heeft op 17 januari 2025, tezamen met een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, een verzoek ingevolge artikel 287a lid 1 Faillissementswet ingediend om één schuldeiser, te weten:
- Van Oppen Advocaten (hierna: Van Oppen Advocaten);
die weigert mee te werken aan een door verzoekster aangeboden schuldregeling, te bevelen in te stemmen met deze schuldregeling.
Ter zitting van 10 april 2025 zijn verschenen en gehoord:
verzoekster;
de heer M. El Joghrafi, werkzaam bij JM Bewind B.V. (hierna: beschermingsbewindvoerder);
mevrouw [persoon A] , werkzaam bij Van Oppen Advocaten (hierna: Van Oppen Advocaten).
De uitspraak is bepaald op heden.
2Het verzoek
Verzoekster heeft volgens het ingediende verzoekschrift drie concurrente schuldeisers. Deze schuldeisers hebben in totaal een bedrag van € 3.421,12 van verzoekster te vorderen.
Verzoekster heeft bij brief van 12 september 2024 een schuldregeling aangeboden aan haar schuldeisers, waarbij geen uitdeling zal plaatsvinden aan de concurrente schuldeisers, maar waarbij wel finale kwijting zou moeten worden verleend door de schuldeisers.
Het aangeboden akkoord heeft de volgende inhoud en achtergrond. De aangeboden regeling is gebaseerd op de NVVK-norm. De afloscapaciteit van verzoekster is gebaseerd op een berekening van het vrij te laten bedrag op basis van ongewijzigde voortzetting van haar Participatiewet-uitkering (en Toeslagen). In het aanbod is vermeld dat verzoekster tijdelijk is ontheven van de sollicitatieverplichting, tot 30 april 2025. De reden hiervan is de psychosociale-problematiek waar verzoekster mee kampt. Ter zitting heeft verzoekster te kennen gegeven dat zij momenteel niet onder behandeling is bij een psycholoog. Verzoekster is op zoek naar een nieuwe behandelaar. Verzoekster heeft zich op het standpunt gesteld dat het aanbod het maximaal haalbare is. Verzoekster heeft sinds de aanmelding bij schuldhulpverlening geen nieuwe schulden of achterstanden meer laten ontstaan en haar vaste lasten worden inmiddels door haar beschermingsbewindvoerder voldaan.
Twee schuldeisers stemmen met de aangeboden schuldregeling in. Van Oppen Advocaten stemt hier niet mee in. Zij heeft een vordering van € 1.149,40 op verzoekster.
3Het verweer
In de contacten met schuldhulpverlening heeft Van Oppen Advocaten te kennen gegeven dat zij geen kwijtschelding zal verlenen voor het openstaande bedrag. Bij het verzenden van de facturen heeft Van Oppen Advocaten aangegeven dat er bijzondere bijstand moest worden aangevraagd. Indien verzoekster de gegeven instructies had gevolgd, hadden de facturen middels bijzondere bijstand kunnen worden voldaan. Van Oppen Advocaten heeft ter zitting verklaard bereid te zijn te wachten totdat verzoekster over de financiële middelen beschikt om het bedrag terug te betalen. Om die reden kan zij niet inzien waarom de schuld als problematisch wordt aangemerkt. Van Oppen Advocaten heeft verklaard, dat zij verzoekster al enkele jaren kent en merkt dat het veel beter met haar gaat. Van Oppen Advocaten verwacht dan ook dat verzoekster binnen de termijn van de schuldenregeling weer in staat zal zijn om betaalde arbeid te verrichten. Van Oppen Advocaten merkt daarbij op dat verzoekster een opleiding tot kapster heeft gedaan en dat er in dit vakgebied veel vacatures beschikbaar zijn.
Beoordeling
Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser in beginsel vrij staat om te verlangen dat 100% van zijn vordering, vermeerderd met rente, wordt voldaan. Nu de aangeboden regeling voorziet in een lagere uitkering dan de volledige vordering, staat het belang van Van Oppen Advocaten bij haar weigering vast.
De rechtbank ziet zich gesteld voor het beantwoorden van de vraag of Van Oppen Advocaten in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling heeft kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat zij heeft bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van verzoekster of de overige schuldeisers die door de weigering worden geschaad.
De rechtbank beantwoordt deze vraag ontkennend en overweegt daartoe als volgt.
Vooropgesteld wordt dat de vordering van Van Oppen Advocaten een aanzienlijk aandeel vormt in de totale schuldenlast (te weten 33,60% daarvan). Gelet daarop zal niet snel kunnen worden geoordeeld dat Van Oppen Advocaten in redelijkheid niet kon weigeren om met de schuldregeling in te stemmen.
De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende aannemelijk is dat het voorstel het uiterste is waartoe verzoekster in staat moet worden geacht. De rechtbank heeft voorafgaand aan de zitting aanvullende stukken opgevraagd, waaronder een beslissing van de gemeente Rotterdam waarin wordt vastgesteld wat de verplichtingen van verzoekster zijn met betrekking tot de sollicitatieverplichting en een recente verklaring van de psycholoog van verzoekster. Deze stukken zijn niet overgelegd. Ook na de zitting heeft de rechtbank de opgevraagde informatie niet ontvangen. Uit het verzoekschrift en het verhandelde ter zitting is dan ook onvoldoende duidelijk geworden dat verzoekster niet in staat zou zijn om (minimaal) 36 uur per week te werken. In het wsnp-verzoekschrift is bovendien vermeld dat er voor 0 uur in de week een ontheffing is verleend. De ontheffing die is vermeld in de aanbodbrief, is niet bij het dossier gevoegd. Er zijn ook geen andere (medische) stukken waaruit kan worden afgeleid dat er belemmeringen zijn om te werken. De rechtbank kan dus niet zonder meer vaststellen dat de huidige afloscapaciteit van verzoekster blijvend is en acht het aanbod daarom niet het maximaal haalbare.
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de belangen van Van Oppen Advocaten als weigerende schuldeiser zwaarder wegen dan die van verzoekster of de overige schuldeisers. Het verzoek om Van Oppen Advocaten te bevelen in te stemmen met de door verzoekster aangeboden schuldregeling wordt daarom afgewezen.
Dictum
De rechtbank:
- wijst af het verzoek om een gedwongen schuldregeling te bevelen.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.G.E. Prenger, rechter, en in aanwezigheid van mr. J.A. Kuijvenhoven, griffier, in het openbaar uitgesproken op 17 april 2025.