Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-07-03
ECLI:NL:RBROT:2025:12052
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
3,518 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/701200 / JE RK 25-1181
Datum uitspraak: 3 juli 2025
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling en een machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming, Rotterdam-Dordrecht,
hierna te noemen: de Raad, gevestigd te Rotterdam,
over
[minderjarige]
,
geboren op [geboortedatum] 2012 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] ,
advocaat: mr. W.J.J. Trooster, kantoorhoudende te Vlaardingen.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder]
,
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] ,
[naam vader]
,
hierna te noemen: de vader, wonende in Turkije,
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
hierna te noemen: de GI, gevestigd te Amsterdam.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
het gerectificeerde verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 11 juni 2025, ontvangen op 20 juni 2025;
de instemmingsverklaring van de gedragswetenschapper van 23 juni 2025, ontvangen op diezelfde datum.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 3 juli 2025. Daarbij waren aanwezig:
[minderjarige] met zijn advocaat;
de moeder;
de vader, via een digitale verbinding;
een vertegenwoordiger van de Raad, [naam 1] ;
- een vertegenwoordiger van de GI, [naam 2] .
1.3.
Aangezien de vader de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig is, maar wel de Turkse taal, heeft de kinderrechter het verhoor doen plaatsvinden met bijstand van [naam 3] , tolk in de Turkse taal. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de tolk is beëdigd overeenkomstig het bepaalde in artikel 12 van de Wet beëdigde tolken en vertalers.
1.4.
De kinderrechter heeft voorafgaand aan de zitting een gesprek gevoerd met [minderjarige] , in aanwezigheid van zijn advocaat.
Feiten
2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] verblijft op een gesloten groep bij Schakenbosch.
2.3.
Bij beschikking van 9 april 2025 is [minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld tot 9 juli 2025. Bij diezelfde beschikking heeft de kinderrechter een spoedmachtiging tot gesloten jeugdhulp van [minderjarige] verleend tot 7 mei 2025. Het overig verzochte is aangehouden.
2.4.
Bij beschikking van 16 april 2025 heeft de kinderrechter een machtiging tot gesloten jeugdhulp van [minderjarige] verleend tot 9 juli 2025.
3Het verzoek
3.1.
De Raad verzoekt [minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en een machtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van zes maanden.
3.2.
De Raad handhaaft het verzoek tijdens de mondelinge behandeling en licht dat als volgt toe. Er bestaan al langere tijd zorgen om het welzijn en de ontwikkeling van [minderjarige] . Het is belangrijk dat de komende periode aan specifieke doelen wordt gewerkt en dat het gedrag van [minderjarige] en zijn betrokkenheid bij de organisatie 764 verder wordt onderzocht. Dit is een vreselijk zorgelijke organisatie waarbij (kwetsbare) jongeren bewogen worden tot extremistische en agressieve gedragingen en handelingen waarmee anderen in gevaar worden gebracht. [minderjarige] is in de macht gekomen van dit netwerk. Dit is al zo ver gegaan dat hij daadwerkelijk dingen in opdracht heeft gedaan, zoals het mishandelen van zijn kat. Het Landelijk Steunpunt Extremisme (hierna: LSE) is inmiddels betrokken en er is Psychomotorische therapie (hierna: PMT) gestart. Binnenkort zal ook systeemtherapie starten en een persoonlijkheidsonderzoek vanuit Fivoor worden gedaan. De betrokkenheid van de GI is, gelet op alles wat nog staat te gebeuren, het aankomende jaar noodzakelijk. Een terugplaatsing van [minderjarige] bij de moeder is, in ieder geval de aankomende zes maanden, nog niet mogelijk. [minderjarige] zou in deze periode wel kunnen starten met weekendverloven bij de moeder, zodat kan worden bekeken hoe dit verloopt en verdere stappen kunnen worden overwogen.
4De standpunten
4.1.
De GI brengt tijdens de mondelinge behandeling naar voren dat er nog veel moet gebeuren, voordat de betrokkenheid van de GI en de machtiging tot gesloten jeugdhulp van [minderjarige] niet meer nodig zijn. De inzet van hulpverlening en het doen van onderzoek bevindt zich nog in de beginfase en het is belangrijk om te bekijken hoe dit verder verloopt. De GI heeft liever dat de aankomende zes maanden wordt toegewerkt naar een veilige terugplaatsing van [minderjarige] bij de moeder dan dat de aankomende drie maanden wordt toegewerkt naar een plaatsing van [minderjarige] in een open setting, waar meer risico’s voor [minderjarige] bestaan.
4.2.
Door en namens [minderjarige] wordt tijdens de mondelinge behandeling ingestemd met het verzoek van de Raad, voor zover dit ziet op de ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar. [minderjarige] heeft spijt van wat hij heeft gedaan en ziet in dat hulpverlening voor hem nodig is. [minderjarige] begrijpt ook dat hij nog niet gelijk bij de moeder kan worden teruggeplaatst. Het verlenen van een machtiging tot gesloten jeugdhulp voor de duur van zes maanden is voor hem echter erg lang. Bovendien is een machtiging tot gesloten jeugdhulp bedoeld voor minderjarigen die zich onttrekken aan de inzet van hulpverlening, wat bij [minderjarige] niet aan de orde is. [minderjarige] heeft in korte tijd grote positieve stappen gezet. Het is beter om de machtiging tot gesloten jeugdhulp voor de duur van drie maanden te verlengen en tegen die tijd te kijken of de overig verzochte duur van drie maanden nog nodig is. Mocht een terugplaatsing van [minderjarige] bij de moeder dan nog niet mogelijk zijn, kan hij eventueel wel doorstromen naar een open setting.
4.3.
De moeder stemt tijdens de mondelinge behandeling in met het verzoek van de Raad, voor zover dit ziet op de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van een jaar. Zij verzoekt de machtiging tot gesloten jeugdhulp echter te verlenen voor een kortere duur dan door de Raad is verzocht, namelijk voor de duur van drie maanden en het overig verzochte aan te houden. De moeder heeft het liefst dat [minderjarige] weer gelijk bij haar kan wonen, en het is moeilijk voor haar om daar niet meteen om te vragen. Zij maakt zich echter zulke grote zorgen over het netwerk waarin [minderjarige] betrokken is geraakt en het feit dat hij daar maar moeilijk van loskomt, dat zij het eens is met de gesloten plaatsing. Het is van belang dat voor hem passende hulpverlening wordt ingezet en dat voor het gezin systeemtherapie wordt gestart. De moeder vreest dat er anders een terugval zal plaatsvinden in het gedrag van [minderjarige] .
4.4.
De vader brengt tijdens de mondelinge behandeling naar voren dat [minderjarige] de laatste jaren vrienden heeft gehad die een negatieve invloed op hem hadden. Dit wil de vader liever niet hebben.
Beoordeling
5.1.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat er al lange tijd zorgen bestaan om het welzijn en de ontwikkeling van [minderjarige] . [minderjarige] is betrokken geraakt bij de organisatie 764, die gekenmerkt wordt door extreem geweld en jongeren daartoe aanzet. Jongeren worden, wanneer zij eenmaal in de macht zijn van dit netwerk, gechanteerd om geweld te plegen en daar filmpjes van te maken. [minderjarige] is een concreet voorbeeld van waar dit toe kan leiden. Hij heeft zeer zorgelijk gedrag vertoond. De kinderrechter heeft met hem gesproken over wat hij met zijn kat heeft gedaan. Het was meer dan zichtbaar dat het [minderjarige] heel veel heeft gedaan dat hij werd gechanteerd om iets afschuwelijks te doen. Met deze voorgeschiedenis is hij in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp geplaatst. Hoewel [minderjarige] aangeeft dat hij niets meer met de organisatie 764 te maken wil hebben en hij hierin de afgelopen periode voorzichtige positieve stappen heeft gezet, lukt het hem niet om hier volledig van weg te blijven. De kinderrechter heeft met [minderjarige] besproken dat er ook mensen zijn op deze wereld die allesbehalve het beste met hem voor hebben. Er zijn mensen die andere mensen hele nare en verschrikkelijke dingen laten doen. Het is ontzettend belangrijk dat [minderjarige] gaat leren hoe hij gezonde keuzes gaat maken, dat hij goede vrienden kiest en geen dingen doet waarmee hij anderen of zichzelf pijn doet. Het is van belang dat het gedrag van [minderjarige] en zijn betrokkenheid bij de organisatie 764 de aankomende periode verder wordt onderzocht, dat voor hem passende hulpverlening wordt ingezet en de moeder de juiste ondersteuning en begeleiding wordt geboden. De betrokkenheid van de GI is hierbij het aankomende jaar meer dan noodzakelijk. Een terugplaatsing van [minderjarige] bij de moeder, dan wel in een open setting, is gezien de bestaande zorgen echt nog niet aan de orde. Wel kan de aankomende periode worden toegewerkt naar verlofmomenten bij de moeder, zodat kan worden bekeken hoe dit verloopt en verdere stappen kunnen worden overwogen. Daarbij is prioriteit nummer één dat [minderjarige] op geen enkele manier nog doelwit wordt of kan zijn van organisatie 764. Hem moet consequent en structureel uitgelegd worden hoe hij zichzelf hiertegen kan beschermen.
5.2.
Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter zal [minderjarige] daarom onder toezicht stellen voor de duur van een jaar.
5.3.
Ook is de kinderrechter van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die hij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen. De kinderrechter ziet geen aanleiding om de machtiging tot gesloten jeugdhulp te verlenen voor een kortere periode dan is verzocht, omdat er nog veel moet gebeuren en de risico’s op dit moment ontzettend groot zijn. Met deze risico’s bedoelt de kinderrechter dat [minderjarige] verkeerde inschattingen maakt als gevolg waarvan hij tot vreselijke dingen komt. Dat mag niet meer gebeuren. Daarom is er tijd nodig. Tijd die voldoende is om de extreme zorgen te verminderen. De kinderrechter zal daarom een machtiging tot gesloten jeugdhulp van [minderjarige] verlenen voor de duur van zes maanden.
5.4.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, voor zover deze ziet op de ondertoezichtstelling van [minderjarige] . Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
Dictum
De kinderrechter:
6.1.
stelt [minderjarige] onder toezicht van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering met ingang van 9 juli 2025 tot 9 juli 2026;
6.2.
verklaart de beslissing tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
6.3.
verleent een machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 9 juli 2025 tot 9 januari 2026.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2025 door mr. S.J. Huizenga, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.L.N. Snijder als griffier, en op schrift gesteld op 16 juli 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Artikel 1:255 BW.
Artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet (Jw).