Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-03-18
ECLI:NL:RBROT:2025:10475
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
5,883 tokens
Inleiding
Rechtbank Rotterdam
Team jeugd
Parketnummer: 10/206788-24
Parketnummer vordering TUL VV: 10/094832-23 en 10/081868-23 (gev ttz)
Datum uitspraak: 18 maart 2025
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedatum] 2007,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres 1] , [postcode] [plaats 1] ,
raadsman mr. R. el Bellaj, advocaat te Tilburg.
1Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 4 maart 2025.
2Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
3Eis officier van justitie
De officier van justitie mr. A.H.A. de Bruijne heeft gevorderd:
bewezenverklaring van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde;
veroordeling van de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van 90 dagen, met aftrekvan voorarrest, waarvan 45dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar met als bijzondere voorwaarden dat de verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen van de jeugdreclassering, naar school zal gaan volgens rooster en zich aan de regels en afspraken van school en stage zal houden en zal meewerken aan de hulpverlening van E25 (jongerencoach);
veroordeling van de verdachte tot de leerstraf Tools4U regulier;
met opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (hierna: JBRR) tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.
4Waardering van het bewijs
4.1.
Bewezenverklaring zonder nadere motivering
Het onder 1 ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.
4.2.
Vrijspraak feiten 2 en 3
4.2.1.
Standpunt Openbaar Ministerie
De officier van justitie vindt dat er voldoende bewijs is in het dossier voor (eendaadse samenloop van) beide feiten. De verklaring van de verdachte dat JD Sports aan [adres 2] in [plaats 2] mooie prijzen zou hebben, is bijzonder omdat JD Sports een landelijke keten is en in de tenlastegelegde periode JD Sports geen aanbiedingen had. Dit terwijl de verdachte daar drie keer achter elkaar goederen heeft gekocht met een prijs van in totaal € 575,-minder ten opzichte van de daadwerkelijke prijzen. Gelet hierop moet de verdachte op de een of andere manier de prijskaarten op de door hem gekochte goederen hebben verwisseld.
4.2.2.
Beoordeling
Oplichting
Voor een veroordeling voor oplichting is vereist dat de verdachte bij een ander door een specifieke, voldoende ernstige vorm van bedrieglijk handelen een onjuiste voorstelling in het leven heeft willen roepen om daarvan misbruik te maken. Daartoe moet de verdachte een of meer van de in artikel 326 Wetboek van het Strafrecht (hierna: Sr) bedoelde oplichtingsmiddelen hebben gebruikt, door welk gebruik die ander is bewogen tot de afgifte van het goed, het verlenen van een dienst, het beschikbaar stellen van gegevens, het aangaan van een schuld of het tenietdoen van een schuld.
Het dossier bevat onvoldoende aanknopingspunten dat de verdachte zich, al dan niet in vereniging, schuldig heeft gemaakt aan oplichting van JD Sports.
De verdachte is op 5, 6 en 7 november 2024 bij JD Sports aan [adres 2] geweest en heeft daar steeds trainingspakken gekocht. Volgens de manager van JD Sports, de aangever, heeft de verdachte daarvoor een bedrag van in totaal € 415,- betaald in plaats van de daadwerkelijke prijs van in totaal € 1.210,-. Dat de verdachte drie dagen achter elkaar trainingspakken voor een lagere prijs heeft afgerekend dan waarvoor zij volgens de aangever bij hen te koop werden aangeboden, terwijl deze trainingspakken niet in de aanbieding waren, roept vragen op. Ook over het gedrag van de verdachte.
De rechtbank kan op basis van het dossier echter niet vaststellen of, en zo ja, op welke wijze de verdachte van de geldende prijs op de hoogte moet zijn geweest, of dat de prijskaarten op de trainingspakken verwisseld waren (al dan niet door hemzelf). De verdachte ontkent dat hij de prijskaarten heeft verwisseld, dan wel dat hij iets daarvan weet. De aangever kan ook niet verklaren hoe een verwisseling van prijskaartjes zou hebben plaatsgevonden, er missen elders in de winkel ook geen andere prijskaartjes. Evenmin bieden de door de politie beschreven camerabeelden hierover aanknopingspunten. Op die camerabeelden zijn volgens de beschrijving van de politie, voor zover hier van belang, geen verwisselingen van prijskaartjes te zien. Op grond van het voorgaande kan niet wettig en overtuigend worden bewezen dat sprake is van oplichting door de verdachte, nu het bewijs van een oplichtingsmiddel als tenlastegelegd ontbreekt.
Diefstal
Omdat uit het dossier niet volgt dat de verdachte enige betrokkenheid heeft gehad bij het verwisselen van de prijskaarten, of anderszins wist dat de prijs van de trainingspakken illegaal was aangepast, kan niet wettig en overtuigend worden bewezen dat de verdachte trainingspakken van JD Sports heeft weggenomen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening.
4.2.3.
Conclusie
De rechtbank acht het onder 1 ten laste gelegde voorhanden hebben van een vuurwapen met munitie wettig en overtuigend bewezen. De onder 2 ten laste gelegde oplichting en de onder 3 ten laste gelegde diefstal zijn niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
4.3.
Bewezenverklaring
In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze begaan dat:
1.
Hij, in of omstreeks de periode van 5 mei 2024 tot en met 7 mei 2024 te Rotterdam, althans in Nederland,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een (omgebouwd) gaspistool, van het merk Ekol, model 99 Special, kaliber 9mm en/of 7.65mm PAK zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistoolen/ofmunitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten een of meerdere kogelpatronen, van het kaliber 7.65 mm voorhanden heeft gehad.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.
5Strafbaarheid feit
Het bewezen feit levert op:
1. handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III;
en
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.
6Strafbaarheid verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
Motivering
7.1.
Algemene overweging
De straffen die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
7.2.
Feit waarop de straffen zijn gebaseerd
De verdachte heeft zich op zeventienjarige leeftijd schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een vuurwapen en een viertal kogelpatronen. Het vuurwapen met de daarbij behorende munitie zijn bij de verdachte thuis aangetroffen. De verdachte heeft hierover verklaard dat hij het vuurwapen onder bedreiging heeft bewaard voor een bekende oudere persoon uit zijn buurt. Wat daar ook van zij, dit neemt niet weg dat het ongecontroleerd bezit van vuurwapens een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich meebrengt. De ervaring leert namelijk dat het bezit van vuurwapens, ook door en onder jongeren, gemakkelijk leidt tot het gebruik ervan met ernstig lichamelijk letsel of de dood tot gevolg. Ook leidt dit bewezenverklaarde feit tot gevoelens van onveiligheid in de samenleving. De rechtbank rekent dit de verdachte aan.
7.3.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
7.3.1.
Strafblad
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van
11 februari 2025, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor steekwapen- en vuurwapenbezit. Dit betekent dat de documentatie in strafverzwarende zin meeweegt.
7.3.2.
Rapportages en verklaring van deskundige op de terechtzitting
De Raad voor de Kinderbescherming (hierna te noemen: de Raad) schrijft in het rapport van 24 februari 2025 over de verdachte dat meer beschermende factoren dan risicofactoren worden gezien. Vanwege de beïnvloedbaarheid en sociale omgeving van de verdachte, blijft er een risico op herhaling van strafbaar gedrag. Om de kans op recidive te verkleinen, is het van belang om de weerbaarheid van de verdachte te vergroten.
De Raad adviseert om aan de verdachte een deels voorwaardelijke taakstraf in de vorm van een leerstraf op te leggen met daarbij als bijzondere voorwaarden dat de verdachte zich houdt aan een avondklok, zich houdt aan een gebiedsverbod voor de omgeving van de plaats delict, zich houdt aan een contactverbod met de slachtoffer(s), naar school gaat volgens rooster, zijn huidige vorm van vrijetijdsbesteding behoudt en hieraan actief blijft deelnemen en meewerkt aan een meldplicht.
De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (hierna: te noemen JBRR) schrijft in het rapport van 18 februari 2025 over de verdachte dat er risicofactoren worden gezien op de volgende domeinen: school, relaties, geestelijke gezondheid en vaardigheden. Het algemeen recidiverisico wordt ingeschat als hoog. Van belang is dat de verdachte zich in blijft zetten voor zijn opleiding. Aanvankelijk was er sprake van veel schoolverzuim, maar dit is inmiddels verbeterd. Belangrijk aandachtspunt blijft ook het maken van keuzes in het algemeen en binnen vriendschappen.
JBRR adviseert om aan de verdachte een jeugddetentie op te leggen gelijk aan de duur van het voorarrest. Ook adviseert JBRR om een leerstraf, te weten Tools4U, op te leggen en om een voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarden dat de verdachte dient mee te werken aan hulpverlening van E25 (jongerencoach) en een dagbesteding zal hebben in de vorm van scholing en/of werk.
Op de zitting heeft de [deskundige] , werkzaam als jeugdreclasseerder bij JBRR het advies toegelicht en verklaard dat de verdachte gemotiveerd is, maar dat zijn impulsiviteit een zorg blijft. Op dit moment heeft de jeugdreclasseerder geen zorgen over eventuele antisociale contacten. De verdachte werkt en sport daarnaast twee avonden per week. Als een uitzondering op de avondklok nodig was, dan heeft de verdachte dit altijd overlegd. Hij komt afspraken met de jeugdreclassering, school en jongerencoach na. Voor de opleiding van de verdachte is het belangrijk dat hij in het bezit is van een VOG.
7.4.
Conclusie
Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.
Gezien de ernst van het feit kan in beginsel niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van jeugddetentie. Bij de bepaling van de duur van de jeugddetentie heeft de rechtbank acht geslagen op de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) en op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. Deze oriëntatiepunten schrijven voor vuurwapenbezit in beginsel jeugddetentie voor de duur van zes weken voor. Zoals onder 7.3.1 al is vermeld, houdt de rechtbank in strafverzwarende zin rekening met de eerdere veroordeling van verdachte voor vuurwapenbezit. Deze eerdere veroordeling heeft de verdachte er niet van weerhouden om weer een vuurwapen voorhanden te hebben. Gelet hierop zal de rechtbank de verdachte jeugddetentie voor de duur van 75 dagen opleggen. In de persoonlijke omstandigheden van de verdachte ziet de rechtbank echter aanleiding om deze straf deels voorwaardelijk op te leggen. De verdachte heeft zich de afgelopen periode positief ontwikkeld en heeft ter zitting herhaaldelijk verklaard dat hij spijt heeft van het bewezenverklaarde feit. Het onvoorwaardelijke deel van de jeugddetentie stelt de rechtbank gelijk aan de tijd die de verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht.
De impulsiviteit van de verdachte in combinatie met de buurt waar de verdachte woont, verdient aandacht en kan een bedreiging vormen voor de (prille) persoonlijke groei die de verdachte de afgelopen periode heeft laten zien. Het is daarom van belang dat de verdachte de huidige positieve lijn vasthoudt en door middel van begeleiding en coaching (nieuwe) vaardigheden aanleert om uit de problemen te blijven. De rechtbank zal aan het voorwaardelijke deel van de straf dan ook de na te melden bijzondere voorwaarden verbinden, zoals JBRR heeft geadviseerd en de officier van justitie heeft gevorderd. Het voorwaardelijke strafdeel met bijzondere voorwaarden is bedoeld als een stok achter de deur en dient er dus toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. Daarnaast zal de rechtbank gelet op de gegeven adviezen de leerstraf Tools4U regulier opleggen.
Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straffen passend en geboden.
8Vordering tenuitvoerlegging
8.1.
Vonnis waarvan tenuitvoerlegging wordt gevorderd
Bij vonnis van 12 juni 2023 van de kinderrechter van deze rechtbank is de verdachte ter zake van diefstal, vuurwapenbezit en steekwapenbezit veroordeeld. Voor zover hier van belang is de verdachte toen veroordeeld tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf van 50 uren, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft gebracht, waarvan 30 uren voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. De proeftijd is ingegaan op 26 juni 2023 .
8.2.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie vordert dat (het resterende deel van) de voorwaardelijk oplegde taakstraf van 30 uren alsnog ten uitvoer wordt gelegd omdat de verdachte binnen de proeftijd opnieuw een strafbaar feit heeft gepleegd.
8.3.
Standpunt verdediging
De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.
8.4.
Beoordeling
Het hierboven bewezenverklaarde feit is na het wijzen van dit vonnis en voor het einde van de proeftijd gepleegd. Door het plegen van het bewezen feit heeft de verdachte de aan het vonnis verbonden algemene voorwaarde, dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen, niet nageleefd. Daarom zal de vordering van de officier van justitie worden toegewezen.
9Toepasselijke wettelijke voorschriften
Gelet is op de artikelen 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa van het Wetboek van Strafrecht en artikel 26 lid 1 van de Wet wapens en munitie.
10Bijlagen
De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.
Dictum
De rechtbank:
verklaart niet bewezen dat de verdachte de onder 2 en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 75 dagen;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
bepaalt dat een gedeelte van de jeugddetentie groot 30 dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op twee jaren;
tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd de bijzondere voorwaarden niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;
stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;
stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:
zich gedurende een door de Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de reclassering, zo vaak en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht;
naar school en stage zal gaan volgens rooster en zich aan de regels en afspraken van school en stage zal houden, dan wel een andere zinvolle dagbesteding zal hebben;
- zal meewerken aan ambulante (persoonlijke) begeleiding, zoals van een jongerencoach van E25 of een soortgelijke instelling, zo lang de jeugdreclassering dat noodzakelijk acht;
- zich zal inspannen een passende vrijetijdsbesteding te hebben en te behouden, een en ander in overleg met de jeugdreclassering.
verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden
de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;
de veroordeelde zal medewerking verlenen aan jeugd/reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de jeugd/reclassering zo vaak en zo lang als de jeugd/reclassering dit noodzakelijk acht;
geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
legt de verdachte een taakstraf op, bestaande uit een leerstraf voor de duur van 20 (twintig) uren, waarbij de verdachte dient deel te nemen aan het leerproject Tools4U Regulier van de Raad voor de Kinderbescherming;
beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de leerstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 10 dagen;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; de voorlopige hechtenis is bij eerdere beslissing geschorst;
gelast de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 30 uren, subsidiair 15 dagen vervangende jeugddetentie, opgelegd bij vonnis van 12 juni 2023 in de gevoegde zaken met parketnummers 10-094832-23 en 10-081868-23.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. C.G. van de Grampel, voorzitter, tevens kinderrechter,
en mrs. A.L. Pöll en Ü. Gümüş, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M.J.A. Batenburg, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 18 maart 2025.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
1.
Hij, in of omstreeks de periode van 5 mei 2024 tot en met 7 mei 2024 te Rotterdam, althans in Nederland,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een (omgebouwd) gaspistool, van het merk Ekol, model 99 Special, kaliber 9mm en/of 7.65mm PAK zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistoolen/ofmunitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten een of meerdere kogelpatronen, van het kaliber 7.65 mm voorhanden heeft gehad;
2.
Hij, in of omstreeks de periode van 5 november 2024 tot en met 7 november 2024, te [plaats 2] , althans in Nederland,Meermalen, althans eenmaal,Met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, JD Sports heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten het verkopen van verschillende kledingstukken voor een lagere prijs dan de originele prijs, door de prijskaartjes van de kledingstukken te verwisselen en/of te vervalsen.
3.Hij, in of omstreeks de periode van 5 november 2024 tot en met 7 november 2024, te [plaats 2] , althans in Nederland,verschillende kledingstukken, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan JD Sports, in elk geval aan een ander toebehoorden,heeft weggenomen, met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.