Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-07-10
ECLI:NL:RBROT:2025:12056
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
2,702 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummers: C/10/700724 / JE RK 25-1105 en C/10/700727 / JE RK 25-1106
Datum uitspraak: 10 juli 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en een machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaken van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
hierna te noemen: de GI, gevestigd te Rotterdam,
over
[minderjarige 1]
,
geboren op [geboortedatum 1] 2009 in [plaats 1] , hierna te noemen: [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2]
,
geboren op [geboortedatum 2] 2014 in [plaats 2] , hierna te noemen: [minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder]
,
hierna te noemen: de moeder, wonende in [plaats 3] ,
advocaat: mr. J. Oversluizen, kantoorhoudende te Rotterdam,
[de vader]
,
hierna te noemen: de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 3 juni 2025, ontvangen op diezelfde datum, ingeschreven onder zaaknummer C/10/700724 / JE RK 25-1105;
het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 3 juni 2025, ontvangen op diezelfde datum, ingeschreven onder zaaknummer C/10/700727 / JE RK 25-1106;
de briefrapportage van de GI van 4 juli 2025, ontvangen op diezelfde datum;
de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 2 augustus 2024, ingeschreven onder zaaknummers C/10/670997 / FA RK 23-9343 en C/10/675752 / FA RK 24-2118, geraadpleegd ter zitting op 10 juli 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 10 juli 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder met haar advocaat;
- een vertegenwoordiger van de GI, [vertegenwoordiger] .
1.3.
De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader wel juist is opgeroepen.
1.4.
De kinderrechter heeft [minderjarige 1] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige 1] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige 1] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
Feiten
2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
2.2.
[minderjarige 1] woont bij de moeder en [minderjarige 2] woont bij de vader.
2.3.
Bij beschikking van 24 oktober 2024 is [minderjarige 1] onder toezicht gesteld tot 24 oktober 2025.
2.4.
Bij beschikking van 30 augustus 2024 is [minderjarige 2] onder toezicht gesteld tot 30 augustus 2025.
3De verzoeken
Het verzoek met zaaknummer C/10/700724 / JE RK 25-1105
3.1.
De GI verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van de ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Het verzoek met zaaknummer C/10/700727 / JE RK 25-1106
3.2.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4De standpunten
4.1.
De GI brengt tijdens de mondelinge behandeling ten aanzien van het verzoek met zaaknummer C/10/700724 / JE RK 25-1105 naar voren dat een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder op dit moment niet nodig is, omdat eerst moet worden onderzocht hoe zijn verblijf bij de moeder verloopt. Dat gaat momenteel goed en bekeken zal worden of hij daar kan blijven wonen. Ter zitting is gebleken dat de voorlopige hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1] nog bij de moeder is bepaald, dus een machtiging tot uithuisplaatsing bij haar is ook niet nodig.
Daarnaast wijzigt de GI het verzoek met zaaknummer C/10/700727 / JE RK 25-1106 tijdens de mondelinge behandeling, in die zin dat wordt verzocht de ondertoezichtstelling van [minderjarige 2] te verlengen tot 24 oktober 2025 en het overig verzochte af te wijzen. Op deze manier loopt de maatregel gelijk met die van zijn broers en zussen, zodat meer overzicht ontstaat en de zaken in het vervolg gezamenlijk kunnen worden behandeld. Voor de toelichting op de noodzaak van de ondertoezichtstelling van [minderjarige 2] verwijst de GI naar de briefrapportage van 4 juli 2025. De betrokkenheid van de GI is de aankomende periode nog nodig, om de opvoedsituaties van allebei de ouders te onderzoeken en om passende hulpverlening in te zetten. Inmiddels is Rondom Thuis vanuit Enver bij de ouders betrokken, om de bestaande problemen vanaf de kern aan te pakken en uiteindelijk een brug te vormen tussen de ouders. Allebei de ouders staan hiervoor open.
4.2.
Door en namens de moeder wordt tijdens de mondelinge behandeling verzocht om het verzoek met zaaknummer C/10/700724 / JE RK 25-1105 af te wijzen. Er loopt nog een procedure bij de rechtbank over het bepalen van het definitieve hoofdverblijf van de kinderen en de daarbij horende zorgregeling. Op 2 augustus 2024 is de voorlopige verblijfplaats van alle kinderen – en dus ook van [minderjarige 1] – bij de moeder bepaald. Totdat dit verandert is een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] bij de moeder niet nodig.
Door en namens de moeder wordt daarnaast tijdens de mondelinge behandeling ingestemd met het (door de GI gewijzigde) verzoek met zaaknummer C/10/700727 / JE RK 25-1106. Er bestaan nog veel zorgen om de kinderen en het is belangrijk dat hiertoe hulpverlening betrokken blijft. De moeder staat open voor de inzet van Rondom Thuis.
Beoordeling
Ten aanzien van het verzoek met zaaknummer C/10/700724 / JE RK 25-1105
5.1.
Tijdens de zitting is gebleken dat er op dit moment geen sprake is van een plaatsing van [minderjarige 1] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder. Bovendien is op 2 augustus 2024 in het kader van de voorlopige voorzieningen in de echtscheidingsprocedure de voorlopige hoofdverblijfplaats van alle kinderen – en dus ook die van [minderjarige 1] – bij de moeder bepaald. Totdat dit verandert is een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] bij de moeder daarom niet nodig, zoals ter zitting door de GI verzocht. De kinderrechter zal het verzoek van de GI dan ook afwijzen.
Ten aanzien van het verzoek met zaaknummer C/10/700727 / JE RK 25-1106
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat geen verweer wordt gevoerd tegen het gewijzigde verzoek van de GI. Het is duidelijk dat er nog zorgen bestaan om het welzijn en de ontwikkeling van [minderjarige 2] . Het is belangrijk dat de GI de aankomende periode betrokken blijft om hiertoe passende hulpverlening in te zetten en regie te voeren. Het is positief dat Rondom Thuis vanuit Enver inmiddels betrokken is en dat allebei de ouders hiervoor open staan. De kinderrechter hoopt dat deze positieve lijn kan worden voortgezet.
5.3.
Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van [minderjarige 2] – zoals tijdens de mondelinge behandeling door de GI is verzocht – enkel verlengen tot 24 oktober 2025 en het overig verzochte afwijzen. Op deze manier loopt de maatregel gelijk met die van zijn broers en zussen, zodat meer overzicht ontstaat en de zaken in het vervolg gezamenlijk kunnen worden behandeld.
5.4.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
Dictum
De kinderrechter:
Ten aanzien van het verzoek met zaaknummer C/10/700724 / JE RK 25-1105
6.1.
wijst het verzoek af;
Ten aanzien van het verzoek met zaaknummer C/10/700727 / JE RK 25-1106
6.2.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 2] tot 24 oktober 2025;
6.3.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
6.4.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2025 door mr. D.I. Hendriks-van Wel, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.L.N. Snijder als griffier, en op schrift gesteld op 15 juli 2025
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Artikel 1:260 BW.