Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-07-04
ECLI:NL:RBROT:2025:10455
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
5,116 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummers: C/10/700620 / JE RK 25-1094 en C/10/702422 / JE RK 25-1355
Datum uitspraak: 4 juli 2025
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling, een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing en een verzoek benoeming bijzondere curator
in de zaken van
de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht,
gevestigd in Rotterdam,
hierna te noemen de Raad,
en
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd in Rotterdam,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige]
, geboren op [geboortedatum] 2011 in [geboorteplaats], [geboorteland],
hierna te noemen [minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
in beide zaken
[naam moeder] en [naam vader],
wonende in [woonplaats],
hierna te noemen de ouders,
advocaat mr. M.F.C. Gommans, kantoorhoudende in Rotterdam,
in de zaak met nummer C/10/700620 / JE RK 25-1094
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd in Rotterdam,
hierna te noemen de GI.
1Het verloop van de procedure
1.1.
Op 30 mei 2025 is ontvangen het verzoekschrift (met bijlagen) van de Raad van die datum. Dit verzoek is geregistreerd onder zaaknummer C/10/700620 / JE RK 25-1094.
1.2.
Op 1 juli 2025 is ontvangen het verzoekschrift (met bijlagen) van de GI van die datum. Dit verzoek is geregistreerd onder zaaknummer C/10/702422 / JE RK 25-1355.
1.3.
Op 3 juli 2025 is ontvangen het namens de ouders in beide zaken ingediende verweerschrift en zelfstandig verzoek (met bijlagen) van die datum.
1.4.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 4 juli 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de ouders en hun advocaat;
- een vertegenwoordiger van de Raad, te weten [persoon 1];
- een vertegenwoordiger van de GI, te weten [persoon 2].
1.5.
Aangezien de moeder de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig is, maar wel de taal Berber, heeft de kinderrechter het verhoor doen plaatsvinden met bijstand van [persoon 3], tolk in de taal Berber. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de tolk is beëdigd overeenkomstig het bepaalde in artikel 12 van de Wet beëdigde tolken en vertalers.
1.6.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
Feiten
2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].
2.2.
Op 7 april 2025 is [minderjarige] door de kinderrechter in deze rechtbank voorlopig onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 7 april 2025 tot 7 juli 2025. Daarnaast is een (spoed)machtiging verleend tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 7 april 2025 tot 5 mei 2025. Iedere verdere beslissing is aangehouden.
2.3.
Op 17 april 2025 heeft de kinderrechter de (spoed)machtiging tot uithuisplaatsing ingetrokken en het meer of anders verzochte afgewezen.
2.4.
Op 30 mei 2025 is een (spoed)machtiging verleend tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 30 mei 2025 tot 27 juni 2025. De behandeling van het verzoek is voor het overige aangehouden.
2.5.
Op 10 juni 2025 is de machtiging tot uithuisplaatsing verlengd tot 7 juli 2025. Het meer of anders verzochte is afgewezen.
2.6.
[minderjarige] verblijft momenteel bij [naam instelling] in [plaatsnaam].
3De verzoeken
3.1.
De Raad verzoekt [minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De GI verzoekt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van zes maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.3.
De ouders verzoeken een bijzondere curator te benoemen.
4De standpunten
4.1.
De Raad heeft zijn verzoek ter zitting gehandhaafd en het verzoek van de GI ondersteund. De Raad heeft – samengevat – het volgende naar voren gebracht. Bij [minderjarige] is sprake van een bedreigde ontwikkeling op alle leefgebieden, ook op seksueel gebied. Zij laat zorgelijk gedrag zien dat niet passend is bij haar leeftijd. In het verleden is [minderjarige] misbruikt. Vanwege het bedreigen van leeftijdsgenoten is [minderjarige] bij verschillende onderwijsvormen weggestuurd. Zij heeft hierdoor geen dagbesteding. Het is belangrijk dat [minderjarige] zo spoedig mogelijk weer naar school gaat. Verder zet [minderjarige] zich af tegen autoriteit en regels. De ouders proberen alles te doen wat in hun vermogen ligt om het gedrag van [minderjarige] bij te sturen. De wens van de ouders om [minderjarige] weer thuis te laten wonen is begrijpelijk. Het lukt [minderjarige] echter onvoldoende om haar gedrag te veranderen. In de afgelopen periode is het haar niet gelukt om zich aan de gemaakte afspraken te houden. Recent is [minderjarige] thuisgeplaatst. Naar aanleiding van een incident is [minderjarige] vervolgens bij [naam instelling] geplaatst. [minderjarige] wil niet meewerken aan onderzoek. Daardoor is de oorzaak van haar gedrag nog onduidelijk. Om de juiste hulpverlening in te kunnen zetten moet een persoonlijkheidsonderzoek bij [minderjarige] worden afgenomen. Voor een dergelijk onderzoek bij [naam instelling] is een periode van 4 tot 6 weken nodig. De Raad kan zich desgevraagd vinden in een kortere verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing dan de GI heeft verzocht en aanhouding van het resterende deel van het verzoek.
4.2.
De GI heeft haar verzoek ter zitting gehandhaafd en het verzoek van de Raad ondersteund. De GI heeft – samengevat – het volgende naar voren gebracht. De ouders zijn enorm betrokken bij [minderjarige]. Het is echter niet in haar belang om [minderjarige] terug te plaatsen bij de ouders als de situatie nog niet is veranderd. Er moet een goede analyse worden gemaakt zodat duidelijk wordt wat [minderjarige] nodig heeft in de opvoeding van de ouders. [minderjarige] is nog niet in staat om zich aan afspraken te houden en moet nog veel leren. Er is sprake van een patroon, waarbij het een aantal weken goed gaat en het vervolgens mis gaat. Het is in haar belang dat [minderjarige] de komende periode bij [naam instelling] blijft en dat op deze (behandel)plek een persoonlijkheidsonderzoek bij haar wordt afgenomen om de problematiek in kaart te brengen. Dat kan op korte termijn. Tot nu toe wil [minderjarige] daar echter niet aan meewerken. Als duidelijk is wat [minderjarige] nodig heeft, zou kunnen worden bezien of behandeling en verdere hulpverlening vanuit de thuissituatie kan worden ingezet door een hulpverlener in de regio. Voor diagnostiek door een hulpverlener in de regio zou zij echter op een wachtlijst terechtkomen, terwijl [naam instelling] direct van start kan. [minderjarige] is van school geschorst. Er wordt alvast een plek bij School2care voor [minderjarige] aangevraagd en vandaaruit wordt bekeken wat de onderwijsmogelijkheden voor haar zijn. Daarin wordt ook de door de vader aangedragen optie meegenomen. De GI zal kijken wat haalbaar is in de wens van de ouders om met [minderjarige] op vakantie te gaan. De GI kan zich desgevraagd vinden in een kortere verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing dan verzocht en aanhouding van het resterende deel van het verzoek. De GI is geen voorstander van het benoemen van een bijzondere curator, omdat [minderjarige] de betrokkenen dan tegen elkaar zou kunnen uitspelen en dat haar niet zal helpen.
4.3.
De ouders verzetten zich niet tegen een ondertoezichtstelling. De ouders verzetten zich ook niet tegen verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing, mits de verlenging in duur wordt beperkt tot een maand. De ouders handhaven hun verzoek tot benoeming van een bijzondere curator. Door en namens de ouders is – samengevat – het volgende naar voren gebracht. In oktober 2024 hebben de ouders om hulp gevraagd. Vanaf het begin heeft de hulpverlening tekortgeschoten. Er zijn zoveel instanties betrokken, maar hulpverlening komt niet van de grond. De ouders zijn ten einde raad. Zij willen het allerbeste voor [minderjarige]. Omdat er nog geen onderzoek is uitgevoerd, is nog onduidelijk welke hulpverlening moet worden ingezet. In april is [minderjarige] bij Fier Capelle geplaatst. Dit was geen geschikte plek voor haar. Vervolgens is [minderjarige] terug naar huis gegaan. De eerste twee of drie weken hield zij zich aan de afspraken. Zij had echter geen dagbesteding. Daardoor ontstonden er problemen en is [minderjarige] opnieuw uit huis geplaatst. [minderjarige] heeft op verschillende groepen verbleven. De ouders zijn bang dat [naam instelling] ook niet de juiste plek is voor [minderjarige]. De ouders willen graag dat [minderjarige] weer naar huis komt. Wel hebben zij hulp nodig in de thuissituatie. Verder is het belangrijk dat [minderjarige] met een psycholoog gaat praten over wat zij heeft meegemaakt. De ouders willen in de zomervakantie graag met [minderjarige] op vakantie naar Spanje. Ook willen de ouders graag dat [minderjarige] na de zomervakantie weer naar school gaat. De vader heeft [minderjarige] bij een school aangemeld. De ouders hebben op 7 juli 2025 een gesprek met deze school.
Benoeming van een bijzondere curator met een gedragswetenschappelijke achtergrond is nodig om de belangen van [minderjarige] in het traject van hulpverlening en besluitvorming te behartigen en haar een helpende hand te bieden, bijvoorbeeld bij het invullen van de vragenlijsten voor het persoonlijkheidsonderzoek. Tot nu toe is zij nergens voor gemotiveerd.
Beoordeling
Ten aanzien van de verzoeken tot ondertoezichtstelling en verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing
5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter stelt [minderjarige] daarom onder toezicht van de GI voor de verzochte periode van een jaar. Daarnaast verlengt de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing, zij het met een kortere periode dan verzocht. Voortzetting van de plaatsing bij [naam instelling] is noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding van [minderjarige]. De kinderrechter legt hierna uit waarom.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat de ontwikkeling van de nu 13-jarige [minderjarige] ernstig wordt bedreigd. De zorgen zijn groot. [minderjarige] laat zeer zelfbepalend en grensoverschrijdend gedrag zien. Hoewel de ouders hun best doen, lukt het hen niet om [minderjarige] te begrenzen. Dit leidt tot escalaties thuis, waarbij [minderjarige] ook agressief gedrag heeft laten zien. Ook is [minderjarige] regelmatig weggelopen van huis, waarbij zij zichzelf in onveilige situaties heeft gebracht. Er zijn zorgen over haar seksuele ontwikkeling, die niet passend is bij haar leeftijd. Verder volgt [minderjarige] momenteel geen onderwijs. In december 2024 is zij geschorst van school, omdat medeleerlingen zich onveilig voelden door haar. Het daaropvolgende traject bij OPDC is voortijdig beëindigd, omdat ook daar problemen waren en de veiligheid van [minderjarige] niet kon worden gewaarborgd. Tot slot zijn er zorgen over de impact van een ingrijpende gebeurtenis die [minderjarige] op 8-jarige leeftijd heeft meegemaakt. Zij is toen seksueel misbruikt door een onbekende.
5.3.
Hulpverlening in het vrijwillig kader is niet van de grond gekomen. Ook gedurende de voorlopige ondertoezichtstelling is het nog niet gelukt om hulpverlening in te zetten, mede doordat [minderjarige] haar medewerking hieraan weigert. Een reguliere ondertoezichtstelling is daarom nodig.
5.4.
In het gesprek met de kinderrechter heeft [minderjarige] te kennen gegeven dat zij nu wel openstaat voor onderzoek en behandeling. Dat is heel positief. In tegenstelling tot ambulante hulpverleners kan [naam instelling], waar [minderjarige] momenteel verblijft, op korte termijn een onderzoek uitvoeren en een behandeladvies geven. Hierdoor kan snel duidelijk worden wat [minderjarige] nodig heeft om zich goed te kunnen ontwikkelen en welke hulpverlening in de thuissituatie moet worden ingezet zodat [minderjarige] het gezag van haar ouders weer kan accepteren en haar veiligheid wordt gewaarborgd. Voortzetting van het verblijf van [minderjarige] bij [naam instelling] is daarom nodig. Om een vinger aan de pols te kunnen houden, verlengt de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing met een kortere periode dan verzocht, namelijk met twee maanden, en houdt zij de beslissing op het verzoek tot uithuisplaatsing voor het overige aan. De kinderrechter merkt daarbij op dat in het geval uit het behandeladvies volgt dat het inzetten van hulpverlening in en vanuit de thuissituatie afdoende is om de zorgen te kunnen doen afnemen, de machtiging tot uithuisplaatsing niet in de weg staat aan een thuisplaatsing van [minderjarige]. Een uithuisplaatsing is een zeer ingrijpende maatregel. Gezien de vurige wens van zowel [minderjarige] als de ouders om [minderjarige] thuis te laten wonen, de jonge leeftijd van [minderjarige], het gegeven dat [minderjarige] mogelijk na de zomervakantie kan starten op een school in de buurt van haar ouders en de grote afstand tussen haar ouders en [naam instelling], die zowel haar schoolgang als de inzet van systemische hulp in de thuissituatie bemoeilijkt, acht de kinderrechter het van groot belang dat [minderjarige] terug naar huis gaat zodra het kan.
5.5.
In overleg met de aanwezige partijen is een nieuwe zitting bepaald op 2 september 2025 om 9.30 uur. De kinderrechter verzoekt de GI om uiterlijk een week voor deze zittingsdatum te rapporteren over de actuele stand van zaken, daarbij aan te geven of het resterende deel van het verzoek al dan niet wordt gehandhaafd en een afschrift van de briefrapportage te verstrekken aan de ouders en hun advocaat.
Ten aanzien van het verzoek tot benoeming van een bijzondere curator
5.6.
De kinderrechter kan een bijzondere curator benoemen als de belangen van een met het gezag belaste ouder in strijd zijn met die van zijn of haar minderjarige kind en het in
het belang van de minderjarige noodzakelijk wordt geacht dat de minderjarige in en buiten rechte wordt vertegenwoordigd door een bijzondere curator (artikel 1:250 BW). De mogelijkheid om een bijzondere curator te benoemen beperkt zich niet tot de situatie waarin sprake is van een conflict tussen de minderjarige en zijn ouder(s). Ook in zaken waarin de ouders niet in staat zijn om de belangen van hun kind te behartigen kan een bijzondere curator worden benoemd, bijvoorbeeld in echtscheidingssituaties waarin het kind klem dreigt te raken tussen beide ouders (Kamerstukken II 2012-2013, 31 753, nr. 56).
5.7.
Niet gebleken is van een belangenstrijd tussen [minderjarige] aan de ene kant en een (of beide) ouder(s) aan de andere kant. Ook is niet gebleken dat [minderjarige] klem zit tussen haar ouders of dat de ouders om een andere reden niet in staat zijn om haar belangen te behartigen. De kinderrechter wijst het verzoek daarom af. De kinderrechter geeft de ouders in overweging om, samen met de GI, de mogelijkheid te onderzoeken om een vertrouwenspersoon in te schakelen die naast [minderjarige] kan gaan staan, bijvoorbeeld in de vorm van een JIM (Jouw Ingebrachte Mentor).
Uitvoerbaarverklaring bij voorraad
5.8.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
Dictum
De kinderrechter:
in de zaak met nummer C/10/700620 / JE RK 25-1094
6.1.
stelt [minderjarige] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, gevestigd in Rotterdam, met ingang van 4 juli 2025 tot 4 juli 2026;
in de zaak met nummer C/10/702422 / JE RK 25-1355
6.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 7 september 2025;
in beide zaken
6.3.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
6.4.
wijst af het verzoek tot benoeming van een bijzondere curator;
in de zaak met nummer C/10/702422 / JE RK 25-1355
6.5.
houdt de behandeling van het verzoek van de GI voor het overige aan;
en, alvorens verder te beslissen:
6.6.
bepaalt dat het verhoor van de GI, de belanghebbenden en de advocaat in deze zaak zal plaatsvinden op 2 september 2025 om 9.30 uur in het gerechtsgebouw te Rotterdam, Wilhelminaplein 100/125. De zaak zal op genoemde datum en tijdstip, behoudens onvoorziene omstandigheden, worden behandeld door mr. drs. H. Biemond, kinderrechter;
6.7.
bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping van de GI, de ouders en hun advocaat;
6.8.
verzoekt de GI uiterlijk op 26 augustus 2025 de kinderrechter de verzochte rapportage te doen toekomen, met afschrift aan de ouders en hun advocaat;
6.9.
gelast de oproeping van de minderjarige tegen voormelde zittingsdatum en tijdstip.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 4 juli 2025 door mr. drs. H. Biemond, kinderrechter, in aanwezigheid van D. van der Aa als griffier, en op schrift gesteld op 25 juli 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Artikel 1:255 BW.
Artikel 1:265c, tweede lid, Burgerlijk Wetboek.