Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-08-22
ECLI:NL:RBROT:2025:11489
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,578 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11230817 CV EXPL 24-18494
datum uitspraak: 22 augustus 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiser] ,
woonplaats: [woonplaats] ,
eiser,
gemachtigde: mr. K. Wevers,
tegen
[gedaagde] ,
vestigingsplaats: [vestigingsplaats] ,
gedaagde,
gemachtigde: mr. L. Wijnhorst.
De partijen worden hierna ‘ [eiser] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 15 juli 2024, met bijlagen;
het antwoord, met bijlagen.
1.2.
Op 8 mei 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken. [eiser] was daarbij aanwezig, bijgestaan door mr. K. Wevers. Namens [gedaagde] was [persoon A] aanwezig.
Beoordeling
Wat is de kern?
2.1.
[eiser] stelt dat hij twee auto-onderdelen heeft gekocht van [gedaagde] voor een totaalbedrag van € 2.100,-. Deze onderdelen had [eiser] nodig voor zijn zakelijke bus en zou hij zelf door een garagebedrijf in zijn bus laten plaatsen. Volgens [eiser] waren de door [gedaagde] geleverde onderdelen kapot en heeft hij, nadat [gedaagde] de onderdelen niet wilde vervangen, de koopovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden en de onderdelen teruggezonden naar [gedaagde] . [gedaagde] betwist dat zij een koopovereenkomst met [eiser] heeft gesloten, dat de onderdelen non-conform zijn, dat [eiser] haar in gebreke heeft gesteld en dat zij de onderdelen retour heeft ontvangen. De kantonrechter is van oordeel dat het gelijk hier bij [eiser] ligt. Hierna wordt toegelicht hoe tot dit oordeel is gekomen.
De eis van [eiser]
2.2.
[eiser] vordert verklaringen voor recht dat de overeenkomst buitengerechtelijk is ontbonden, dat [eiser] reeds heeft voldaan aan zijn ongedaanmakingsverbintenis door het terugsturen van de onderdelen en dat [gedaagde] nog niet heeft voldaan aan haar ongedaanmakingsverbintenis. [eiser] eist ook dat [gedaagde] wordt veroordeeld om een bedrag van € 2.100,- aan hem terug te betalen, te vermeerderen met de incassokosten van € 381,15, de rente van € 100,59 (peildatum 30 april 2024) en de proceskosten. Tevens wil [eiser] dat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard.
Er is een koopovereenkomst tussen partijen
2.3.
[eiser] heeft het volgende gesteld. [eiser] is via Marktplaats in contact gekomen met [gedaagde] en heeft voor een totaalbedrag van € 2.100,- bij [gedaagde] twee auto-onderdelen besteld, namelijk een Volkswagen Crafter Turbo id 61052 (hierna: de turbo) en een katalysator. De kleinzoon van [eiser] heeft op 19 september 2023, op het adres van de [gedaagde] , de katalysator opgehaald bij [gedaagde] . De turbo is door [gedaagde] nagezonden en door [eiser] twee dagen later ontvangen. [eiser] heeft een foto van de kwitantie overgelegd, waarop staat dat hij voor de onderdelen een totaalbedrag van € 2.100,- contant heeft voldaan. Op deze kwitantie staat het adres van [gedaagde] en stempel van ‘ [gedaagde] ’ met daaronder een handtekening van [persoon B] .
2.4.
De kantonrechter is van oordeel dat [eiser] hiermee voldoende onderbouwd heeft gesteld dat tussen partijen een overeenkomst met betrekking tot twee auto-onderdelen is gesloten, terwijl [gedaagde] het bestaan van die koopovereenkomst tussen partijen onvoldoende gemotiveerd heeft betwist. Daarbij wordt betrokken hetgeen in de voorafgaand aan deze procedure gevoerde mailwisseling tussen de gemachtigde van [eiser] en [persoon C] (hierna: [persoon C] ) van [gedaagde] is vermeld. In het mailbericht van 15 december 2023 schrijft [persoon C] : “Ik heb begrepen van mijn collega dat er een omruil actie zou plaats vinden , besproken met u cliënt , die heeft niet plaats gevonden maar kan nog steeds plaats vinden”. En in het e-mailbericht van 26 februari 2024 schrijft [persoon C] , nadat de gemachtigde van [eiser] nogmaals de kwitantie van 19 september 2023 aan [gedaagde] had toegezonden, dat [gedaagde] het nog steeds kan oplossen voor [eiser] . Hieruit volgt dat [gedaagde] eerder het bestaan van de koopovereenkomst heeft erkend. Gelet hierop en hetgeen [gedaagde] hierover verder heeft aangevoerd in deze procedure is de betwisting van het bestaan van de overeenkomst onaannemelijk. Hetgeen [gedaagde] inhoudelijk heeft aangevoerd over de vorm en de opmaak van de kwitantie en haar betwisting op Marktplaats te handelen, is dan ook onvoldoende voor een ander oordeel. Daarbij komt dat [gedaagde] haar stelling dat zij niet via Markplaats handelt onvoldoende onderbouwt met alleen een ongedateerde printscreen van een zoekopdracht op Marktplaats naar advertenties van ‘ [gedaagde] ’. Dit sluit immers niet uit dat [gedaagde] eerder wel advertenties op Markplaats heeft geplaatst.
Er is sprake van een tekortkoming
2.5.
Volgens [gedaagde] is er geen sprake van een tekortkoming, zodat geen grond bestaat om de koopovereenkomst (buitengerechtelijk) te ontbinden. De kantonrechter volgt [gedaagde] hierin niet. [eiser] heeft namelijk ter onderbouwing van de tekortkoming een brief overgelegd van 25 september 2023 van [naam autobedrijf] . die de onderdelen voor [eiser] in zijn zakelijke bus zou installeren. Volgens Autobedrijf [naam autobedrijf] . is het roetfilter beschadigd en vervormd en zit het turbinewiel van de turbo vast, en zijn beide onderdelen onbruikbaar. Gelet hierop en de toelichting van [eiser] ter zitting over hoe een en ander gegaan is, is de enkele betwisting van [gedaagde] van de tekortkoming onvoldoende. [gedaagde] heeft de gelegenheid gehad om te controleren of de onderdelen kapot waren, want onbetwist is dat [eiser] op 2 oktober 2023 met de onderdelen naar [gedaagde] is toegegaan, maar toen door [gedaagde] niet werd geholpen. Daarbij komt dat uit de correspondentie niet volgt dat [gedaagde] de tekortkoming eerder heeft betwist, want [gedaagde] wilde juist de onderdelen omruilen en het oplossen. Gelet hierop staat voldoende vast dat er een tekortkoming is.
[gedaagde] verkeert in verzuim
2.6.
[gedaagde] wordt niet gevolgd in haar stelling dat zij niet rechtsgeldig in gebreke is gesteld en dus geen sprake is van verzuim. Zoals hiervoor is overwogen is onbetwist dat [eiser] op 2 oktober 2023 met de onderdelen naar [gedaagde] is toegegaan, maar toen door [gedaagde] niet werd geholpen. Uit de toelichting van [eiser] tijdens de zitting volgt dat hij voorafgaand aan zijn bezoek op 2 oktober 2023 al meerdere malen telefonisch contact had opgenomen met [gedaagde] , maar dat dit tot niets leidde, en dat hij vervolgens op 2 oktober 2023 [gedaagde] niet mocht spreken en niet werd geholpen. De kantonrechter is van oordeel dat [eiser] hieruit heeft kunnen afleiden dat [gedaagde] niet wilde nakomen, zodat het verzuim zonder ingebrekestelling intreedt (artikel 6:83 aanhef en onder c BW).
De overeenkomst is rechtsgeldig ontbonden
2.7.
De kantonrechter oordeelt dat de overeenkomst tussen partijen rechtsgeldig is ontbonden. Op grond van artikel 6:265 BW geeft de hiervoor vastgestelde tekortkoming en het verzuim van [gedaagde] aan [eiser] de mogelijkheid om de overeenkomst te ontbinden. Onbetwist is dat [eiser] dat buitengerechtelijk heeft gedaan, zodat de koopovereenkomst rechtsgeldig is ontbonden. Dit betekent dat de gevorderde verklaring voor recht dat de overeenkomst buitengerechtelijk is ontbinden wordt toegewezen.
Ongedaanmakingsverbintenissen
2.8.
Door de buitengerechtelijke ontbinding worden partijen bevrijd van de verbintenissen die uit de overeenkomst voorvloeien (artikelen 6:265 jo. 6:271 BW). Dit betekent dat [eiser] de onderdelen terug moet geven aan [gedaagde] en dat [gedaagde] de koopsom moet terugbetalen. [gedaagde] wordt daarom veroordeeld om een bedrag van € 2.100,- aan [eiser] te betalen. Ook zal voor recht worden verklaard dat [gedaagde] dit nog niet heeft gedaan.
2.9.
Wat betreft het teruggeven van de onderdelen door [eiser] aan [gedaagde] stelt [eiser] dat hij de onderdelen op 10 oktober 2023 per aangetekende post retour heeft verzonden aan [gedaagde] . Ter onderbouwing daarvan heeft [eiser] foto’s van de brief en afschriften van de verzendbewijzen, vergezeld van foto’s van de dozen, als productie 2 bij de dagvaarding overgelegd. Volgens [eiser] heeft hij de brief en dozen niet retour ontvangen, zodat deze door [gedaagde] in ontvangst moeten zijn genomen.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
verklaart voor recht dat de overeenkomst tussen partijen buitengerechtelijk is ontbonden, dat [eiser] reeds heeft voldaan aan zijn ongedaanmakingsverbintenis door het terugsturen van de onderdelen en dat [gedaagde] nog niet heeft voldaan aan haar ongedaanmakingsverbintenis;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] om ter voldoening van haar ongedaanmakingsverbintenis aan [eiser] te betalen € 2.100,-;
3.3.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen € 100,59 aan verschenen rente;
3.4.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiser] worden begroot op € 1.053,41 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag dat volledig is betaald;
3.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.6.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.K. Rapmund en in het openbaar uitgesproken.
31688