Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-04-11
ECLI:NL:RBROT:2025:10480
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,541 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11410453 CV EXPL 24-29044
datum uitspraak: 11 april 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
e-Legal incasso advocaten B.V.,
vestigingsplaats: Rotterdam,
eiseres,
gemachtigde: mr. L.R. Ridderbroek,
tegen
1
[gedaagde 1],
vestigingsplaats: Rotterdam,
2. [gedaagde 2],
woonplaats: Amsterdam,
gedaagden,
die zelf procederen.
De partijen worden hierna ‘e-Legal’, ‘[gedaagde 1]’ en ‘[gedaagde 2]’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 23 oktober 2024, met bijlagen;
het antwoord.
1.2.
Op 13 maart 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren namens e-Legal aanwezig [naam] (medewerker bij e-Legal) en de gemachtigde. [gedaagde 2] is in persoon verschenen, mede namens [gedaagde 1].
Beoordeling
Waar gaat deze zaak?
2.1.
[gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben e-Legal opdracht gegeven om een vordering die [gedaagde 1] op FutureXL Project B.V. had (hierna: de debiteur) te incasseren. In het kader van deze overeenkomst heeft e-Legal incassowerkzaamheden verricht. De debiteur heeft op 12 juli 2024 de hoofdsom van € 20.220,69 aan [gedaagde 1] betaald, maar heeft geweigerd ook de wettelijke rente en incassokosten aan [gedaagde 1] te betalen. E-Legal heeft op 15 augustus 2024 het dossier gesloten en [gedaagde 1] en [gedaagde 2] een factuur voor haar werkzaamheden van € 4.108,24 gezonden. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben van de factuur € 2.446,70 betaald. E-Legal eist in deze procedure dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] worden veroordeeld om het restant van de factuur van € 1.661,54 aan haar te betalen. Omdat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] niet op tijd hebben betaald, eist e-Legal dat zij ook een vergoeding voor de buitengerechtelijke incassokosten en de rente moeten betalen.
2.2.
[gedaagde 1] en [gedaagde 2] zijn het niet eens met de eis van e-Legal. Zij stellen zich op het standpunt dat zij het restant van de factuur niet aan e-Legal hoeven te betalen, omdat e-Legal onvoldoende werkzaamheden heeft verricht en zich onvoldoende heeft ingespannen om volledige betaling van de debiteur te verkrijgen. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] doen daarnaast een beroep op de redelijkheid en billijkheid.
2.3.
De kantonrechter wijst de eis van e-Legal toe. Hieronder wordt uitgelegd waarom.
Er kan niet gezegd worden dat e-Legal onvoldoende werkzaamheden heeft verricht of zich onvoldoende heeft ingespannen om volledige betaling van de debiteur te verkrijgen
2.4.
[gedaagde 1] en [gedaagde 2] stellen dat e-Legal onvoldoende werkzaamheden heeft verricht en zich onvoldoende heeft ingespannen om volledige betaling van de debiteur te verkrijgen. Volgens [gedaagde 1] en [gedaagde 2] heeft e-Legal alleen maar standaard e-mails en geautomatiseerde berichten naar de debiteur gezonden. Daarbij heeft e-Legal volgens [gedaagde 1] en [gedaagde 2] onvoldoende gedaan om de debiteur tot betaling van de rente en incassokosten te bewegen.
2.5.
Hoewel de kantonrechter begrijpt dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] graag hadden gezien dat de debiteur ook de rente en incassokosten over hun vordering had betaald, kan naar het oordeel van de kantonrechter niet worden gezegd dat e-Legal onvoldoende werkzaamheden heeft verricht of zich onvoldoende heeft ingespannen om volledige betaling van de debiteur te verkrijgen. Partijen hebben in de overeenkomst van opdracht duidelijke afspraken gemaakt over de werkzaamheden die e-Legal zou verrichten. Daarbij is uitdrukkelijk afgesproken dat e-Legal enkel buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zou verrichten en dat deze werkzaamheden hoofdzakelijk zouden bestaan uit standaard- en deels geautomatiseerde werkzaamheden. E-Legal kan daarom achteraf geen verwijt worden gemaakt dat zij geen gerechtelijke procedure tegen de debiteur is gestart en dat zij geen, althans slechts beperkt, werkzaamheden op maat heeft verricht. Daarbij leidt de kantonrechter uit het chronologisch dossieroverzicht van e-Legal af dat e-Legal, nadat de debiteur de hoofdsom aan [gedaagde 1] had betaald, wel degelijk nog werkzaamheden heeft verricht om de debiteur tot betaling van de rente en incassokosten te bewegen. Zo heeft e-Legal onder meer op 17 juli 2024 een sommatie en op 22 juli 2024 een aankondiging faillissementsaanvraag naar de debiteur gestuurd en heeft e-Legal op 29 juli 2024 telefonisch contact gehad met de debiteur. Tevens leidt de kantonrechter uit het dossieroverzicht af dat het dossier pas na overleg met [gedaagde 1] en [gedaagde 2] door e-Legal is gesloten.
Het beroep op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid slaagt niet
2.6.
[gedaagde 1] en [gedaagde 2] doen daarnaast een beroep op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid. Volgens [gedaagde 1] en [gedaagde 2] is het onaanvaardbaar dat zij, naast de incassoprovisie van 10% van het betaalde bedrag, ook de rente en incassokosten over de vordering ‘uit eigen zak’ aan e-Legal moeten betalen, terwijl de debiteur deze kosten eigenlijk had moeten betalen.
2.7.
De beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid houdt in dat een tussen partijen geldende regel niet van toepassing is voor zover dit in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is (artikel 6:248 lid 2 BW). De kantonrechter is van oordeel dat deze hoge maatstaf in dit geval niet wordt gehaald. Partijen hebben in de overeenkomst van opdracht met betrekking tot de kosten die e-Legal voor de werkzaamheden in rekening zou brengen immers het volgende afgesproken: ‘Bij betaling brengen wij u de over de vordering verschuldigde rente en incassokosten in rekening als vergoeding voor onze buitengerechtelijke werkzaamheden. Dit geldt zowel bij volledige betaling als bij gedeeltelijke betaling, maar in dit laatste geval slechts voor zover de (deel)betaling(en) de kosten dekken. Betalingen worden in dit verband in deze volgorde toegerekend: (1) incassokosten, (2) rente en (3) hoofdsom. Bij losse opdrachten wordt daarnaast een incassoprovisie over het betaalde bedrag in rekening gebracht. De incassoprovisie bedraagt 10% over de eerste € 100.000 en 5% over het meerdere daarboven (excl. btw). De incassoprovisie wordt berekend over het totaal betaalde bedrag en wordt dus niet toegerekend zoals de rente en incassokosten.’ [gedaagde 1] en [gedaagde 2] waren dus van tevoren uitdrukkelijk geïnformeerd over de kosten die e-Legal in rekening zou brengen voor haar werkzaamheden en dat, als de debiteur niet alles zou betalen, het door de debiteur betaalde bedrag eerst in mindering zou strekken op de incassokosten en rente die aan e-Legal toekomen. Hoewel de kantonrechter begrijpt dat het vervelend is voor [gedaagde 1] en [gedaagde 2] dat zij een significant deel van het bedrag dat [gedaagde 1] van de debiteur heeft ontvangen aan e-Legal moeten afdragen, kan naar het oordeel van de kantonrechter niet gezegd worden dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat e-Legal [gedaagde 1] en [gedaagde 2] aan deze afspraak houdt.
[gedaagde 1] en [gedaagde 2] moeten het restant van de factuur van € 1.661,54 aan e-Legal betalen
2.8.
Het voorgaande betekent dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] het restant van de factuur van € 1.661,54 aan e-Legal moeten betalen. De eis van e-Legal wordt dus toegewezen.
[gedaagde 1] en [gedaagde 2] moeten incassokosten van € 616,24 betalen
2.9.
[gedaagde 1] en [gedaagde 2] moeten aan e-Legal incassokosten betalen over de onderhavige vordering, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW). Op grond van artikel 6.3 van de algemene voorwaarden bij de overeenkomst van opdracht bedragen de incassokosten 15% van de (oorspronkelijke) hoofdsom. Gelet hierop bedragen de incassokosten die [gedaagde 1] en [gedaagde 2] moeten betalen € 616,24 (15% van € 4.108,24).
[gedaagde 1] en [gedaagde 2] moeten de contractuele rente betalen
2.10.
De contractuele rente van 1,5% wordt toegewezen, omdat e-Legal genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde 1] en [gedaagde 2] dat niet hebben betwist. Partijen hebben deze rente afgesproken. De vervallen rente tot 10 oktober 2024 bedraagt € 74,02. Omdat ten aanzien van de rente het primair gevorderde wordt toegewezen, komt de kantonrechter niet toe aan het subsidiair gevorderde.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk om aan e-Legal te betalen € 2.351,80 met de contractuele rente van 1,5% over een bedrag van € 1.661,54 vanaf 10 oktober 2024 tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk in de proceskosten, die aan de kant van e-Legal worden begroot op € 997,84 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag dat volledig is betaald;
3.3.
wijst al het andere af;
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.J.R. van Tongeren en in het openbaar uitgesproken.
62828