Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-07-10
ECLI:NL:RBROT:2025:12059
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
2,475 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/700551 / JE RK 25-1086
Datum uitspraak: 10 juli 2025
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming, Rotterdam-Dordrecht,
hierna te noemen: de Raad, gevestigd te Rotterdam,
over
[minderjarige]
,
geboren op [geboortedatum] 2010 in [plaats 1] , hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder]
,
hierna te noemen: de moeder, wonende in [plaats 2] ,
advocaat: mr. I.K. Oosterveen, kantoorhoudende te Rotterdam,
[de vader]
,
hierna te noemen: de vader, wonende in [plaats 1] .
De kinderrechter merkt als informant aan:
de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, hierna te noemen de GI.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 30 mei 2025, ontvangen op diezelfde datum;
de reactie van de moeder op het raadsrapport van 3 juni 2025, ontvangen op diezelfde datum.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 10 juli 2025. Daarbij waren aanwezig:
de moeder met haar advocaat;
de vader;
- een vertegenwoordiger van de Raad, [vertegenwoordiger 1] ;
- een vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (hierna: de GI), [vertegenwoordiger 2] .
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
Feiten
2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] woont bij haar vader.
3Het verzoek
3.1.
De Raad verzoekt [minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] binnen het netwerk, te weten bij de vader met gezag te verlenen voor de duur van zes maanden.
De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De Raad handhaaft het verzoek tijdens de mondelinge behandeling en licht het – onder verwijzing naar het verzoekschrift – nader toe. Er bestaan veel zorgen om het welzijn en de ontwikkeling van [minderjarige] . [minderjarige] heeft last van onverwerkte trauma’s, waaronder de mishandeling op school, de echtscheidingsproblematiek tussen de ouders en haar ziekenhuisopname in Bulgarije. Zij gaat al meer dan twee jaar niet naar school, vertoont zelfbepalend gedrag en houdt de inzet van hulpverlening af. Daarbij heeft [minderjarige] Diabetes Type 1, maar doet zij weinig om haar gezondheid te behouden en/of te verbeteren. De betrokkenheid van de GI is de aankomende periode van belang, zodat voor [minderjarige] passende hulpverlening kan worden ingezet. Daarbij dient voor de ouders systemische hulpverlening te worden ingezet, gericht op het verbeteren van de onderlinge communicatie. Indien de ouders ter zitting met elkaar overeenkomen dat de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] van de moeder naar de vader wordt gewijzigd, dan is naast de ondertoezichtstelling van [minderjarige] geen machtiging tot uithuisplaatsing bij de vader nodig.
4De standpunten
4.1.
De GI brengt tijdens de mondelinge behandeling naar voren dat nog onduidelijk is of voor het gezin gelijk een vaste jeugdbeschermer beschikbaar is. Mocht dit nog niet het geval zijn, dan is er een speciaal team voor hen beschikbaar die de regie gaat voeren, die aanmeldingen kan doen voor de inzet van hulpverlening en verdere stappen kan zetten. De ouders zullen hiertoe gelijk na de uitspraak worden uitgenodigd voor de teamtafel.
4.2.
Door en namens de moeder wordt tijdens de mondelinge behandeling ingestemd met het verzoek van de Raad, voor zover dit ziet op het onder toezicht stellen van [minderjarige] . De moeder is het eens met de geuite zorgen van de Raad. [minderjarige] gaat al ruim twee jaar niet naar school, heeft een verstoord dag- en nachtritme en is sociaal geïsoleerd. Ze krijgt hierdoor een vertekend beeld van de werkelijkheid en dat beeld kan ze ook nergens aan toetsen. [minderjarige] verzacht haar pijn door het roken van wiet. Tot nu toe is het niet gelukt om voor [minderjarige] passende hulpverlening in te zetten. De moeder hoopt dat de betrokkenheid van de GI hierin helpend kan zijn en dat [minderjarige] haar trauma’s leert verwerken. Ook staat zij achter de inzet van systemische therapie voor de ouders en het wijzigen van de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij de moeder naar de vader. Op deze manier is naast de ondertoezichtstelling geen machtiging tot uithuisplaatsing bij de vader nodig.
4.3.
De vader brengt tijdens de mondelinge behandeling naar voren dat hij het lastig vindt om te zien dat het niet goed gaat met [minderjarige] . Hij probeert haar daarom zo veel mogelijk mee naar buiten te nemen en onder de mensen te krijgen. De vader heeft [minderjarige] aangemeld bij een nieuwe school. Hij hoopt dat [minderjarige] hier in september naartoe kan gaan en dat dan ook alle andere zorgen om haar zullen verminderen. De vader ziet in dat [minderjarige] behandeling nodig heeft. Echter, voordat [minderjarige] onder toezicht wordt gesteld wil de vader kijken hoe de aanmelding bij de nieuwe school verloopt. Wel is hij bereid om mee te werken aan de inzet van systemische hulpverlening, als dit voor [minderjarige] helpend is. Daarbij kan de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] worden gewijzigd, zodat een machtiging tot uithuisplaatsing bij de vader niet nodig is.
Beoordeling
5.1.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat [minderjarige] ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd. Zij heeft last van trauma’s uit het verleden en de aanhoudende echtscheidingsproblematiek tussen de ouders, waardoor zij al ruim twee jaar niet naar school gaat, zelfbepalend gedrag vertoont en de inzet van hulpverlening afhoudt. Het is van belang dat zowel voor [minderjarige] als voor de ouders passende hulpverlening wordt ingezet en dat zij hier actief aan meewerken. Hiertoe is van belang dat de GI de aankomende periode betrokken raakt, om de regie te voeren en verdere stappen te zetten.
5.2.
Gelet op het voorgaande is de kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter zal [minderjarige] daarom onder toezicht stellen voor de duur van een jaar.
5.3.
Een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] is naast de ondertoezichtstelling niet nodig, nu de ouders de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] ter zitting in onderling overleg hebben gewijzigd van de moeder naar de vader. De kinderrechter zal dit verzoek daarom afwijzen.
5.4.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, voor zover deze ziet op de ondertoezichtstelling van [minderjarige] . Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
Dictum
De kinderrechter:
6.1.
stelt [minderjarige] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond met ingang van 10 juli 2025 tot 10 juli 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
6.3.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2025 door mr. D.I. Hendriks-van Wel, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.L.N. Snijder als griffier, en op schrift gesteld op 16 juli 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Artikel 1:255 BW.