Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-08-01
ECLI:NL:RBROT:2024:8091
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
1,904 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Jeugd
Zaaknummer: C/10/683716 / JE RK 24-1713
Datum uitspraak: 1 augustus 2024
Beschikking van de kinderrechter over toestemming wijziging verblijf en (spoed)uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige]
, geboren op [geboortedatum] 2012 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam 1]
,
hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats 1] ,
[naam 2]
,
hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats 2] ,
[naam 3]
,
hierna te noemen grootmoeder moederszijde (mz), wonende te [woonplaats 3] .
1Het verloop van de procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit het schriftelijke verzoek met bijlagen van de GI van 1 augustus 2024, ingekomen bij de griffie op 1 augustus 2024.
Feiten
2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] verblijft sinds zijn geboorte bij de grootmoeder mz.
2.3.
Bij beschikking van 25 september 2023 is [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 25 september 2024. Ook is bij deze beschikking een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor netwerkpleegzorg, te weten bij de grootmoeder mz, verleend tot 25 maart 2024.
2.4.
Bij beschikking van 8 maart 2024 is de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor netwerkpleegzorg, te weten bij grootmoeder mz, verlengd tot 25 september 2024.
3Het verzoek
De GI verzoekt met spoed toestemming te verlenen tot wijziging in het verblijf van [minderjarige] en daarnaast een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van de ondertoezichtstelling, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
Beoordeling
4.1.
Op grond van de informatie, zoals weergegeven in het verzoek, komt de kinderrechter tot het oordeel dat het dringend en onverwijld noodzakelijk is dat per direct toestemming wordt gegeven tot wijziging van het verblijf van [minderjarige] en dat hij met spoed uit huis (bij de grootmoeder mz vandaan) wordt geplaatst.
4.2.
Sinds de start van de ondertoezichtstelling op 25 september 2023 zijn de zorgen over [minderjarige] niet afgenomen. [minderjarige] zet zich af tegen de grootmoeder mz, waarbij hij slaat, schopt, spuugt en krabt. Er hebben zich in het verleden gevaarlijke situaties voorgedaan in bijvoorbeeld de auto. Dagbesteding bij Stichting Stooer! heeft helaas geen positief effect gehad. Inmiddels heeft [minderjarige] een indicatie voor wonen met intensieve begeleiding, verzorging en gedragsregulering. De jeugdbeschermer heeft [minderjarige] vele malen aangemeld bij verschillende organisaties voor een woonplek op basis van de WLZ-indicatie. Helaas zijn deze alle afgewezen of is [minderjarige] op een lange wachtlijst geplaatst. In de tussentijd namen de zorgen in de thuissituatie bij de grootmoeder mz. fors toe. Inzet van ambulante hulpverlening bleek ontoereikend.
4.3.
Recent heeft de grootmoeder mz aangegeven dat het niet langer gaat bij haar thuis; zij is opnieuw geknepen, gekrabd, geslagen en geschopt door [minderjarige] . De politie is aanwezig geweest en trof een overbelaste oma aan met letsel. De kinderrechter is met de GI van oordeel dat [minderjarige] per direct uit huis moeten worden geplaatst, omdat de veiligheid voor hem en de grootmoeder mz niet meer gewaarborgd kan worden.
4.4.
De GI laat weten dat de ouders en de grootmoeder mz achter de spoeduithuisplaatsing staan, omdat zij op dit moment geen alternatief zien.
4.5.
Het verhoor van de belanghebbenden en een kindgespek met [minderjarige] kunnen niet worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [minderjarige] en de grootmoeder mz.
4.6.
De GI, de belanghebbenden en [minderjarige] worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven op de hierna vermelde zitting. In afwachting van deze zitting zal de (spoed)machtiging tot uithuisplaatsing voor de duur van vier weken worden verleend. De beslissing op het verzoek zal voor het overige worden aangehouden tot de hierna genoemde zitting.
Dictum
De kinderrechter:
5.1.
verleent aan de GI toestemming om de verblijfplaats van [minderjarige] te wijzigen;
5.2.
verleent een (spoed)machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 1 augustus 2024 tot 29 augustus 2024;
5.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
en alvorens verder te beslissen:
5.4.
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan en bepaalt dat het verhoor van de GI, de belanghebbenden en [minderjarige] in deze zaak zal plaatsvinden op 13 augustus 2024 om 11:00 uur in het gerechtsgebouw te Rotterdam, Wilhelminaplein 100/125;
5.5.
de zaak zal op genoemde datum en tijdstip, behoudens onvoorziene omstandigheden, worden behandeld door mr. K.T.F. Chocolaad-de Bos, kinderrechter;
5.6.
bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping van de GI en de belanghebbenden;
5.7.
gelast de oproeping van [minderjarige] tegen voornoemde zitting.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 1 augustus 2024 door
mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, en in aanwezigheid van mr. C.N. Arduin als griffier op schrift gesteld op 2 augustus 2024.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.