Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2025-08-14
ECLI:NL:RBROT:2025:10038
Civiel recht
Beschikking
1,488 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 11635267 VZ VERZ 25-2512
datum uitspraak: 18 augustus 2025
Beschikking van de kantonrechter
in de zaak van
[verzoeker]
,
verzoeker,
gemachtigde: mr. J. Wareman,
tegen
[verweerder] , in zijn hoedanigheid van vereffenaar in de nalatenschap van [naam 1] ,
verweerder,
gemachtigde: mr. R.C. Steenhoek.
De partijen worden hierna ‘ [verzoeker] ’ en ‘de vereffenaar’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
het verzoekschrift (ontvangen op 7 april 2025);
de door [verzoeker] overgelegde stukken;
de door de vereffenaar overgelegde stukken;
het verweerschrift.
1.2.
Op 4 augustus 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren partijen en hun gemachtigden aanwezig.
2Waar gaat de zaak over
2.1.
Op [datum] is [naam 1] , geboren op [geboortedatum] 1977, overleden. [verzoeker] was zijn zoon en is zijn erfgenaam en legataris. Op 21 juni 2021 is [verweerder] benoemd tot vereffenaar van de nalatenschap.
2.2.
In de nalatenschap vallen de aandelen in het kapitaal van [bedrijf 1] (hierna: [bedrijf 1] ). De vereffenaar is de bestuurder van deze vennootschap. [bedrijf 1] heeft in Nederland een procedure aanhangig gemaakt tegen onder meer de naar het recht van Bosnië opgerichte vennootschap [bedrijf 2] (hierna: [bedrijf 2] ) en haar aandeelhouder [naam 2] . [bedrijf 1] stelt in die procedure dat zij ernstig is benadeeld door [bedrijf 2] omdat zij alle vermogensbestanddelen en activiteiten van een vennootschap waarvan [bedrijf 1] voor 50% aandeelhouder was naar zichzelf heeft overgeheveld zonder dat daar een vergoeding tegenover stond. In deze procedure is op 12 februari 2025 een vonnis in de incidenten gewezen, waarbij de hoofdzaak naar de rol is verwezen voor conclusie van antwoord.
2.3.
De vereffenaar is voornemens om tegen betaling van € 650.000,- als bestuurder namens [bedrijf 1] een schikking aan te gaan ter beëindiging van voormelde procedure. [verzoeker] is het hier niet mee eens. Volgens hem blijkt uit een deskundigenrapport dat de schade die [bedrijf 1] heeft geleden minstens 2,85 miljoen is. Hij vindt dat de vereffenaar onvoldoende rekening houdt met zijn belangen als hij deze schikking aan zou gaan. Hij verzoekt de kantonrechter daarom om de vereffenaar de volgende aanwijzing te geven:
Primair: de vereffenaar te gelasten de te plannen zitting in genoemde rechtszaak af te wachten alvorens een (voorwaardelijke) schikking met [bedrijf 2] te onderzoeken en te bepalen dat de vereffenaar na die zitting uitsluitend met instemming van [verzoeker] een schikking mag treffen;
Subsidiair: te bepalen dat voor het treffen van een schikking voorafgaande goedkeuring van de kantonrechter is vereist;
Meer subsidiair: op grond van artikel 4:208 lid 1 BW een rechter-commissaris te benoemen die toezicht houdt op het verdere verloop van de vereffening, in het bijzonder het schikkingsproces.
Beoordeling
3.1.
De wet biedt een belanghebbende geen mogelijkheid om de kantonrechter te vragen een vereffenaar een aanwijzing te geven. [verzoeker] is daarom niet-ontvankelijk in zijn verzoek. Artikel 4:210 BW biedt de kantonrechter wel de mogelijkheid om een vereffenaar ambtshalve aanwijzingen te geven. De kantonrechter ziet in deze zaak hiervoor echter geen aanleiding. Dit wordt hierna uitgelegd.
3.2.
De vereffenaar heeft op de zitting toegelicht wat zijn afwegingen zijn om tot een schikking te komen. De uitkomst van de procedure die [bedrijf 1] heeft aangespannen is uiterst onzeker en kan nog lange tijd op zich laten wachten. De rechtbank heeft al aangegeven dat er na de conclusie van antwoord eerst nog een schriftelijke ronde zal volgen en dat daarna een zitting zal worden gepland. Als het al komt tot een toewijzend vonnis zal er nog een schadestaatprocedure volgen. Daarnaast is er een groot verhaalsrisico. Dit alles heeft [verzoeker] niet betwist.
3.3.
Verder heeft de vereffenaar erop gewezen dat de kosten voor de procedure worden voorgeschoten door de nalatenschap. De proces- en advieskosten zijn inmiddels opgelopen tot bijna € 250.000,-. [bedrijf 1] heeft een negatief eigen vermogen. Uit de door de vereffenaar overgelegde boedelbeschrijving blijkt dat de nalatenschap negatief is. De vereffenaar heeft gemotiveerd aangegeven dat het voortzetten van de procedure aanzienlijke extra kosten met zich zal brengen met het risico dat die kosten door [bedrijf 1] niet terugbetaald kunnen worden.
3.4.
Tot slot heeft de vereffenaar aangegeven dat alle betrokken adviseurs hem adviseren de schikking aan te gaan.
3.5.
Uit het voorgaande blijkt dat de vereffenaar op een zorgvuldige en weloverwogen manier tot de beslissing is gekomen om als bestuurder van [bedrijf 1] een schikking aan te gaan voor een bedrag van € 650.000,-. Het enkele feit dat [verzoeker] anders tegen de situatie aankijkt, is onvoldoende reden voor de kantonrechter om een aanwijzing te geven of een rechter-commissaris te benoemen. Deze uitspraak eindigt daarom alleen met een niet-ontvankelijkverklaring van [verzoeker] .
Dictum
De kantonrechter:
verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in zijn verzoek.
Deze beschikking is gegeven door mr. M. Fiege en in het openbaar uitgesproken.
423