Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-05-08
ECLI:NL:RBROT:2025:10043
Civiel recht; Insolventierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,781 tokens
Inleiding
Rechtbank Rotterdam
Team insolventie
rekestnummer: [nummer]
uitspraakdatum: 8 mei 2025
in de zaak van:
[verzoeker]
,
wonende te [adres]
[postcode] [woonplaats],
verzoeker.
Procesverloop
Verzoeker heeft op 3 februari 2025, tezamen met een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, een verzoek ingevolge artikel 287a, eerste lid, Faillissementswet ingediend om een viertal schuldeisers, te weten:
Qander, in behandeling bij Intrum, (hierna: Qander);
InBev Nederland N.V., in behandeling bij GGN Mastering Credit B.V.,(hierna: InBev);
Multiproject Financieringen B.V., in behandeling bij Agin Timmermans Gerechtsdeurwaarders, (hierna: Multiproject Financieringen);
Eet.nu, (hierna: Eet.nu);
die weigeren mee te werken aan een door verzoeker aangeboden schuldregeling, te bevelen in te stemmen met deze schuldregeling.
Schuldhulpverlening heeft voorafgaand aan de zitting op 14 april 2025 per e-mail laten weten dat in het verzoekschrift 287a Fw een onjuiste schuldeiser is vermeld. De originele schuldeiser waarvan de vordering in behandeling is bij Agin Timmermans Gerechts-deurwaarders betreft niet VQ-advocaten maar Multiproject Financieringen B.V.. Nu Multiproject Financieringen een verweerschrift heeft ingediend en heeft kennis genomen van het verzoekschrift, is Multiproject Financieringen niet in haar belangen geschaad. De rechtbank zal VQ-advocaten dan ook lezen als Multiproject Financieringen.
Qander, InBev en Multiproject Financieringen hebben voorafgaand aan de zitting een verweerschrift toegezonden.
Eet.nu heeft voorafgaande aan de zitting, bij e-mail van 1 april 2025, aan schuldhulpverlening te kennen gegeven alsnog in te stemmen met de aangeboden schuldregeling.
Ter zitting van 1 mei 2025 zijn verschenen en gehoord:
verzoeker;
de heer mr. A. Harmanci, werkzaam bij Schuldhulp De Schie (hierna: schuldhulpverlening).
De uitspraak is bepaald op heden.
2Het verzoek
Verzoeker heeft volgens het ingediende verzoekschrift achttien schuldeisers, waarvan één preferente schuldeiser met één vordering en zeventien concurrente schuldeisers met achttien vorderingen. Deze schuldeisers hebben in totaal een bedrag van € 182.877,82 van verzoeker te vorderen. Verzoeker heeft bij brief van 9 september 2024 een schuldregeling aangeboden aan zijn schuldeisers, inhoudende een betaling van 6,05% aan de preferente schuldeiser en 3,03% aan de concurrente schuldeisers tegen finale kwijting.
Het aangeboden akkoord heeft de volgende inhoud en achtergrond. De aangeboden regeling is gebaseerd op de NVVK-norm. De aangeboden regeling is gebaseerd op de afloscapaciteit die verzoeker heeft op basis van zijn dienstbetrekking. Ter zitting heeft verzoeker verklaard dat hij fulltime werkt op Schiphol en dat hij een arbeidscontract voor onbepaalde tijd heeft. Verzoeker heeft een eigen horecaonderneming gehad. Tijdens de coronapandemie heeft verzoeker zijn onderneming gedwongen moeten sluiten wat ertoe heeft geleid dat hij het hoofd niet meer boven water kon houden. Ter zitting heeft verzoeker verklaard dat er door InBev recentelijk beslag is gelegd op zijn loon.
Schuldhulpverlening heeft ter zitting verklaard dat de schulden niet zijn ontstaan met slechte bedoelingen, maar stelt dat verzoeker pech heeft gehad met zijn onderneming. Daarnaast verklaart schuldhulpverlening dat de partner van verzoeker geen deel uitmaakt van de regeling omdat zij ongehuwd zijn maar desondanks is het inkomen van de partner van verzoeker meegenomen in het saneringsvoorstel teneinde de schuldeisers een beter voorstel te kunnen doen. Schuldhulpverlening heeft verklaard dat het voorstel dat is gedaan lager zou zijn wanneer het inkomen van de partner niet zou zijn meegenomen. Volgens schuldhulpverlening is het maximale aangeboden.
Volgens de aangeboden schuldregeling wordt het aangeboden percentage – door middel van een door schuldhulpverlening ter beschikking gesteld saneringskrediet – in één keer aan de schuldeisers uitgekeerd. Verzoeker heeft zich op het standpunt gesteld dat hij al het mogelijke heeft gedaan om het aangeboden percentage aan zijn schuldeisers aan te bieden. Verzoeker heeft sinds de aanmelding bij schuldhulpverlening geen nieuwe schulden of achterstanden meer laten ontstaan.
Vijftien schuldeisers stemmen met de aangeboden schuldregeling in. Qander, InBev en Multiproject Financieringen stemmen hier niet mee in. Qander heeft een vordering van
€ 19.910,57 op verzoeker, welke 10,89% van de totale schuldenlast beloopt. InBev heeft een vordering van € 62.611,38 op verzoeker, welke 34,24% van de totale schuldenlast beloopt. Multiproject Financieringen heeft een vordering van € 35.228,39 op verzoeker, welke 19,26% van de totale schuldenlast beloopt.
3Het verweer
Qander
In de contacten met schuldhulpverlening heeft Qander te kennen gegeven het aangeboden bedrag te laag te vinden. Het aanbod staat niet in verhouding tot de totale schuldvordering. Qander stelt in haar verweerschrift dat zij – nadat zij het saneringsvoorstel van verzoeker had ontvangen – nadere informatie heeft opgevraagd over de persoonlijke situatie van verzoeker teneinde de situatie beter te kunnen begrijpen. In de visie van Qander wordt er door verzoeker niet voldaan aan de maximale inspanningsvereisten en is er sprake van benadeling van de schuldeisers. Qander stelt dat verzoeker niet werkzaam is en zijn partner enkel een beperkt aantal uren arbeid verricht. Hiertegenover staat dat er maandelijks sprake is van hoge kosten voor de kinderopvang van € 1.944,80 per maand. Qander heeft om die reden het aangeboden saneringsvoorstel van verzoeker afgewezen.
InBev
In haar verweerschrift heeft InBev zich op het standpunt gesteld dat thans niet valt te voorzien of verzoeker in de toekomst meer inkomsten zal kunnen genereren. Evenmin heeft verzoeker volgens InBev voldoende aannemelijk gemaakt dat hij het maximaal haalbare waartoe hij financieel in staat moet worden geacht heeft aangeboden. InBev stelt zich op het standpunt dat zij verwacht dat – indien de schuldsaneringsregeling van toepassing wordt verklaard – er meer zal kunnen worden gespaard om de schulden af te lossen. InBev stelt dat het onbegrijpelijk is dat in de VTLB-berekening slechts rekening wordt gehouden met
€ 596,70 aan netto-inkomsten van de partner, terwijl er volgens de VTLB-berekening, die bij het voorstel is bijgevoegd, € 367,45 kan worden gereserveerd. Uitgaande van een schuldsaneringsregeling van drie jaar kan er € 12.868,20 worden gespaard, terwijl het saneringskrediet slechts een bedrag van € 5.971,78 behelst.
Multiproject Financieringen
In de contacten met schuldhulpverlening heeft Multiproject Financieringen te kennen gegeven het aangeboden bedrag te laag te vinden. Het aanbod zou niet in verhouding staan tot de totale schuldvordering. Daarnaast stelt Multiproject Financieringen in haar verweerschrift dat zij van mening is dat zij door verzoeker aan het lijntje is gehouden omdat zij al eerder door de gemeente Rotterdam zijn benaderd dat zij verzoeker zou ondersteunen bij zijn geldzaken. Multiproject Financieringen heeft destijds de incassomaatregelen on hold gezet maar er is vervolgens geen actie meer ondernomen door de gemeente. Zij kreeg uiteindelijk te horen dat verzoeker zijn traject bij de gemeente voortijdig had beëindigd. Multiproject Financieringen stelt in die tussenliggende periode – waarin er nauwelijks tot niets is ondernomen – dat dit ten nadele van de schuldeisers is. Daarnaast hebben verzoeker en zijn partner zich – in de visie van Multiproject Financieringen – onvoldoende ingespannen om hogere inkomsten te verkrijgen.
Hoewel behoorlijk opgeroepen hebben Qander, InBev en Multiproject Financieringen geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid hun standpunten ter zitting toe te lichten.
Beoordeling
Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser in beginsel vrij staat om te verlangen dat 100% van zijn vordering, vermeerderd met rente, wordt voldaan. Nu de aangeboden regeling voorziet in een lagere uitkering dan de volledige vordering, staat het belang van Qander, InBev en Multiproject Financieringen bij hun weigering vast.
De rechtbank ziet zich gesteld voor het beantwoorden van de vraag of Qander, InBev en Multiproject Financieringen in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling hebben kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat zij hebben bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van verzoeker of de overige schuldeisers die door de weigering worden geschaad.
De rechtbank stelt allereerst vast dat de vorderingen van Qander, InBev en Multiproject Financieringen een aandeel vormen in de totale schuldenlast van 64,39%.
Een ruime meerderheid van de schuldeisers, namelijk vijftien van de achttien schuldeisers, is met de aangeboden regeling akkoord gegaan.
De rechtbank stelt ook vast dat het voorstel is getoetst door een deskundige en onafhankelijke partij, te weten Schuldhulp De Schie. Voorts is het voorstel naar het oordeel van de rechtbank goed en controleerbaar gedocumenteerd.
De rechtbank is van oordeel dat het voorstel het uiterste is waartoe verzoeker in staat moet worden geacht. Uit het verzoekschrift en het verhandelde ter zitting is gebleken dat verzoeker beschikt over een fulltime baan, op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Dat betekent dat verzoeker reeds voldoet aan de in de schuldsaneringsregeling bestaande werkverplichting voor 36 uur per week. Schuldhulpverlening heeft ter zitting verklaard dat in het saneringsvoorstel ook het inkomen van de partner van verzoeker is meegenomen – ondanks dat zij ongehuwd zijn – teneinde de schuldeisers een beter voorstel te kunnen doen. Het inkomen van de (samenwonende) partner dient altijd te worden meegenomen in de VTLB-berekening, nu er sprake is van een gezamenlijke huishouding. Dit neemt echter niet weg dat verzoeker naar het oordeel van de rechtbank het maximaal haalbare aan de schuldeisers heeft aangeboden op basis van zijn huidige dienstbetrekking. Het is niet te verwachten dat de inkomsten van verzoeker gedurende de looptijd van het minnelijk traject zullen toenemen.
Multiproject Financieringen gaat er daarnaast ten onrechte van uit dat de schuldsaneringsregeling drie jaar duurt. De wetgeving is met ingang van 1 juli 2023 gewijzigd. De termijn waarvoor een schuldsaneringsregeling doorgaans wordt uitgesproken bedraagt 18 maanden.
Naar verwachting zal de uitwerking van het voorstel een gunstiger resultaat hebben voor de schuldeisers dan in de situatie dat de schuldsaneringsregeling op verzoeker van toepassing zou zijn, zoals subsidiair verzocht. Immers, de toepassing van de wettelijke schuldsanerings-regeling zal aanzienlijke kosten met zich brengen, bestaande uit salaris voor de bewindvoerder en griffierecht, die in mindering komen op hetgeen verzoeker zou kunnen afdragen in de schuldsaneringsregeling. Dat betekent dat toepassing van de schuldsanerings-regeling de schuldeisers minder zou opleveren dan bij het akkoord wordt aangeboden. Daar komt nog bij dat een eventuele bate voor de schuldeisers pas aan het einde van de schuldsaneringsregeling wordt uitgekeerd, terwijl de aangeboden regeling erin voorziet dat het aangeboden bedrag ineens en op korte termijn betaalbaar wordt gesteld.
Op grond van het voorgaande komt de rechtbank dan ook tot het oordeel dat de belangen van verzoeker die vanuit een stabiele situatie zijn schuldenproblematiek wil oplossen en van de overige schuldeisers die hebben ingestemd met het aanbod, zwaarder wegen dan die van Qander, InBev en Multiproject Financieringen, die geweigerd hebben in te stemmen.
Het verzoek om Qander, InBev en Multiproject Financieringen te bevelen in te stemmen met de schuldregeling wordt daarom toegewezen.
Ter zitting is gebleken dat er namens InBev beslag is gelegd op het inkomen van verzoeker. De minnelijke regeling is gestart op 9 september 2024. Schuldhulpverlening zal dienen te onderzoeken op welk bedrag InBev recht heeft uit hoofde van het aangeboden akkoord en welk bedrag na 9 september 2024 reeds onder het beslag door InBev is ontvangen. Het bedrag dat InBev uit hoofde van het beslag heeft ontvangen dat het bedrag van de uitkering op basis van het het saneringskrediet overstijgt, dient door InBev terugbetaald te worden in het kader van de paritas creditorum. Alle schuldeisers die onder de minnelijke regeling vallen dienen, rekening houdend met hun preferentie, gelijkelijk te worden behandeld.
Qander, InBev en Multiproject Financieringen zullen als de in het ongelijk gestelde partijen worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Nu voor het onderhavige verzoekschrift geen griffierecht verschuldigd is en verzoeker niet is bijgestaan door een advocaat, worden de kosten begroot op nihil.
De rechtbank stelt vast dat er thans een gedwongen schuldregeling is afgekondigd, die in de plaats komt van de vrijwillige instemming van de schuldeisers. Hieruit volgt dat verzoeker zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden en dat hij niet verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen zodat het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal worden afgewezen.
Dictum
De rechtbank:
- beveelt Qander, InBev en Multiproject Financieringen om in te stemmen met de door verzoeker aangeboden schuldregeling;
- veroordeelt Qander, InBev en Multiproject Financieringen in de kosten van deze procedure, aan de zijde van verzoeker begroot op nihil;
- bepaalt dat dit vonnis in de plaats treedt van de vrijwillige instemming;
- wijst het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af;
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. C. de Jong, rechter, en in aanwezigheid van I. van Gemerde, griffier, in het openbaar uitgesproken op 8 mei 2025.
Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.