Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-06-28
ECLI:NL:RBROT:2024:8006
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,692 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 10943500 CV EXPL 24-4899
datum uitspraak: 28 juni 2024
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Stichting Hef Wonen
vestigingsplaats: Rotterdam,
eiseres,
gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V.,
tegen
[gedaagde] h.o.d.n. [handelsnaam],
woonplaats: [woonplaats],
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘Hef Wonen’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 13 februari 2024, met bijlagen;
het antwoord van [gedaagde] van 29 februari 2024;
e-mail van Hef Wonen van 21 mei 2024, met bijlage;
het ter zitting door Hef Wonen overgelegde actuele overzicht van de huurachterstand.
1.2.
Op 4 juni 2024 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig namens GGN Mastering Credit B.V mr. M. Spruit en mr L. Wit en [naam].
Beoordeling
Waar gaat de zaak over?
2.1.
[gedaagde] huurt vanaf 1 augustus 2022 een bedrijfsruimte aan [adres] van Hef Wonen. De huur is nu € 2.695,82 per maand. Op dit moment is er een huurachterstand. Hef Wonen eist dat [gedaagde] die huurachterstand betaalt en dat de kantonrechter de huurovereenkomst ontbindt. [gedaagde] moet van de kantonrechter inderdaad de huurachterstand betalen en de bedrijfsruimte verlaten. Hierna wordt uitgelegd waarom.
[gedaagde] moet een huurachterstand van € 29.298,52 betalen
2.2.
[gedaagde] wordt veroordeeld om € 29.298,52 aan Hef Wonen te betalen. De partijen zijn het er namelijk over eens dat dit de huurachterstand was op het moment van de zitting. De huur tot en met de maand juni 2024 zit hier dus bij.
De huurovereenkomst wordt ontbonden
2.3.
De huurovereenkomst wordt ontbonden, omdat [gedaagde] verplicht was om de huur op tijd te betalen en dat niet heeft gedaan. De huurachterstand is ernstig genoeg om de huurovereenkomst te ontbinden. Dat is in het geval van bedrijfsruimte meestal zo bij een achterstand van twee maanden of meer maanden, maar de kantonrechter moet rekening houden met alle omstandigheden (artikel 6:265 BW). In dit geval is er een achterstand van 11 maanden en zijn er geen redenen waardoor afgeweken moet worden van voornoemd uitgangspunt.
[gedaagde] moet de bedrijfsruimte ontruimen en een gebruiksvergoeding betalen
2.4.
Omdat de huurovereenkomst wordt ontbonden, moet [gedaagde] de bedrijfsruimte met al zijn spullen verlaten. Dat moet binnen veertien dagen nadat dit vonnis is uitgesproken. Tot en met de dag van de ontruiming moet [gedaagde] een gebruiksvergoeding van € 2.695,82 per maand betalen (artikel 7:225 BW).
Schadevergoeding
2.5.
[gedaagde] is ook aansprakelijk voor de schade van Hef Wonen over de periode vanaf de ontruiming tot de einddatum van de huurovereenkomst (artikel 6:277 BW). De omvang van deze schade kan nog niet worden begroot. Daarom wordt [gedaagde] veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding op te maken bij staat (artikel 612 Rv).
[gedaagde] moet incassokosten betalen
2.6.
De incassokosten van € 1.158,91 (inclusief btw) worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW).
[gedaagde] moet rente betalen
2.7.
De rente wordt toegewezen, omdat Hef Wonen genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist. In het totale bedrag dat [gedaagde] aan Hef Wonen moet betalen zit de rente van € 217,59 die Hef Wonen heeft berekend tot 13 februari 2024.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.8.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen, omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van Hef Wonen op € 136,72 aan dagvaardingskosten, € 1.409,00 aan griffierecht, € 812,00 aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 406,00) en € 135,00 aan nakosten. Dat is in totaal € 2.492,72. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.9.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Hef Wonen dat eist en [gedaagde] daar niet op heeft gereageerd (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Hef Wonen te betalen € 30.675,02 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119a BW over € 18.515,24 vanaf de dag der dagvaarding tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
ontbindt de huurovereenkomst tussen de partijen en veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis de bedrijfsruimte aan [adres] te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege [gedaagde] bevinden en het gehuurde met alle sleutels ter beschikking van Hef Wonen te stellen;
3.3.
veroordeelt [gedaagde] om vanaf juli 2024 tot en met de dag waarop de ontruiming plaatsvindt aan Hef Wonen te betalen € 2.695,82 per maand;
3.4.
veroordeelt [gedaagde] om de schade van Hef Wonen vanaf de ontruiming te betalen, op te maken bij staat;
3.5.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Hef Wonen worden begroot op € 2.492,72;
3.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.7.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. van Kalmthout en in het openbaar uitgesproken.
62574
Hoge Raad 28 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1810