Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-05-02
ECLI:NL:RBROT:2025:11525
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
3,320 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/698361 / JE RK 25-809
Datum uitspraak: 2 mei 2025
Beschikking van de kinderrechter over een voorlopige ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht,
hierna te noemen: de Raad, gevestigd in Rotterdam,
over
[minderjarige] ,
geboren op [geboortedatum] 2025 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder] en [naam vader],
hierna te noemen: de moeder en de vader, tezamen: de ouders,
zonder bekende woon- of verblijfplaats,
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
hierna te noemen: de GI, gevestigd in Rotterdam.
1Het verloop van de procedure
1.1.
Het procesverloop blijkt uit de spoedbeschikking van 22 april 2025 en de daaraan ten grondslag liggende stukken.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 2 mei 2025. Daarbij waren aanwezig:
de ouders bijgestaan door een tolk;
een vertegenwoordiger van de Raad, [persoon A] ;
twee vertegenwoordigers van de GI, [persoon B] en [persoon C] .
1.3.
Aangezien de ouders de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig zijn, maar wel de Poolse taal, heeft de kinderrechter het verhoor doen plaatsvinden met bijstand van J.M. Proszkowski, tolk in de Poolse taal. De tolk heeft, alvorens taak aan te vangen, op de bij wet voorgeschreven wijze, de eed afgelegd dat hij zijn taak naar geweten zal vervullen.
Feiten
2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] woont bij de ouders en grootouders (vz).
2.3.
Bij beschikking van 22 april 2025 is [voornaam minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld tot 14 mei 2025. Het overige verzochte is aangehouden.
3Het (aangehouden) verzoek
3.1.
De Raad verzoekt [voornaam minderjarige] voorlopig onder toezicht te stellen voor de duur van drie maanden.
3.2.
Reeds is deels op dit verzoek beslist bij de hierboven vermelde beschikking van 22 april 2025. Thans dient beslist te worden op de periode tot 22 juli 2025.
3.3.
De Raad handhaaft ter zitting het verzoek en licht dit als volgt toe. De voorlopige ondertoezichtstelling is nodig om (meer) duidelijkheid te krijgen over het letsel van [voornaam minderjarige] . [voornaam minderjarige] is een jonge baby en daardoor bijzonder kwetsbaar, waardoor bescherming noodzakelijk is. Positief is dat de ouders openstaan voor hulp en zich meewerkend opstellen.
4Het standpunt van de GI
4.1.
De GI ondersteunt het verzoek van de Raad. De uitslag van de skeletstatus wordt op 9 mei 2025 verwacht, waarna er meer duidelijkheid zal zijn over de mogelijke toedracht. Er is ambulante spoedhulpverlening betrokken bij het gezin, die drie tot vijf keer per week op bezoek komt. De eerste observatie is positief: er is een goede interactie waargenomen tussen [voornaam minderjarige] en de ouders. Het eindgesprek staat gepland voor 12 mei 2025.
5Het standpunt van de ouders
5.1.
De ouders stemmen in met het verzoek. De ouders willen meewerken omdat er helaas een ongeval heeft plaatsgevonden. De ouders willen laten zien dat [voornaam minderjarige] veilig is bij hen en goed verzorgd wordt. In het ziekenhuis werden de ouders gecomplimenteerd over de manier waarop zij met [voornaam minderjarige] omgaan.
Beoordeling
6.1.
Op basis van de stukken en de zitting heeft de kinderrechter het ernstige vermoeden dat de ontwikkeling van [voornaam minderjarige] acuut en ernstig wordt bedreigd. Aan de voorwaarden voor een voorlopige ondertoezichtstelling wordt dus voldaan. De kinderrechter overweegt daartoe het volgende.
6.2.
[voornaam minderjarige] is nog maar een paar maanden oud en werd door de ouders naar het ziekenhuis gebracht omdat zij uit een co-sleeper was gevallen, aldus de ouders. In het ziekenhuis werd geconstateerd dat [voornaam minderjarige] een fractuur in haar schedelbasis had. Op dit moment is nog onvoldoende duidelijk over de toedracht en daarom moet in overweging worden genomen dat het letsel mogelijk ook door toedoen van de ouders kan zijn veroorzaakt. Verder onderzoek is gaande en op 9 mei 2025 wordt de uitslag van de skeletstatus verwacht. Het is positief dat de ouders meewerken aan zowel het onderzoek als de hulpverlening, maar de huidige situatie is dat er letsel is vastgesteld waarvan de oorzaak nog verder onderzocht moet worden. Aangezien [voornaam minderjarige] een jonge en kwetsbare baby is, moet met de grootste zorgvuldigheid worden omgegaan. Daarom verlengt de kinderrechter de voorlopige ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot 22 juli 2025.
Dictum
De kinderrechter:
7.1.
verlengt de voorlopige ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot 22 juli 2025.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 2 mei 2025 door mr. A.M.I. van der Does, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.S.E. Pronk als griffier, en op schrift gesteld op 16 mei 2025.
Artikel 1:255 en 1:257 Burgerlijk Wetboek (BW).
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/698361 / JE RK 25-809
Datum uitspraak: 2 mei 2025
Beschikking van de kinderrechter over een voorlopige ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht,
hierna te noemen: de Raad, gevestigd in Rotterdam,
over
[minderjarige] ,
geboren op [geboortedatum] 2025 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder] en [naam vader],
hierna te noemen: de moeder en de vader, tezamen: de ouders,
zonder bekende woon- of verblijfplaats,
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
hierna te noemen: de GI, gevestigd in Rotterdam.
1Het verloop van de procedure
1.1.
Het procesverloop blijkt uit de spoedbeschikking van 22 april 2025 en de daaraan ten grondslag liggende stukken.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 2 mei 2025. Daarbij waren aanwezig:
de ouders bijgestaan door een tolk;
een vertegenwoordiger van de Raad, [persoon A] ;
twee vertegenwoordigers van de GI, [persoon B] en [persoon C] .
1.3.
Aangezien de ouders de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig zijn, maar wel de Poolse taal, heeft de kinderrechter het verhoor doen plaatsvinden met bijstand van J.M. Proszkowski, tolk in de Poolse taal. De tolk heeft, alvorens taak aan te vangen, op de bij wet voorgeschreven wijze, de eed afgelegd dat hij zijn taak naar geweten zal vervullen.
Feiten
2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] woont bij de ouders en grootouders (vz).
2.3.
Bij beschikking van 22 april 2025 is [voornaam minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld tot 14 mei 2025. Het overige verzochte is aangehouden.
3Het (aangehouden) verzoek
3.1.
De Raad verzoekt [voornaam minderjarige] voorlopig onder toezicht te stellen voor de duur van drie maanden.
3.2.
Reeds is deels op dit verzoek beslist bij de hierboven vermelde beschikking van 22 april 2025. Thans dient beslist te worden op de periode tot 22 juli 2025.
3.3.
De Raad handhaaft ter zitting het verzoek en licht dit als volgt toe. De voorlopige ondertoezichtstelling is nodig om (meer) duidelijkheid te krijgen over het letsel van [voornaam minderjarige] . [voornaam minderjarige] is een jonge baby en daardoor bijzonder kwetsbaar, waardoor bescherming noodzakelijk is. Positief is dat de ouders openstaan voor hulp en zich meewerkend opstellen.
4Het standpunt van de GI
4.1.
De GI ondersteunt het verzoek van de Raad. De uitslag van de skeletstatus wordt op 9 mei 2025 verwacht, waarna er meer duidelijkheid zal zijn over de mogelijke toedracht. Er is ambulante spoedhulpverlening betrokken bij het gezin, die drie tot vijf keer per week op bezoek komt. De eerste observatie is positief: er is een goede interactie waargenomen tussen [voornaam minderjarige] en de ouders. Het eindgesprek staat gepland voor 12 mei 2025.
5Het standpunt van de ouders
5.1.
De ouders stemmen in met het verzoek. De ouders willen meewerken omdat er helaas een ongeval heeft plaatsgevonden. De ouders willen laten zien dat [voornaam minderjarige] veilig is bij hen en goed verzorgd wordt. In het ziekenhuis werden de ouders gecomplimenteerd over de manier waarop zij met [voornaam minderjarige] omgaan.
Beoordeling
6.1.
Op basis van de stukken en de zitting heeft de kinderrechter het ernstige vermoeden dat de ontwikkeling van [voornaam minderjarige] acuut en ernstig wordt bedreigd. Aan de voorwaarden voor een voorlopige ondertoezichtstelling wordt dus voldaan. De kinderrechter overweegt daartoe het volgende.
6.2.
[voornaam minderjarige] is nog maar een paar maanden oud en werd door de ouders naar het ziekenhuis gebracht omdat zij uit een co-sleeper was gevallen, aldus de ouders. In het ziekenhuis werd geconstateerd dat [voornaam minderjarige] een fractuur in haar schedelbasis had. Op dit moment is nog onvoldoende duidelijk over de toedracht en daarom moet in overweging worden genomen dat het letsel mogelijk ook door toedoen van de ouders kan zijn veroorzaakt. Verder onderzoek is gaande en op 9 mei 2025 wordt de uitslag van de skeletstatus verwacht. Het is positief dat de ouders meewerken aan zowel het onderzoek als de hulpverlening, maar de huidige situatie is dat er letsel is vastgesteld waarvan de oorzaak nog verder onderzocht moet worden. Aangezien [voornaam minderjarige] een jonge en kwetsbare baby is, moet met de grootste zorgvuldigheid worden omgegaan. Daarom verlengt de kinderrechter de voorlopige ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot 22 juli 2025.
Dictum
De kinderrechter:
7.1.
verlengt de voorlopige ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot 22 juli 2025.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 2 mei 2025 door mr. A.M.I. van der Does, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.S.E. Pronk als griffier, en op schrift gesteld op 16 mei 2025.
Artikel 1:255 en 1:257 Burgerlijk Wetboek (BW).