Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-07-03
ECLI:NL:RBROT:2025:12050
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
9,338 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummers: C/10/692288 / JE RK 25-47 en C/10/699088 / FA RK 25-3494
Datum uitspraak: 3 juli 2025
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging tot uithuisplaatsing en wijziging zorgregeling
in de zaken van
ten aanzien van zaaknummer C/10/692288 / JE RK 25-47
de Raad voor de Kinderbescherming, Rotterdam-Dordrecht
hierna te noemen: de Raad, gevestigd Rotterdam,
over
[minderjarige 1]
,
geboren op [geboortedatum 1] 2020 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 1] ,
[minderjarige 2]
,
geboren op [geboortedatum 2] 2021 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder]
,
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. F. Pool, kantoorhoudende te Rotterdam,
[naam vader]
,
hierna te noemen: de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M. Verschoor, kantoorhoudende te Rozenburg,
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
hierna te noemen: de GI, gevestigd te Rotterdam,
ten aanzien van zaaknummer C/10/699088 / FA RK 25-3494
[naam vader]
,
hierna te noemen: de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M. Verschoor, kantoorhoudende te Rozenburg,
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder]
,
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. F. Pool, kantoorhoudende te Rotterdam,
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
hierna te noemen: de GI, gevestigd te Rotterdam.
In de raadgevende en/of adviserende rol op grond van artikel 810 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
de Raad voor de Kinderbescherming, Rotterdam-Dordrecht
hierna te noemen: de Raad, gevestigd Rotterdam.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
ten aanzien van zaaknummer C/10/692288 / JE RK 25-47
de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 28 mei 2025 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
de briefrapportage van de GI van 25 juni 2025, ontvangen op diezelfde datum.
ten aanzien van zaaknummer C/10/699088 / FA RK 25-3494
het verzoekschrift met bijlagen van de vader van 6 mei 2025, ontvangen op diezelfde datum;
de geboorteakten van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] , ontvangen op 30 mei 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 3 juli 2025. Daarbij waren aanwezig:
de moeder met mr. M.S. Krol (waarnemend voor mr. F. Pool);
de vader met zijn advocaat;
- een vertegenwoordiger van de Raad, [persoon A] ;
- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon B] .
1.3.
De kinderrechter heeft bijzondere toegang verleend aan [persoon C] , de kantoorgenoot van mr. M.S. Krol.
Feiten
2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] .
2.2.
[voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] wonen bij hun moeder.
2.3.
Bij beschikking van de rechtbank Overijssel van 4 augustus 2022 is in het kader van de echtscheidingsprocedure tussen te ouders een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken bepaald, zoals is opgenomen in het ouderschapsplan. De huidige zorgregeling tussen de vader en de kinderen is als volgt bepaald:
- de kinderen verblijven een weekend per veertien dagen bij de vader, van vrijdag 17:00 uur tot zondag 18:30 uur.
2.4.
Bij beschikking van 6 februari 2025 zijn [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] onder toezicht gesteld tot 6 februari 2025. Het overig verzochte is destijds, maar ook op de zitting van 28 mei 2025 aangehouden.
3De (aangehouden) verzoeken
Het aangehouden verzoek met zaaknummer C/10/692288 / JE RK 25-47
3.1.
De Raad heeft verzocht [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar. De Raad heeft tevens verzocht een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] in een voorziening voor pleegzorg te verlenen voor de duur van zes maanden. Bij beschikking van 6 februari is reeds beslist over de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] voor de duur van een jaar. De beslissing over de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] is destijds aangehouden. In de briefrapportage van de Raad van 9 mei 2025 heeft de Raad het aangehouden verzoek gewijzigd, in die zin dat wordt verzocht een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] in een voorziening voor pleegzorg, te weten in een neutraal pleeggezin, te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling (tot 6 februari 2026). Bij beschikking van 28 mei 2025 is het gewijzigde verzoek van de Raad wederom aangehouden. Er resteert nog een beslissing op het gewijzigde verzoek van de Raad.
Het verzoek met zaaknummer C/10/699088 / FA RK 25-3494
3.2.
De vader verzoekt de bij beschikking van de rechtbank Overijssel bepaalde verdeling van de zorg- en opvoedingstaken voorlopig uit te breiden, waarbij de weekendregeling doorloopt tot maandagochtend, en waarbij de vader de kinderen naar school/het kinderdagverblijf brengt en de moeder de kinderen daar dan weer ophaalt. Wanneer de vader over een andere woonruimte beschikt, kan vervolgens in samenspraak met en onder begeleiding van de GI worden toegewerkt aan een gelijke verdeling van de zorg- en opvoedingstaken in de vorm van een week-op-week-af regeling, waarbij het wisselmoment zal plaatsvinden op vrijdag om 16:00 uur en waarbij de vakantieperiodes gelijkelijk worden verdeeld. In de zomervakantie betekent dit dat de kinderen voor de duur van drie aaneengesloten weken bij elke ouder verblijven.
4De standpunten
4.1.
De Raad trekt het verzoek met zaaknummer C/10/692288 / JE RK 25-47 tijdens de mondelinge behandeling in. Hoewel de GI eerder had moeten handelen is het positief dat binnenkort een gezinsopname voor de moeder, [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] zal plaatsvinden. Een machtiging tot uithuisplaatsing voor de kinderen is in de tussentijd niet nodig, te meer nu de betrokken hulpverlening vanuit Enver – SPAM ter overbrugging betrokken blijft en de kinderen elk weekend van vrijdag tot maandagochtend bij de vader zijn, wat de moeder ontlast. De zorgregeling kan worden gewijzigd, zodat die overeenstemt met de feitelijke situatie. Ook kan worden vastgelegd dat de vakanties gelijk tussen de ouders worden verdeeld. Of het toewerken naar een gelijke verdeling van de zorg- en opvoedingstaken in de vorm van een week-op-week-af regeling voor de kinderen haalbaar is, moet door de GI nog worden onderzocht.
4.2.
De GI brengt tijdens de mondelinge behandeling het volgende naar voren. Een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] is op dit moment niet aan de orde. Het is van belang dat eerst een gezinsopname voor de moeder, [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] plaatsvindt. De GI heeft hen hiertoe aangemeld bij Yulius, maar er bestaat een wachtlijst van ongeveer twaalf weken. Ter overbrugging zal de ingezette hulpverlening vanuit Enver - SPAM betrokken blijven. Daarbij zijn de kinderen inmiddels elk weekend tot maandagochtend bij de vader, zodat de moeder kan worden ontlast.
4.3.
Door en namens de moeder wordt tijdens de mondelinge behandeling het volgende naar voren gebracht. Een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] is niet nodig. Hoewel dit lang heeft geduurd is er inmiddels hulpverlening betrokken. De moeder is bereid om hier zo goed mogelijk aan mee te blijven werken en stappen te zetten. Ook is zij bereid om mee te werken aan de geplande gezinsopname bij Yulius. De kinderen verblijven inmiddels elk weekend van vrijdag tot maandagochtend bij de vader. De moeder vindt dit prettig, omdat zij hierdoor de tijd heeft om tot rust te komen. De moeder stemt ermee in dat de zorgregeling wordt gewijzigd, zodat die klopt met de feitelijke situatie. Ook kan hierin worden opgenomen dat de vakanties gelijk tussen de ouders worden verdeeld. De moeder wil echter niet dat nu al in de zorgregeling een gelijke verdeling van de zorg- en opvoedingstaken wordt bepaald in de vorm van een week-op-week-af regeling. Zij wil de geplande gezinsopname bij Yulius afwachten en de regie vervolgens bij de GI neerleggen. Het is hierbij van belang dat het tempo van de kinderen, meer specifiek het tempo van [voornaam minderjarige 2] , wordt gevolgd. De moeder benadrukt dat zij dit niet vindt omwille van zichzelf. Een gelijkwaardige verdeling moet passen bij de kinderen. Als dat niet zo is, of nog niet duidelijk is, dan moet er niet op de feiten vooruit gelopen worden.
4.4.
Door en namens de vader wordt tijdens de mondelinge behandeling het volgende naar voren gebracht. Hoewel dit in de stukken van de Raad en de GI nauwelijks naar voren komt, is de vader beschikbaar, in staat en bereid om voor de kinderen te zorgen en de moeder te ontlasten. Zo verblijven de kinderen inmiddels elk weekend bij hem, van vrijdag tot maandagochtend. De vader zou graag zien dat de zorgregeling wordt gewijzigd, zodat deze overeenkomt met de huidige feitelijke situatie. Het gevolg daarvan is ook dat hij daarmee een urgentieverklaring voor een sociale huurwoning kan aanvragen. Ook zou de vader graag zien dat in de gewijzigde zorgregeling wordt opgenomen dat de vakanties gelijk tussen de ouders worden verdeeld en dat wordt toegewerkt naar een gelijke verdeling van de zorg- en opvoedingstaken in de vorm van een week-op-week-af regeling. De vader begrijpt dat hierbij het tempo van de kinderen, meer specifiek het tempo van [voornaam minderjarige 2] , moet worden gevolgd. De vader wil niet anders dan handelen vanuit het belang van de kinderen. Hij wil niets wat zij niet – of nog niet – kunnen of willen.
Beoordeling
Ten aanzien van zaaknummer C/10/692288 / JE RK 25-47
5.1.
Nu de Raad het verzoek met zaaknummers C/10/692288 / JE RK 25-47 heeft ingetrokken, kunnen de gronden hiervan niet meer worden onderzocht. Het aangehouden verzoek zal daarom worden afgewezen, voor zover hierop nog niet is beslist.
Ten aanzien van zaaknummer C/10/699088 / FA RK 25-3494
5.2.
Uit het vierde lid van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) in samenhang met het eerste lid van artikel 1:377e BW volgt dat de kinderrechter op verzoek van (een van) de ouders een beslissing inzake de uitoefening van het ouderlijk gezag alsmede een onderling getroffen regeling daarover kan wijzigen, op de grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan.
5.3.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat de ouders
het erover eens zijn dat [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] voorlopig van vrijdagmiddag tot maandagochtend bij de vader verblijven. De vader is zeer betrokken bij de kinderen. Hij is bereid om de verantwoordelijkheid voor hun verzorging en opvoeding op zich te nemen. Hierdoor ontstaat voor de moeder de nodige rust, zodat zij aan zichzelf kan werken en positieve stappen kan zetten. Dat wilde zij al eerder, maar lukte haar niet, omdat het allemaal heel ingewikkeld en zwaar was. Het feit dat de vader een rol van betekenis heeft in het leven van de kinderen en daarbij ook in praktische zin heel veel meer dan eerder opvangt, doet het hele systeem goed. De kinderrechter spreekt haar bewondering uit voor de ouders. Ondanks alle moeilijkheden zijn zij toch in staat elkaar op deze wijze te ondersteunen en elkaar iets te gunnen.
5.4.
Naast de weekendregeling zijn de ouders het er ook over eens dat de vakanties gelijk tussen hen zullen worden verdeeld. De precieze onderlinge verdeling kan met behulp van de GI worden vastgesteld. De ouders weten op die manier het onderlinge overleg te vinden.
5.5.
De moeder heeft ter zitting genuanceerd uitgelegd dat zij zelf wel achter een gelijke verdeling van de zorg- en opvoedingstaken kan staan, maar dat zij dat op dit moment niet op die manier uitdraagt, omdat zij het gevoel heeft dat zij dan niet aansluit bij [voornaam minderjarige 2] . Voor [voornaam minderjarige 1] ligt dat anders. Zij is ouder en kan het erg goed vinden met de vader. [voornaam minderjarige 2] is nog klein en heeft soms moeite met de wisselmomenten. Hoewel de moeder een week-op-week-af regeling zelf wel als doel wil stellen, wil zij dat niet als blijkt dat [voornaam minderjarige 2] dat niet aankan. De kinderrechter heeft daarom op zitting besproken dat de GI de aankomende periode dient te onderzoeken of en in hoeverre een gelijke verdeling mogelijk is en welke stappen hiervoor nodig zijn. Het is van belang dat hierbij te allen tijde het tempo van de kinderen, meer specifiek het tempo van [voornaam minderjarige 2] , wordt gevolgd.
5.6.
Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken zoals vastgesteld door de rechtbank Overijssel als volgt dient te worden gewijzigd:
[voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] verblijven elk weekend bij de vader, van vrijdagmiddag tot maandagochtend. De vader brengt de kinderen op maandagochtend naar school/het kinderdagverblijf en de moeder haalt de kinderen daar weer op;
de vakantieperiodes delen de ouders in overleg, waarbij ieder een gelijk deel met de kinderen doorbrengt;
er zal waar mogelijk, onder de regie van de GI, worden toegewerkt aan een gelijke verdeling van de zorg- en opvoedingstaken in de vorm van een week-op-week-af regeling. Hierbij dient het tempo van de kinderen, meer specifiek het tempo van [voornaam minderjarige 2] , te worden gevolgd.
5.7.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
Dictum
De kinderrechter:
Ten aanzien van zaaknummer C/10/692288 / JE RK 25-47
6.1.
wijst het verzoek af, voor zover hierop nog niet is beslist;
Ten aanzien van zaaknummer C/10/699088 / FA RK 25-3494
6.2.
wijzigt de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken als volgt:
[voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] verblijven elk weekend bij de vader, van vrijdagmiddag tot maandagochtend. De vader brengt de kinderen op maandagochtend naar school/het kinderdagverblijf en de moeder haalt de kinderen daar dan weer op;
de vakantieperiodes delen de ouders in overleg, waarbij ieder een gelijk deel met de kinderen doorbrengt;
er zal waar mogelijk, onder de regie van de GI, worden toegewerkt aan een gelijke verdeling van de zorg- en opvoedingstaken in de vorm van een week-op-week-af regeling. Hierbij dient het tempo van de kinderen, meer specifiek het tempo van [voornaam minderjarige 2] te worden gevolgd;
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2025 door mr. S.J. Huizenga, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.L.N. Snijder als griffier, en op schrift gesteld op 16 juli 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummers: C/10/692288 / JE RK 25-47 en C/10/699088 / FA RK 25-3494
Datum uitspraak: 3 juli 2025
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging tot uithuisplaatsing en wijziging zorgregeling
in de zaken van
ten aanzien van zaaknummer C/10/692288 / JE RK 25-47
de Raad voor de Kinderbescherming, Rotterdam-Dordrecht
hierna te noemen: de Raad, gevestigd Rotterdam,
over
[minderjarige 1]
,
geboren op [geboortedatum 1] 2020 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 1] ,
[minderjarige 2]
,
geboren op [geboortedatum 2] 2021 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder]
,
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. F. Pool, kantoorhoudende te Rotterdam,
[naam vader]
,
hierna te noemen: de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M. Verschoor, kantoorhoudende te Rozenburg,
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
hierna te noemen: de GI, gevestigd te Rotterdam,
ten aanzien van zaaknummer C/10/699088 / FA RK 25-3494
[naam vader]
,
hierna te noemen: de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M. Verschoor, kantoorhoudende te Rozenburg,
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder]
,
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. F. Pool, kantoorhoudende te Rotterdam,
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
hierna te noemen: de GI, gevestigd te Rotterdam.
In de raadgevende en/of adviserende rol op grond van artikel 810 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
de Raad voor de Kinderbescherming, Rotterdam-Dordrecht
hierna te noemen: de Raad, gevestigd Rotterdam.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
ten aanzien van zaaknummer C/10/692288 / JE RK 25-47
de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 28 mei 2025 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
de briefrapportage van de GI van 25 juni 2025, ontvangen op diezelfde datum.
ten aanzien van zaaknummer C/10/699088 / FA RK 25-3494
het verzoekschrift met bijlagen van de vader van 6 mei 2025, ontvangen op diezelfde datum;
de geboorteakten van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] , ontvangen op 30 mei 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 3 juli 2025. Daarbij waren aanwezig:
de moeder met mr. M.S. Krol (waarnemend voor mr. F. Pool);
de vader met zijn advocaat;
- een vertegenwoordiger van de Raad, [persoon A] ;
- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon B] .
1.3.
De kinderrechter heeft bijzondere toegang verleend aan [persoon C] , de kantoorgenoot van mr. M.S. Krol.
Feiten
2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] .
2.2.
[voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] wonen bij hun moeder.
2.3.
Bij beschikking van de rechtbank Overijssel van 4 augustus 2022 is in het kader van de echtscheidingsprocedure tussen te ouders een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken bepaald, zoals is opgenomen in het ouderschapsplan. De huidige zorgregeling tussen de vader en de kinderen is als volgt bepaald:
- de kinderen verblijven een weekend per veertien dagen bij de vader, van vrijdag 17:00 uur tot zondag 18:30 uur.
2.4.
Bij beschikking van 6 februari 2025 zijn [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] onder toezicht gesteld tot 6 februari 2025. Het overig verzochte is destijds, maar ook op de zitting van 28 mei 2025 aangehouden.
3De (aangehouden) verzoeken
Het aangehouden verzoek met zaaknummer C/10/692288 / JE RK 25-47
3.1.
De Raad heeft verzocht [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar. De Raad heeft tevens verzocht een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] in een voorziening voor pleegzorg te verlenen voor de duur van zes maanden. Bij beschikking van 6 februari is reeds beslist over de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] voor de duur van een jaar. De beslissing over de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] is destijds aangehouden. In de briefrapportage van de Raad van 9 mei 2025 heeft de Raad het aangehouden verzoek gewijzigd, in die zin dat wordt verzocht een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] in een voorziening voor pleegzorg, te weten in een neutraal pleeggezin, te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling (tot 6 februari 2026). Bij beschikking van 28 mei 2025 is het gewijzigde verzoek van de Raad wederom aangehouden. Er resteert nog een beslissing op het gewijzigde verzoek van de Raad.
Het verzoek met zaaknummer C/10/699088 / FA RK 25-3494
3.2.
De vader verzoekt de bij beschikking van de rechtbank Overijssel bepaalde verdeling van de zorg- en opvoedingstaken voorlopig uit te breiden, waarbij de weekendregeling doorloopt tot maandagochtend, en waarbij de vader de kinderen naar school/het kinderdagverblijf brengt en de moeder de kinderen daar dan weer ophaalt. Wanneer de vader over een andere woonruimte beschikt, kan vervolgens in samenspraak met en onder begeleiding van de GI worden toegewerkt aan een gelijke verdeling van de zorg- en opvoedingstaken in de vorm van een week-op-week-af regeling, waarbij het wisselmoment zal plaatsvinden op vrijdag om 16:00 uur en waarbij de vakantieperiodes gelijkelijk worden verdeeld. In de zomervakantie betekent dit dat de kinderen voor de duur van drie aaneengesloten weken bij elke ouder verblijven.
4De standpunten
4.1.
De Raad trekt het verzoek met zaaknummer C/10/692288 / JE RK 25-47 tijdens de mondelinge behandeling in. Hoewel de GI eerder had moeten handelen is het positief dat binnenkort een gezinsopname voor de moeder, [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] zal plaatsvinden. Een machtiging tot uithuisplaatsing voor de kinderen is in de tussentijd niet nodig, te meer nu de betrokken hulpverlening vanuit Enver – SPAM ter overbrugging betrokken blijft en de kinderen elk weekend van vrijdag tot maandagochtend bij de vader zijn, wat de moeder ontlast. De zorgregeling kan worden gewijzigd, zodat die overeenstemt met de feitelijke situatie. Ook kan worden vastgelegd dat de vakanties gelijk tussen de ouders worden verdeeld. Of het toewerken naar een gelijke verdeling van de zorg- en opvoedingstaken in de vorm van een week-op-week-af regeling voor de kinderen haalbaar is, moet door de GI nog worden onderzocht.
4.2.
De GI brengt tijdens de mondelinge behandeling het volgende naar voren. Een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] is op dit moment niet aan de orde. Het is van belang dat eerst een gezinsopname voor de moeder, [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] plaatsvindt. De GI heeft hen hiertoe aangemeld bij Yulius, maar er bestaat een wachtlijst van ongeveer twaalf weken. Ter overbrugging zal de ingezette hulpverlening vanuit Enver - SPAM betrokken blijven. Daarbij zijn de kinderen inmiddels elk weekend tot maandagochtend bij de vader, zodat de moeder kan worden ontlast.
4.3.
Door en namens de moeder wordt tijdens de mondelinge behandeling het volgende naar voren gebracht. Een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] is niet nodig. Hoewel dit lang heeft geduurd is er inmiddels hulpverlening betrokken. De moeder is bereid om hier zo goed mogelijk aan mee te blijven werken en stappen te zetten. Ook is zij bereid om mee te werken aan de geplande gezinsopname bij Yulius. De kinderen verblijven inmiddels elk weekend van vrijdag tot maandagochtend bij de vader. De moeder vindt dit prettig, omdat zij hierdoor de tijd heeft om tot rust te komen. De moeder stemt ermee in dat de zorgregeling wordt gewijzigd, zodat die klopt met de feitelijke situatie. Ook kan hierin worden opgenomen dat de vakanties gelijk tussen de ouders worden verdeeld. De moeder wil echter niet dat nu al in de zorgregeling een gelijke verdeling van de zorg- en opvoedingstaken wordt bepaald in de vorm van een week-op-week-af regeling. Zij wil de geplande gezinsopname bij Yulius afwachten en de regie vervolgens bij de GI neerleggen. Het is hierbij van belang dat het tempo van de kinderen, meer specifiek het tempo van [voornaam minderjarige 2] , wordt gevolgd. De moeder benadrukt dat zij dit niet vindt omwille van zichzelf. Een gelijkwaardige verdeling moet passen bij de kinderen. Als dat niet zo is, of nog niet duidelijk is, dan moet er niet op de feiten vooruit gelopen worden.
4.4.
Door en namens de vader wordt tijdens de mondelinge behandeling het volgende naar voren gebracht. Hoewel dit in de stukken van de Raad en de GI nauwelijks naar voren komt, is de vader beschikbaar, in staat en bereid om voor de kinderen te zorgen en de moeder te ontlasten. Zo verblijven de kinderen inmiddels elk weekend bij hem, van vrijdag tot maandagochtend. De vader zou graag zien dat de zorgregeling wordt gewijzigd, zodat deze overeenkomt met de huidige feitelijke situatie. Het gevolg daarvan is ook dat hij daarmee een urgentieverklaring voor een sociale huurwoning kan aanvragen. Ook zou de vader graag zien dat in de gewijzigde zorgregeling wordt opgenomen dat de vakanties gelijk tussen de ouders worden verdeeld en dat wordt toegewerkt naar een gelijke verdeling van de zorg- en opvoedingstaken in de vorm van een week-op-week-af regeling. De vader begrijpt dat hierbij het tempo van de kinderen, meer specifiek het tempo van [voornaam minderjarige 2] , moet worden gevolgd. De vader wil niet anders dan handelen vanuit het belang van de kinderen. Hij wil niets wat zij niet – of nog niet – kunnen of willen.
Beoordeling
Ten aanzien van zaaknummer C/10/692288 / JE RK 25-47
5.1.
Nu de Raad het verzoek met zaaknummers C/10/692288 / JE RK 25-47 heeft ingetrokken, kunnen de gronden hiervan niet meer worden onderzocht. Het aangehouden verzoek zal daarom worden afgewezen, voor zover hierop nog niet is beslist.
Ten aanzien van zaaknummer C/10/699088 / FA RK 25-3494
5.2.
Uit het vierde lid van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) in samenhang met het eerste lid van artikel 1:377e BW volgt dat de kinderrechter op verzoek van (een van) de ouders een beslissing inzake de uitoefening van het ouderlijk gezag alsmede een onderling getroffen regeling daarover kan wijzigen, op de grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan.
5.3.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat de ouders
het erover eens zijn dat [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] voorlopig van vrijdagmiddag tot maandagochtend bij de vader verblijven. De vader is zeer betrokken bij de kinderen. Hij is bereid om de verantwoordelijkheid voor hun verzorging en opvoeding op zich te nemen. Hierdoor ontstaat voor de moeder de nodige rust, zodat zij aan zichzelf kan werken en positieve stappen kan zetten. Dat wilde zij al eerder, maar lukte haar niet, omdat het allemaal heel ingewikkeld en zwaar was. Het feit dat de vader een rol van betekenis heeft in het leven van de kinderen en daarbij ook in praktische zin heel veel meer dan eerder opvangt, doet het hele systeem goed. De kinderrechter spreekt haar bewondering uit voor de ouders. Ondanks alle moeilijkheden zijn zij toch in staat elkaar op deze wijze te ondersteunen en elkaar iets te gunnen.
5.4.
Naast de weekendregeling zijn de ouders het er ook over eens dat de vakanties gelijk tussen hen zullen worden verdeeld. De precieze onderlinge verdeling kan met behulp van de GI worden vastgesteld. De ouders weten op die manier het onderlinge overleg te vinden.
5.5.
De moeder heeft ter zitting genuanceerd uitgelegd dat zij zelf wel achter een gelijke verdeling van de zorg- en opvoedingstaken kan staan, maar dat zij dat op dit moment niet op die manier uitdraagt, omdat zij het gevoel heeft dat zij dan niet aansluit bij [voornaam minderjarige 2] . Voor [voornaam minderjarige 1] ligt dat anders. Zij is ouder en kan het erg goed vinden met de vader. [voornaam minderjarige 2] is nog klein en heeft soms moeite met de wisselmomenten. Hoewel de moeder een week-op-week-af regeling zelf wel als doel wil stellen, wil zij dat niet als blijkt dat [voornaam minderjarige 2] dat niet aankan. De kinderrechter heeft daarom op zitting besproken dat de GI de aankomende periode dient te onderzoeken of en in hoeverre een gelijke verdeling mogelijk is en welke stappen hiervoor nodig zijn. Het is van belang dat hierbij te allen tijde het tempo van de kinderen, meer specifiek het tempo van [voornaam minderjarige 2] , wordt gevolgd.
5.6.
Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken zoals vastgesteld door de rechtbank Overijssel als volgt dient te worden gewijzigd:
[voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] verblijven elk weekend bij de vader, van vrijdagmiddag tot maandagochtend. De vader brengt de kinderen op maandagochtend naar school/het kinderdagverblijf en de moeder haalt de kinderen daar weer op;
de vakantieperiodes delen de ouders in overleg, waarbij ieder een gelijk deel met de kinderen doorbrengt;
er zal waar mogelijk, onder de regie van de GI, worden toegewerkt aan een gelijke verdeling van de zorg- en opvoedingstaken in de vorm van een week-op-week-af regeling. Hierbij dient het tempo van de kinderen, meer specifiek het tempo van [voornaam minderjarige 2] , te worden gevolgd.
5.7.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
Dictum
De kinderrechter:
Ten aanzien van zaaknummer C/10/692288 / JE RK 25-47
6.1.
wijst het verzoek af, voor zover hierop nog niet is beslist;
Ten aanzien van zaaknummer C/10/699088 / FA RK 25-3494
6.2.
wijzigt de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken als volgt:
[voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] verblijven elk weekend bij de vader, van vrijdagmiddag tot maandagochtend. De vader brengt de kinderen op maandagochtend naar school/het kinderdagverblijf en de moeder haalt de kinderen daar dan weer op;
de vakantieperiodes delen de ouders in overleg, waarbij ieder een gelijk deel met de kinderen doorbrengt;
er zal waar mogelijk, onder de regie van de GI, worden toegewerkt aan een gelijke verdeling van de zorg- en opvoedingstaken in de vorm van een week-op-week-af regeling. Hierbij dient het tempo van de kinderen, meer specifiek het tempo van [voornaam minderjarige 2] te worden gevolgd;
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2025 door mr. S.J. Huizenga, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.L.N. Snijder als griffier, en op schrift gesteld op 16 juli 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.