Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-08-28
ECLI:NL:RBROT:2024:8206
Bestuursrecht; Belastingrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,241 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 23/2027
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 augustus 2024 in de zaak tussen
[eiser], uit [plaatsnaam], eiser
(gemachtigde: [naam 1]),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Rotterdam
(gemachtigde: [naam 2]).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 22 februari 2023.
1.1.
Bij beschikking van 6 mei 2022 heeft de heffingsambtenaar de waarde van de onroerende zaak [adres] (de woning) op 1 januari 2021 (de waardepeildatum) vastgesteld op € 152.000,- (de beschikking). Met deze waardevaststelling is aan eiser ook de aanslag in de onroerendezaakbelastingen voor het jaar 2022 opgelegd (de aanslag).
1.2.
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 24 juli 2024 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de heffingsambtenaar deelgenomen, vergezeld van [naam 3] (taxateur) en [naam 4] (taxateur). Namens eiser is mr. M.M. Vrolijk verschenen, kantoorgenoot van gemachtigde Gieben.
Beoordeling
2. De rechtbank is van oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
3. Met de brief van 22 april 2023 is de heffingsambtenaar volledig aan eiser tegemoet gekomen door de waarde nader te bepalen op € 175.000,- zoals door eiser bepleit. Dit betekent dat de procedure niet meer tot een voor eiser gunstiger resultaat kan leiden. De rechtbank zal het beroep van eiser daarom niet-ontvankelijk verklaren wegens het ontbreken van procesbelang.
3.1.
Omdat de heffingsambtenaar pas na het instellen van beroep aan eiser tegemoet is gekomen, is de heffingsambtenaar gehouden het griffierecht van € 50,- aan eiser te vergoeden. De heffingsambtenaar is tevens gehouden de proceskosten van eiser te vergoeden. Hierbij is ter zitting afgesproken dat er geen procespunt voor de zitting wordt toegekend. De rechtbank heeft voorafgaand aan de zitting tweemaal aan eiser verzocht of hij zijn beroep wilde intrekken, waarbij hij kon vragen om een proceskostenveroordeling. Een reactie hierop is uitgebleven. De gemachtigde van eiser heeft ter zitting verklaard hiermee in te stemmen.
Conclusie
4. Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt dus de zaak niet inhoudelijk. De heffingsambtenaar moet wel het griffierecht aan eiser vergoeden.
4.1.
Eiser krijgt ook een vergoeding van zijn proceskosten. De heffingsambtenaar moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt eiser een vast bedrag per proceshandeling. In bezwaar heeft elke proceshandeling een waarde van € 624,-. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 875,-. Eiser heeft in bezwaar gevraagd om vergoeding van de proceskosten. De gemachtigde heeft een bezwaarschrift ingediend, de hoorzitting bijgewoond en een beroepschrift ingediend. De vergoeding bedraagt daarom in totaal € 2.123,-.
Dictum
De rechtbank:
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
- bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 50,- aan eiser moet vergoeden;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 2.123,- aan proceskosten aan eiser.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N. Boonstra, rechter, in aanwezigheid van mr. S.J. Veth, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 28 augustus 2024.
griffier
rechter
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Den Haag waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20302, 2500 EH Den Haag.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Den Haag vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
HR 12 juli 2024, ECLI:NL:HR:2024:1060.