Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-05-13
ECLI:NL:RBROT:2025:11010
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
3,119 tokens
Dictum
[veroordeelde] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2002,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
Justitiële jeugdinrichting (JJI) [naam PI] , [detentieadres] [detentieplaats] ,
hierna: de inrichting,
raadsman mr. C.W.J. Faber, advocaat te Eindhoven.
Procesverloop
Op 21 mei 2019 heeft de rechtbank de PIJ-maatregel van de veroordeelde gelast. De PIJ-maatregel is opgelegd ter zake van poging tot zware mishandeling en poging tot zware mishandeling en gepleegd met voorbedachten rade. De termijn van de PIJ-maatregel is gestart op 23 augustus 2019.
Op 17 augustus 2023 heeft deze rechtbank de PIJ-maatregel laatstelijk verlengd met vijftien maanden.
Vordering verlenging PIJ-maatregel
Op 1 april 2025 heeft de rechtbank van het openbaar ministerie een vordering tot verlenging van de PIJ-maatregel ontvangen.
Bij die vordering is gevoegd het advies van het hoofd van de inrichting waar de veroordeelde verblijft, gedateerd 28 maart 2025, inclusief de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de veroordeelde over de periode van 28 september 2021 tot 5 december 2024.
Op de zitting van 13 mei 2025 is de vordering in het openbaar behandeld. Gehoord zijn:
- de officier van justitie, mr. A. de Bruijne,
- de veroordeelde, bijgestaan door zijn raadsman,
- de deskundige [persoon A] , als psycholoog verbonden aan de RJJI Den Hey-Acker.
2Standpunt van partijen
2.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft de eerder gedane vordering tot verlenging van de termijn van de PIJ-maatregel met 18 maanden gewijzigd in die zin dat zij nu gevorderd heeft de termijn te verlengen met 15 maanden. Daartoe heeft zij aangevoerd dat de PIJ-maatregel met nog maximaal 15,6 maanden kan worden verlengd, voordat de eindtermijn bereikt is. Het PIJ-traject kent een turbulent verloop waarin de veroordeelde in drie jeugdgevangenissen heeft verbleven, is weggelopen en er veel incidenten hebben plaatsgevonden. Sinds kort verblijft de veroordeelde in de inrichting (JJI Lelystad). De veroordeelde is positief over deze (over)plaatsing en de officier van justitie hoopt dat hij de komende maanden de motivatie kan vinden om zich te ontwikkelen binnen de PIJ-maatregel.
2.2.
Standpunt van de veroordeelde
De veroordeelde en zijn raadsman hebben primair afwijzing van de vordering bepleit. Subsidiair wordt verzocht om de PIJ-maatregel te verlengen met zes maanden. De vraag is of een verlenging van de maatregel met 15 maanden het meest in het belang van een gunstige ontwikkeling van de veroordeelde is. Er heeft nog steeds geen verdiepende diagnostiek plaatsgevonden. De veroordeelde is niet gemotiveerd om zich in te zetten voor het PIJ-traject. Bovendien heeft de veroordeelde rugklachten waarvoor hij in de JJI geen goede behandeling krijgt, en daarnaast heeft de veroordeelde een paniek- en angststoornis. Bij deze stand van zaken vreest de raadsman dat de veroordeelde 15 maanden zal moeten uitzitten, terwijl er juist ingezet zou moeten worden op het vormgeven van een zo goed mogelijk resocialisatietraject. Ondanks de juridische moeilijkheden en het ontbreken van een plan van aanpak van de reclassering blijft de wens van de veroordeelde beëindiging van de PIJ-maatregel.
3Adviezen
3.1.
Advies inrichting
Het advies van 28 maart 2025 houdt onder meer het volgende in.
Actuele diagnose
Op 16 juni 2023 is een PIJ-verlengingsonderzoek uitgevoerd door een kinder- en jeugdpsychiater. Na een contactmoment heeft de veroordeelde verdere medewerking aan het onderzoek geweigerd. Dat lijkt toe te schrijven aan zijn problematiek. De vermijdende-/ontwijkende coping strategie en het niet kunnen overzien van de gevolgen lijken hierin de overhand te nemen. Deze wordt gekenmerkt door vermijding, zaken afhouden, lichamelijke klachten en/of aangeven dat hij niet op de hoogte is van zaken. Daarbij wordt een duidelijke discrepantie gezien tussen het zelfbeeld van de veroordeelde en hoe zijn omgeving naar veroordeelde kijkt. Het blijft binnen de PIJ-behandeling onduidelijk in hoeverre de veroordeelde zaken niet kan uitvoeren door intellectuele beperkingen en/of beperkingen op sociaal-emotioneel en gedragsmatig gebied.
Verloop behandeling
Op 25 juli 2023 is de veroordeelde van de Individuele Trajectafdeling overgeplaatst naar de LVB-VIC groep (Licht Verstandelijk Beperkt-Very Intensive Care afdeling) om zijn verantwoordelijkheden en sociale interacties te vergroten. De veroordeelde is niet gemotiveerd voor behandeling, heeft geen hulpvraag en zoekt oorzaken voornamelijk buiten zichzelf. Na meerdere waarschuwingen is besloten de onbegeleide verlofstatus van de veroordeelde te pauzeren. Door een fout in de interne communicatie is de veroordeelde echter toch met onbegeleid verlof gegaan. Tijdens het onbegeleide verlof heeft de veroordeelde zich onttrokken. Dat heeft voor flinke stagnatie in zijn traject gezorgd. Op 21 april 2025 is de veroordeelde opgepakt in Duitsland en heeft daar twee maanden in detentie verbleven, waarna hij is teruggeplaatst naar de JJI in [detentieplaats] . Kort na zijn plaatsing gaf de veroordeelde aan zich niet lekker te voelen op de groep. Er was sprake van overprikkeling en zijn lichamelijke klachten namen toe. Het samenvattende beeld is dat de veroordeelde zich overwegend wantrouwend opstelt, zelfbepalend is, een weinig gedifferentieerd gevoelsleven heeft en zich sociaal wenselijk probeert op te stellen tot waar het haalbaar is. Omdat er in de RJJI Den Hey-Acker een plek vrij kwam op een LVB-VIC afdeling en de veroordeelde daarvoor geïndiceerd is, is hij overgeplaatst. Deze plaatsing is wisselend verlopen. De veroordeelde heeft aangegeven veel last te hebben van zijn rug. Hoewel bekend is dat de veroordeelde scoliose heeft, kan dit – volgens medisch onderzoek – niet de oorzaak van zijn medische klachten zijn. Gezien wordt dat spanning, stress, negatieve cognities en gevoelens van onveiligheid een somatische uitwerking heeft. Na een ernstig incident dat op 22 maart 2025 heeft plaatsgevonden, is de veroordeelde overgeplaatst naar de inrichting.
Gevaar voor herhaling
Geconcludeerd kan worden dat het recidiverisico op dit moment zonder interventies binnen de huidige kaders als hoog wordt ingeschat. Risicofactoren die bijdragen aan de kans op herhaling van gewelddadig gedrag zijn onder andere dat de respons van de veroordeelde op de behandeling tot voor kort gering was, hij zelf geen risicofactoren ziet en een weinig gedifferentieerd zelfbeeld heeft. Ook worden er risicofactoren gezien in de achterdochtige houding van de veroordeelde, de reactieve en/of instrumentele agressie die hij herhaaldelijk binnen de JJI heeft laten zien en het feit dat hij snel overprikkeld kan raken. Vooral in sociale situaties heeft de veroordeelde, vanuit de hechtingsstoornis en/of een autismespectrumstoornis en/of cognitieve beperkingen, moeite om sociale signalen juist te interpreteren dat kan leiden tot een toename van gevoelens van achterdocht, waardoor de kans op gewelddadig gedrag toeneemt.
Verder behandeltraject en –perspectief
Afhankelijk van de voortgang in het PIJ-traject is het voornemen om dubbel begeleide verloven aan te vragen. De afspraak was dat veroordeelde geen incidenten zou veroorzaken, maar als gevolg van het incident van 22 maart 2025 is dit proces stil komen te liggen. Er wordt uitgegaan van een stapsgewijze invulling van de PIJ-maatregel om toe te werken naar resocialisatie. Bij goed verloop van de behandeling wordt verwacht dat de veroordeelde op zijn vroegst in november 2026 in aanmerking komt voor een voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel. De (dubbel) begeleide verlofstatus zal minimaal vier maanden duren, voordat er gedacht kan worden aan uitbreiding naar onbegeleide verloven.
Beoordeling
Een PIJ-maatregel kan op grond van artikel 6:6:31, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) juncto artikel 77s, eerste lid, sub b en c, van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) slechts verlengd worden indien de maatregel is opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen. Daarnaast dient de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen de verlenging van die maatregel te eisen en dient de maatregel in het belang te zijn van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van de veroordeelde. Aan deze drie voorwaarden moet worden voldaan om tot een verlenging van de maatregel te kunnen komen.
De rechtbank is van oordeel dat aan deze drie voorwaarden is voldaan.
Uit de adviezen en wat ter terechtzitting is besproken blijkt dat het gedrag en de houding van de veroordeelde een voorspoedig verloop van de PIJ-maatregel bemoeilijkt. Door de vele incidenten die hebben plaatsgevonden, de onttrekking, en het niet gemotiveerd meewerken aan behandeling moet er steeds een aantal stappen terug worden gezet in het traject. Het incident van 22 maart 2025 heeft ertoe geleid dat de veroordeelde opnieuw moet beginnen met een dubbel begeleide verlofstatus, voordat hij stappen kan zetten richting onbegeleide verloven en een STP-traject. De veroordeelde is van mening dat hij, gelet op de lange tijd dat hij zich in geslotenheid en detentie bevindt, toe is aan resocialisatie. Ook voelt hij zich niet gehoord en is hij niet gemotiveerd voor behandeling. Dit alles heeft ertoe geleid dat het PIJ-traject van de veroordeelde (volledig) lijkt te stageneren, terwijl de eindtermijn in zicht komt.
De rechtbank acht anders dan de verdediging, gelet op het hoge recidiverisico en het ontbreken van een plan van aanpak met betrekking tot zijn woon- of verblijfplek en dag- en vrijetijdsbesteding, een voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel per direct niet aan de orde. Verdere behandeling is, in ieder geval om de risicofactoren te bewerken en de beschermingsfactoren te vergroten om zo het recidiverisico te verlagen, nog mogelijk en ook noodzakelijk. De veroordeelde heeft het voorspoedig verloop van de PIJ-maatregel zelf in de hand door op een constructieve en open manier de samenwerking met het behandelteam in de inrichting aan te gaan. Daarvoor is in ieder geval noodzakelijk dat de veroordeelde zich herpakt en motivatie en inzet toont voor behandeling. Ook is van belang dat hij geen incidenten meer veroorzaakt De rechtbank zal, gelet op het voorgaande en nu dit het meest in het belang van een gunstige ontwikkeling van de veroordeelde is, de vordering van de officier van justitie toewijzen. Dat houdt in dat de PIJ-maatregel met 15 maanden wordt verlengd. Een kortere verlenging van 12 maanden, zoals subsidiair door de verdediging is verzocht, acht de rechtbank niet passend vanwege de vele stappen die nog gezet moet worden en de tijd die daarmee gemoeid is.
Gevolg gevend aan het bepaalde in artikel 6:6:31, tweede lid, Sv, geeft de rechtbank aan dat de maatregel, gelet op de ingangsdatum, de huidige expiratiedatum en de verlenging bij deze beslissing, op 2 augustus 2026 voorwaardelijk zal eindigen en op 2 augustus 2027 onvoorwaardelijk zal eindigen.
Dictum
De rechtbank:
verlengt de termijn van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen
met 15 maanden.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.N. Melkert, voorzitter, tevens kinderrechter,
en mrs. K.T.F. Chocolaad-de Bos en A.M.T.A. Verhagen, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M.J.A. Batenburg, griffier,
en is in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2025.
Tegen deze beslissing kan het openbaar ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening en de veroordeelde binnen veertien dagen na betekening daarvan beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. (art.6:6:37 Sv)