Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-02-09
ECLI:NL:RBROT:2024:902
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,008 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 10762338 CV EXPL 23-28580
datum uitspraak: 9 februari 2024
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiser01] ,
woonplaats: [woonplaats01] ,
eiser,
gemachtigde: mr. A. Taheri-Bhajan,
tegen
[gedaagde01] ,
woonplaats: [woonplaats02] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘ [eiser01] ’ en ‘ [gedaagde01] ’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 10 oktober 2023, met bijlagen;
het antwoord.
1.2.
Op 11 januari 2024 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling besproken. Daarbij waren aanwezig:
[eiser01] met zijn partner, zijn broer een vriend en een tolk, bijgestaan door de gemachtigde;
[gedaagde01] .
Beoordeling
Waar gaat de zaak over?
2.1.
[eiser01] heeft een tweedehands auto (met kenteken [kenteken01] ) van [gedaagde01] gekocht. De afgesproken koopsom was € 1.500,- en [eiser01] heeft een aanbetaling van
€ 800,- gedaan. Het is niet gelukt de auto over te schrijven op naam van [eiser01] . De koopovereenkomst is vervolgens ontbonden. De auto is nu weer terug bij [gedaagde01] . [eiser01] eist in deze procedure dat [gedaagde01] de aanbetaling aan hem terugbetaalt. [gedaagde01] is het daar niet mee eens. Hij vindt dat hij niet het volledige bedrag hoeft terug te betalen.
2.2.
De eis van [eiser01] wordt toegewezen. Hierna wordt toegelicht waarom dit de uitkomst is.
[gedaagde01] moet de volledige aanbetaling terugbetalen
2.3.
Partijen geven een andere lezing van de gebeurtenissen rondom de tenaamstelling van de auto, maar zij zijn het er wel over eens dat de koopovereenkomst is ontbonden. Het rechtsgevolg daarvan is dat er voor beide partijen ongedaanmakingsverplichtingen zijn ontstaan voor de door hen ontvangen prestaties (artikel 6:271 BW). Concreet betekent dit dat [eiser01] de auto moet teruggeven, zoals hij al heeft gedaan, en [gedaagde01] het aanbetaalde deel van de koopsom (€ 800,-) moet retourneren.
2.4.
[gedaagde01] wil niet de volledige aanbetaling terugbetalen, omdat hij schade zou hebben geleden. Tijdens de mondelinge behandeling heeft hij aangegeven dat hij door de situatie stress heeft ervaren. Deze enkele stelling van [gedaagde01] , die hij in het geheel niet heeft onderbouwd, is echter onvoldoende voor het toekennen van een immateriële schadevergoeding die kan worden verrekend met de koopsom. Van het bestaan van andere schade is niet gebleken. Dit verweer van [gedaagde01] wordt daarom verworpen.
Rente
2.5.
De rente wordt toegewezen zoals gevorderd, omdat [eiser01] genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde01] dat niet heeft betwist.
Proceskosten
2.6.
[gedaagde01] moet de proceskosten betalen, omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van [eiser01] op € 86,- aan griffierecht, € 270,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 135,-) en € 67,50 aan nakosten. Dat is in totaal € 423,50. Hier kan nog een bedrag bijkomen als dit vonnis wordt betekend. Er worden geen dagvaardingskosten toegewezen, omdat [eiser01] met een toevoeging procedeert.
Uitvoerbaarheid bij voorraad
2.7.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv).
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
verklaart voor recht dat de op 23 juni 2023 door partijen gesloten koopovereenkomst ter zake de tweedehands auto met kenteken [kenteken01] is ontbonden;
3.2.
veroordeelt [gedaagde01] om aan [eiser01] te betalen € 800,- met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag vanaf 22 augustus 2023 tot de dag dat volledig is betaald;
3.3.
veroordeelt [gedaagde01] in de proceskosten, die aan de kant van [eiser01] worden begroot op € 423,50;
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.I. Mentink en in het openbaar uitgesproken.
43416
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 10762338 CV EXPL 23-28580
datum uitspraak: 9 februari 2024
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiser01] ,
woonplaats: [woonplaats01] ,
eiser,
gemachtigde: mr. A. Taheri-Bhajan,
tegen
[gedaagde01] ,
woonplaats: [woonplaats02] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘ [eiser01] ’ en ‘ [gedaagde01] ’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 10 oktober 2023, met bijlagen;
het antwoord.
1.2.
Op 11 januari 2024 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling besproken. Daarbij waren aanwezig:
[eiser01] met zijn partner, zijn broer een vriend en een tolk, bijgestaan door de gemachtigde;
[gedaagde01] .
Beoordeling
Waar gaat de zaak over?
2.1.
[eiser01] heeft een tweedehands auto (met kenteken [kenteken01] ) van [gedaagde01] gekocht. De afgesproken koopsom was € 1.500,- en [eiser01] heeft een aanbetaling van
€ 800,- gedaan. Het is niet gelukt de auto over te schrijven op naam van [eiser01] . De koopovereenkomst is vervolgens ontbonden. De auto is nu weer terug bij [gedaagde01] . [eiser01] eist in deze procedure dat [gedaagde01] de aanbetaling aan hem terugbetaalt. [gedaagde01] is het daar niet mee eens. Hij vindt dat hij niet het volledige bedrag hoeft terug te betalen.
2.2.
De eis van [eiser01] wordt toegewezen. Hierna wordt toegelicht waarom dit de uitkomst is.
[gedaagde01] moet de volledige aanbetaling terugbetalen
2.3.
Partijen geven een andere lezing van de gebeurtenissen rondom de tenaamstelling van de auto, maar zij zijn het er wel over eens dat de koopovereenkomst is ontbonden. Het rechtsgevolg daarvan is dat er voor beide partijen ongedaanmakingsverplichtingen zijn ontstaan voor de door hen ontvangen prestaties (artikel 6:271 BW). Concreet betekent dit dat [eiser01] de auto moet teruggeven, zoals hij al heeft gedaan, en [gedaagde01] het aanbetaalde deel van de koopsom (€ 800,-) moet retourneren.
2.4.
[gedaagde01] wil niet de volledige aanbetaling terugbetalen, omdat hij schade zou hebben geleden. Tijdens de mondelinge behandeling heeft hij aangegeven dat hij door de situatie stress heeft ervaren. Deze enkele stelling van [gedaagde01] , die hij in het geheel niet heeft onderbouwd, is echter onvoldoende voor het toekennen van een immateriële schadevergoeding die kan worden verrekend met de koopsom. Van het bestaan van andere schade is niet gebleken. Dit verweer van [gedaagde01] wordt daarom verworpen.
Rente
2.5.
De rente wordt toegewezen zoals gevorderd, omdat [eiser01] genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde01] dat niet heeft betwist.
Proceskosten
2.6.
[gedaagde01] moet de proceskosten betalen, omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van [eiser01] op € 86,- aan griffierecht, € 270,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 135,-) en € 67,50 aan nakosten. Dat is in totaal € 423,50. Hier kan nog een bedrag bijkomen als dit vonnis wordt betekend. Er worden geen dagvaardingskosten toegewezen, omdat [eiser01] met een toevoeging procedeert.
Uitvoerbaarheid bij voorraad
2.7.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv).
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
verklaart voor recht dat de op 23 juni 2023 door partijen gesloten koopovereenkomst ter zake de tweedehands auto met kenteken [kenteken01] is ontbonden;
3.2.
veroordeelt [gedaagde01] om aan [eiser01] te betalen € 800,- met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag vanaf 22 augustus 2023 tot de dag dat volledig is betaald;
3.3.
veroordeelt [gedaagde01] in de proceskosten, die aan de kant van [eiser01] worden begroot op € 423,50;
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.I. Mentink en in het openbaar uitgesproken.
43416