Rechtspraak Rechtbank Rotterdam 2025-08-28
ECLI:NL:RBROT:2025:12302
RECHTBANK ROTTERDAM locatie Dordrecht zaaknummer: 11652312 \ CV EXPL 25-1562 datum uitspraak: 28 augustus 2025 (bij vervroeging) Vonnis van de kantonrechter in de zaak van [eiser] , woonplaats: [woonplaats] , eiser, gemachtigde: mr. R.J. Michielsen, tegen [gedaagde] , vestigingsplaats: [vestigingsplaats] , gedaagde, gemachtigde: mr. M. van der Chijs. De partijen worden ‘ [eiser] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd. 1 De procedure 1.1. Het dossier bestaat uit de volgende processtukken: de dagvaarding van 4 april 2025, met bijlagen; het antwoord, met bijlagen. 1.2. Op 14 augustus 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken. [eiser] was daarbij aanwezig, bijgestaan door mr. R.J. Michielsen. Namens [gedaagde] was aanwezig [persoon A] , bijgestaan door mr. M. van der Chijs. 2 De beoordeling Wat is de kern? 2.1. [eiser] werkt bij [gedaagde] en stelt zich op het standpunt dat hij een loonvordering heeft op [gedaagde] , omdat [gedaagde] zijn overuren gedurende meerdere jaren niet op de juiste wijze heeft uitbetaald. [gedaagde] is het hier niet mee eens. De kantonrechter wijst de eis van [eiser] af. Hierna wordt uitgelegd waarom. Wat is er gebeurd? 2.2. [gedaagde] is een inspectiebedrijf gespecialiseerd in de inspectie van bulkgoederen, zoals soda-as en natriumbicarbonaat. Medewerkers van [gedaagde] moeten inspecties en controles doen van schepen, zowel in Nederland als in het buitenland. 2.3. [eiser] is op 1 januari 2021 in dienst getreden bij [gedaagde] in de functie van Surveyor. Met ingang van 1 juli 2021 heeft [eiser] een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. In de arbeidsovereenkomst is, voor zover hier van belang, het volgende opgenomen: “ Artikel 2 ARBEIDSTIJD De werknemer treedt in dienst voor een fulltime dienstverband van 40 uur per week verdeeld over 5 dagen. (…) Artikel 17 – OVERWERK Indien de omstandigheden binnen de onderneming overwerk noodzakelijk maken en de werkgever aan werknemer een verzoek richt om overwerk te verrichten, is werknemer verplicht om over te werken. Er is sprake van overwerk wanneer de overeengekomen maandelijkse arbeidsduur wordt overschreven. Dit overwerk zal nimmer leiden tot een blijvende verhoging van het aantal uren per week. 2.4. [eiser] eist dat [gedaagde] wordt veroordeeld om aan hem te betalen € 19.958,47 bruto aan achterstallig loon, bestaande uit overuren, te vermeerderen met 50% wettelijke verhoging (artikel 7:625 BW) en te vermeerderen met de wettelijke rente over het achterstallig loon en de wettelijke verhoging. Ook eist [eiser] dat [gedaagde] wordt veroordeeld in de proceskosten en dat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard. [eiser] behoudt zich het recht voor om een deel van zijn vordering nog te vermeerderen met een overwerkfactor van 150%. Dit moet hij nog nader specificeren. 2.5. [gedaagde] stelt zich op het standpunt dat de eis moet worden afgewezen, omdat de overeengekomen contractuele uren zijn betaald, de gewerkte overuren zijn betaald en van een overwerktoeslag van 150% geen sprake is. [eiser] heeft geen recht op loon 2.6. De kantonrechter volgt [eiser] niet in zijn standpunt dat hij recht heeft op loon wegens te weinig uitbetaalde overuren. Hierna wordt dit toegelicht. 2.7. [eiser] stelt dat hij met [gedaagde] is overeengekomen dat hij 40 uur per week werkt, verdeeld over de dagen maandag tot en met vrijdag. Hij heeft recht op uitbetaling van loon voor 40 uren op deze vijf doordeweekse dagen, afgezien van de vraag of hij op deze dagen te werk wordt gesteld. Als [gedaagde] hem op deze dagen niet te werk stelt, komt dit voor haar risico en moet zij hem op grond van artikel 7:628 BW wel voor 8 uur per dag uitbetalen. Daarnaast heeft [eiser] , naar hij stelt, recht op uitbetaling van overuren als hij op doordeweekse dagen meer dan 8 uur werkt of in het weekend of ’s nachts. Op basis van deze uitgangspunten heeft [gedaagde] 1502,38 uur te weinig loon betaald. 2.8. [gedaagde] stelt dat partijen zijn overeengekomen dat [eiser] in dienst is getreden voor 40 uur per week