Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-05-14
ECLI:NL:RBROT:2025:10254
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,078 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/699371 / FA RK 25-3625
Referentienummer: VCM/IND/168665
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 14 mei 2025 betreffende een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,
met betrekking tot:
[betrokkene]
,
geboren op [geboortedatum] 1996, [geboorteplaats] ,
hierna: betrokkene,
wonende te [plaats] ,
op dit moment verblijvende in [instelling] te [plaats] ,
advocaat mr. H.J. Naber te Dordrecht.
Procesverloop
1.1.
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 12 mei 2025, heeft de officier verzocht om voortzetting van de op 10 mei 2025 opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel van 10 mei 2025;
de medische verklaring opgesteld door [psychiater 1] , psychiater, van 10 mei 2025;
de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wvggz;
het bericht dat er gelet op landelijke afspraken met betrekking tot het niet opvragen van strafvorderlijke en justitiële gegevens en politiegegevens in geval van gevaar voor ernstig lichamelijk letsel en/of levensgevaar bij suïcidegevaar, dergelijke gegevens voor deze betrokkene niet zijn opgevraagd.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 14 mei 2025. Bij die gelegenheid zijn verschenen:
betrokkene met zijn hiervoor genoemde advocaat;
[psychiater 2] , psychiater, en [arts] , arts, beiden verbonden aan [instelling] .
1.3.
De officier is niet tijdens de mondelinge behandeling verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.
Beoordeling
2.1.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op levensgevaar en ernstig lichamelijk letsel. Betrokkene is bekend bij [instelling] met chronische stemmingsproblemen, suïcidaliteit, een autismespectrumstoornis en antisociale persoonlijkheidstrekken. Hij is opgenomen met een crisismaatregel vanwege suïcidaliteit. Namens betrokkene is geen verweer gevoerd ten aanzien van het ernstig nadeel. Uit respect voor betrokkene zal de rechtbank het ernstig nadeel niet nader concretiseren in deze beschikking.
2.2.
Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van suïcidaliteit bij een autismespectrumstoornis.
2.3.
Betrokkene refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.
2.4.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
2.5.
Op basis van de medische verklaring en de mondelinge behandeling, acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
het toedienen van medicatie;
het beperken van de bewegingsvrijheid;
het opnemen in een accommodatie.
Omdat betrokkene bij opname één nacht is gesepareerd, verklaren de psychiater en de arts dat het insluiten ook noodzakelijk is. De rechter acht echter onvoldoende onderbouwd dat het voorzienbaar is dat betrokkene weer ingesloten moet worden en zal deze vorm van verplichte zorg niet toewijzen.
2.6.
De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg, te weten het toedienen van vocht en voeding alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, het insluiten, het uitoefenen van toezicht op betrokkene, het onderzoek aan kleding of lichaam, het onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen, het controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen en het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder de beperking van het gebruik van communicatiemiddelen, worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de psychiater en de arts tijdens de mondelinge behandeling gemotiveerd hebben verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.
2.7.
De psychiater verklaart dat de behandelaren betrokkene het liefst zoveel mogelijk regie geven. Op dit moment werkt betrokkene vrijwillig mee aan zijn behandeling en de psychiater heeft er dan ook vertrouwen in dat betrokkene vandaag bij [instelling] blijft. Voor de psychiater is echter onzeker of dit over een paar dagen nog steeds het geval zal zijn terwijl voor de behandeling langer nodig is dan deze ene dag. Als er dan onvoldoende onmiddellijk dreigend ernstig nadeel is voor een crisismaatregel, zou [instelling] betrokkene met ontslag moeten laten gaan. Strijd met betrokkene werkt volgens de behandelaar in ieder geval contraproductief in de behandelrelatie. Gelet op deze toelichting van de psychiater is de rechtbank van oordeel dat de vrijwilligheid van betrokkene onvoldoende bestendig is. De rechtbank zal het verzoek toewijzen om strijd te voorkomen. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.8.
De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.9.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na vandaag.
Dictum
De rechtbank:
3.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [betrokkene] voornoemd;
3.2.
bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.5. kunnen worden getroffen;
3.3.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 4 juni 2025;
3.4.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is op 14 mei 2025 mondeling gegeven door mr. S.L. Raphael, rechter, in tegenwoordigheid van mr. S. McFedries, griffier, en op 28 mei 2025 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/699371 / FA RK 25-3625
Referentienummer: VCM/IND/168665
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 14 mei 2025 betreffende een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,
met betrekking tot:
[betrokkene]
,
geboren op [geboortedatum] 1996, [geboorteplaats] ,
hierna: betrokkene,
wonende te [plaats] ,
op dit moment verblijvende in [instelling] te [plaats] ,
advocaat mr. H.J. Naber te Dordrecht.
Procesverloop
1.1.
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 12 mei 2025, heeft de officier verzocht om voortzetting van de op 10 mei 2025 opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel van 10 mei 2025;
de medische verklaring opgesteld door [psychiater 1] , psychiater, van 10 mei 2025;
de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wvggz;
het bericht dat er gelet op landelijke afspraken met betrekking tot het niet opvragen van strafvorderlijke en justitiële gegevens en politiegegevens in geval van gevaar voor ernstig lichamelijk letsel en/of levensgevaar bij suïcidegevaar, dergelijke gegevens voor deze betrokkene niet zijn opgevraagd.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 14 mei 2025. Bij die gelegenheid zijn verschenen:
betrokkene met zijn hiervoor genoemde advocaat;
[psychiater 2] , psychiater, en [arts] , arts, beiden verbonden aan [instelling] .
1.3.
De officier is niet tijdens de mondelinge behandeling verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.
Beoordeling
2.1.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op levensgevaar en ernstig lichamelijk letsel. Betrokkene is bekend bij [instelling] met chronische stemmingsproblemen, suïcidaliteit, een autismespectrumstoornis en antisociale persoonlijkheidstrekken. Hij is opgenomen met een crisismaatregel vanwege suïcidaliteit. Namens betrokkene is geen verweer gevoerd ten aanzien van het ernstig nadeel. Uit respect voor betrokkene zal de rechtbank het ernstig nadeel niet nader concretiseren in deze beschikking.
2.2.
Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van suïcidaliteit bij een autismespectrumstoornis.
2.3.
Betrokkene refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.
2.4.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
2.5.
Op basis van de medische verklaring en de mondelinge behandeling, acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
het toedienen van medicatie;
het beperken van de bewegingsvrijheid;
het opnemen in een accommodatie.
Omdat betrokkene bij opname één nacht is gesepareerd, verklaren de psychiater en de arts dat het insluiten ook noodzakelijk is. De rechter acht echter onvoldoende onderbouwd dat het voorzienbaar is dat betrokkene weer ingesloten moet worden en zal deze vorm van verplichte zorg niet toewijzen.
2.6.
De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg, te weten het toedienen van vocht en voeding alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, het insluiten, het uitoefenen van toezicht op betrokkene, het onderzoek aan kleding of lichaam, het onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen, het controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen en het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder de beperking van het gebruik van communicatiemiddelen, worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de psychiater en de arts tijdens de mondelinge behandeling gemotiveerd hebben verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.
2.7.
De psychiater verklaart dat de behandelaren betrokkene het liefst zoveel mogelijk regie geven. Op dit moment werkt betrokkene vrijwillig mee aan zijn behandeling en de psychiater heeft er dan ook vertrouwen in dat betrokkene vandaag bij [instelling] blijft. Voor de psychiater is echter onzeker of dit over een paar dagen nog steeds het geval zal zijn terwijl voor de behandeling langer nodig is dan deze ene dag. Als er dan onvoldoende onmiddellijk dreigend ernstig nadeel is voor een crisismaatregel, zou [instelling] betrokkene met ontslag moeten laten gaan. Strijd met betrokkene werkt volgens de behandelaar in ieder geval contraproductief in de behandelrelatie. Gelet op deze toelichting van de psychiater is de rechtbank van oordeel dat de vrijwilligheid van betrokkene onvoldoende bestendig is. De rechtbank zal het verzoek toewijzen om strijd te voorkomen. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.8.
De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.9.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na vandaag.
Dictum
De rechtbank:
3.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [betrokkene] voornoemd;
3.2.
bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.5. kunnen worden getroffen;
3.3.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 4 juni 2025;
3.4.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is op 14 mei 2025 mondeling gegeven door mr. S.L. Raphael, rechter, in tegenwoordigheid van mr. S. McFedries, griffier, en op 28 mei 2025 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.