Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-08-22
ECLI:NL:RBROT:2024:7994
Civiel recht
Kort geding
868 tokens
Inleiding
vonnis
RECHTBANK ROTTERDAM
Team handel en haven
zaaknummer / rolnummer: C/10/683694 / KG ZA 24-757
Vonnis in kort geding van 22 augustus 2024
in de zaak van
1 [eiser 1] ,
2. [eiser 2],
woonplaats: [woonplaats] ,
eisers,
advocaat mr. E. de Jong te Rotterdam,
tegen
CORNERSTONE VASTGOED B.V.,
vestigingsplaats: Den Haag,
gedaagde,
die niet is verschenen.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding van 6 augustus 2024, met bijlagen 1 tot en met 11;
de bijlagen 12 tot en met 18 van eisers;
de mondelinge behandeling op 15 augustus 2024.
Beoordeling
Verstekverlening
2.1.
De voorzieningenrechter verleent verstek tegen gedaagde. Gedaagde is namelijk niet verschenen tijdens de mondelinge behandeling, terwijl bij de oproeping van gedaagde in deze zaak alle wettelijke termijnen en regels in acht zijn genomen.
De vordering van eisers wordt toegewezen
2.2.
De vordering van eisers komt de voorzieningenrechter niet ongegrond of onrechtmatig voor. Daarom wordt die vordering toegewezen (artikel 139 Rv).
De proceskosten
2.3.
Gedaagde wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van eisers worden begroot op:
- dagvaarding € 139,42
- griffierecht € 320,00
- salaris advocaat € 715,00 (tarief verstekzaak)
- nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 1.352,42
Uitvoerbaarheid bij voorraad
2.4.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Gelet op de omstandigheid dat de aanvang van de werkzaamheden voor het funderingsherstel is gepland op 26 augustus 2024, weegt het belang van eisers om dan met de werkzaamheden te kunnen beginnen zwaarder dan het belang van gedaagde om het oordeel in een, eventuele, verzetprocedure (en eventueel daarop volgend hoger beroep) af te kunnen wachten.
Dictum
De voorzieningenrechter:
3.1.
beveelt gedaagde om te gehengen en gedogen dat door eisers funderingsherstel wordt uitgevoerd aan de mandelige muur tussen de panden aan de [adres 1] in Rotterdam en de [adres 2] in Rotterdam;
3.2.
veroordeelt gedaagde om aan eisers een dwangsom te betalen van € 2.000,00 per dag na betekening van dit vonnis dat gedaagde eisers belet de noodzakelijke werkzaamheden uit te voeren, met dien verstande dat gedaagde maximaal € 200.000,00 aan dwangsommen kan verbeuren;
3.3.
veroordeelt gedaagde in de proceskosten van € 1.352,42, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als gedaagde niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet gedaagde € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. P. de Bruin en in het openbaar uitgesproken op 22 augustus 2024.
3349 / 2009