Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-04-02
ECLI:NL:RBROT:2025:11513
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
1,932 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/694835 / JE RK 25-367
Datum uitspraak: 2 april 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering, gevestigd in Amsterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige]
,
geboren op [geboortedatum] 2011 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder]
,
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats 1] ,
[naam vader]
,
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats 2] .
1Het verloop van de procedure
1.1.
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 19 februari 2025, binnengekomen bij de rechtbank op 21 februari 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 2 april 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder;
- de vader;
- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A] .
1.3.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft geen mening gegeven.
Feiten
2.1.
De moeder en de vader zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] woont bij de moeder.
2.3.
Bij beschikking van 2 april 2024 is de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 15 april 2025.
3. Het verzoek
3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De GI handhaaft ter zitting het verzoek en licht dit als volgt toe. De afgelopen periode was het de bedoeling om de ondertoezichtstelling af te sluiten. De GI bleef daarom meer op afstand. Vanaf de zomervakantie kwamen echter de eerste zorgsignalen en vanaf november verslechterde de situatie snel. Daarom is Multi Systeem Therapie Intellectual Disability (MST-ID) vanuit de Viersprong gestart. Dit traject duurt twintig weken. Er worden goede stappen gezet. De boze buien van [voornaam minderjarige] nemen af. De moeder en haar partner krijgen uitleg over hoe zij zaken moeten uitleggen aan [voornaam minderjarige] . Daarnaast is een aanvraag ingediend bij ASVZ vanwege de specialisatie van deze organisatie als het gaat om hulpverlening aan licht verstandelijk beperkten. Vanwege de aanhoudende zorgen kan de zaak op dit moment (nog) niet worden overgedragen naar het vrijwillige kader.
4Het standpunt van de moeder
4.1.
De moeder wil liever geen verlenging van de ondertoezichtstelling, maar blijft wel meewerken als het verzoek toch wordt toegewezen. MST-ID helpt bij het beter begrijpen van [voornaam minderjarige] , met een laagdrempelige aanpak en herhaling. Het gaat goed met [voornaam minderjarige] . Hij heeft minder boze buien, pakt dingen goed op en toont een positieve houding. Hij houdt zich aan de regels en zijn schoolprestaties verbeteren. De afspraken met MST-ID verlopen goed. Als deze hulpverlening stopt, zal de overstap naar ASVZ worden gemaakt.
5Het standpunt van de vader
5.1.
De vader geeft aan dat hij instemt met een verlenging van de ondertoezichtstelling als deze nog nodig is. De vader weet dat het beter gaat met [voornaam minderjarige] , maar doordat hij de afgelopen periode weinig contact heeft gehad, is hij niet precies op de hoogte van de huidige stand van zaken. MST-ID zal ook hem hulp bieden om [voornaam minderjarige] beter te leren begrijpen.
Beoordeling
6.1.
Op basis van de stukken is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan de grond voor de ondertoezichtstelling. De kinderrechter overweegt daartoe het volgende.
6.2.
[voornaam minderjarige] wordt nog altijd ernstig in zijn ontwikkeling bedreigd. De zorgen zijn gelegen in zijn kindeigen problematiek. Eerder was er een positieve ontwikkeling, maar in november 2024 namen de zorgen over de ontwikkeling van [voornaam minderjarige] toe. Vanuit school, hulpverleners en de moeder kwamen meldingen over liegen, stelen, te laat komen op school, betrokkenheid bij conflicten en fysiek geweld tegen zijn moeder en broertjes. Er was een neerwaartse spiraal, waarbij er sprake was van machteloosheid van de moeder en haar partner. Vanwege de toegenomen zorgen is in januari 2025 MST-ID ingezet, waarmee vooruitgang lijkt te worden geboekt. Na afronding van dit traject, waarbij ook de vader zal worden betrokken, zal hulpverlening van ASVZ worden ingezet. Daarvoor is al een aangevraagd door de GI ingediend. Gezien de recente ontwikkelingen is het van belang dat de GI de komende periode betrokken blijft en de regie blijft voeren als het gaat om de hulpverlening. Op dit moment kan de hulpverlening nog niet worden voortgezet in het vrijwillig kader.
6.3.
Gelet op het voorgaande verlengt de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] voor de duur van een jaar.
6.4.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
Dictum
De kinderrechter:
7.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot 15 april 2026;
7.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 2 april 2025 door mr. G.M. Paling, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.S.E. Pronk als griffier, en op schrift gesteld op 16 april 2025.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.
Genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW).
Artikel 1:260, eerste lid, BW.