Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-03-27
ECLI:NL:RBROT:2025:11663
Civiel recht; Insolventierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,551 tokens
Inleiding
Rechtbank Rotterdam
Team insolventie
tussentijdse beëindiging
insolventienummer: [nummer]
uitspraakdatum: 27 maart 2025
Bij vonnis van deze rechtbank van 19 december 2024 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van:
[schuldenaar]
,
[adres]
[postcode] [woonplaats],
schuldenaar,
bewindvoerder: [naam].
Procesverloop
De bewindvoerder heeft de rechter-commissaris verzocht de schuldsaneringsregeling voor tussentijdse beëindiging voor te dragen. De rechter-commissaris heeft op 14 februari 2025 met dit verzoek ingestemd.
Bij bericht van 14 maart 2025 heeft de bewindvoerder de laatste stand van zaken aan de rechtbank toegezonden.
Op 20 maart 2025 heeft de bewindvoerder een aanvullend document aan de rechtbank overgelegd.
De bewindvoerder is gehoord ter terechtzitting van 20 maart 2025.
Schuldenaar is, ondanks het feit dat hij behoorlijk is opgeroepen, niet verschenen.
De uitspraak is bepaald op heden.
2De standpunten
Standpunt bewindvoerder
Als grond voor de voordracht van tussentijdse beëindiging is door de bewindvoerder aangevoerd dat schuldenaar de inspanningsplicht, de informatieplicht, de afdrachtplicht en de plicht om geen nieuwe schulden te maken, niet is nagekomen. Schuldenaar informeert de bewindvoerder op geen enkele wijze. De bewindvoerder heeft diverse malen getracht om met verzoeker in contact te komen, hetgeen niet is gelukt. Schuldenaar reageert niet op mails, brieven of telefoongesprekken. Schuldenaar verzuimt om de inkomensspecificaties en de bankafschriften over de periode 19 december 2024 tot en met 12 februari 2025 te overleggen. Door het ontbreken van de benodigde informatie, is de bewindvoerder niet in staat om de afloscapaciteit te berekenen. Schuldenaar heeft geen afdrachten aan de boedel verricht en niet aantoonbaar gesolliciteerd. Het is onduidelijk of schuldenaar eventueel is ontheven van de sollicitatieverplichting door de gemeente Rotterdam of op een andere wijze (deels) arbeidsongeschikt is. Ook is er een nieuwe schuld ontstaan van € 313,50 bij het Zilveren Kruis die ziet op de periode 1 januari 2025 tot 1 maart 2025. De bewindvoerder stelt zich op het standpunt dat de schuldsaneringsregeling tussentijds beëindigd dient te worden nu geen van de kernverplichtingen door schuldenaar worden nagekomen.
Standpunt schuldenaar
Schuldenaar is, ondanks het feit dat hij behoorlijk is opgeroepen, niet verschenen.
Beoordeling
De schuldsaneringsregeling biedt een schuldenaar in een problematische schuldensituatie de mogelijkheid om na achttien maanden een schone lei te verkrijgen. Dit betekent in de voorliggende regeling dat een groot deel van de ingediende vorderingen van € 111.263,83 niet langer opeisbaar is. Tegenover dit perspectief staat een aantal niet lichtvaardig op te vatten verplichtingen. Zo dient de schuldenaar gedurende de toepassing van de regeling onder meer de bewindvoerder gevraagd en ongevraagd te informeren, zijn inkomen boven het vrij te laten bedrag af te dragen aan de boedelrekening en zich aantoonbaar tot het uiterste in te spannen om een fulltime dienstbetrekking te verkrijgen. Hiernaast mogen tijdens de toepassing van de schuldsaneringsregeling geen bovenmatige nieuwe schulden ontstaan. Van de schuldenaar wordt een actieve houding verwacht bij het naleven van voornoemde verplichtingen. De rechtbank oordeelt dat schuldenaar toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de verplichtingen en overweegt daartoe als volgt.
Schuldenaar voldoet niet aan zijn informatieplicht. Ondanks herhaald verzoek heeft schuldenaar de bewindvoerder niet geïnformeerd. Door het ontbreken van de benodigde informatie, is de bewindvoerder niet in staat om de afloscapaciteit te berekenen. Schuldenaar heeft vanaf de aanvang van de wettelijke schuldsaneringsregeling geen afdrachten aan de boedel verricht. Daarnaast heeft schuldenaar niet aantoonbaar gesolliciteerd en is het onduidelijk of schuldenaar eventueel is ontheven van de sollicitatieverplichting door de gemeente Rotterdam of op een andere wijze (deels) arbeidsongeschikt is. Ook heeft schuldenaar een nieuwe schuld laten ontstaan.
Dat bovengenoemde tekortkomingen schuldenaar niet te verwijten zijn, is onvoldoende aannemelijk geworden. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat schuldenaar, in elk geval na de waarschuwingsbrief van de rechter-commissaris van 21 januari 2025, van de verplichtingen van de schuldsaneringsregeling goed op de hoogte moet zijn geweest.
De toepassing van de schuldsaneringsregeling zal daarom worden beëindigd op grond van artikel 350, derde lid, onder c en d, Faillissementswet (hierna: Fw).
De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten vaststellen.
De rechtbank stelt vast dat er geen baten beschikbaar zijn om daaruit vorderingen geheel of gedeeltelijk te voldoen. Er is daarom geen sprake van een faillissement van rechtswege zodra deze uitspraak in kracht van gewijsde gaat.
Dictum
De rechtbank:
- beëindigt de toepassing van de schuldsaneringsregeling;
- stelt het salaris van de bewindvoerder, één en ander inclusief onkosten en omzetbelasting, vast op het aanwezig actief tot een bedrag van maximaal € 2.879,95.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Aukema, rechter, en in aanwezigheid van mr. J.A. Kuijvenhoven, griffier, in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2025.
Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.