Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-07-03
ECLI:NL:RBROT:2024:7879
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
1,535 tokens
Inleiding
Rechtbank Rotterdam
Team straf 1
Parketnummer: 10-330513-23
Datum uitspraak: 3 juli 2024
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres 1] ,
ten tijde van het onderzoek preventief gedetineerd in [detentieadres] ,
raadsman mr. R.F. van Leeuwen, advocaat in Rotterdam.
1Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 19 juni 2024.
2Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
3Eis officier van justitie
De officier van justitie mr. W.A.J.A. Welten heeft gevorderd:
bewezenverklaring van het onder 1 (diefstal in vereniging van verdovende middelen) en 2 (medeplegen vervoeren dan wel aanwezig hebben van verdovende middelen) ten laste gelegde;
veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 54 maanden met aftrek van voorarrest.
4Waardering van het bewijs
4.1.
Vrijspraak
4.1.1.
Feiten
Op 16 oktober 2023 omstreeks 15:05 uur komt er bij de politie een melding binnen van een roofoverval bij een loods gevestigd aan [adres 2] . Vijf mannen met bivakmutsen zouden bezig zijn met het inladen van tassen in twee auto’s, een Seat met kenteken [kenteken 1] en een BMW met kenteken [kenteken 2] . Als de politie ter plaatse komt zijn de auto’s vertrokken en worden op het bedrijfsterrein voor de loods en in de loods blokken aangetroffen. De blokken in de loods zijn getest en uit onderzoek blijkt dat deze blokken cocaïne bevatten.
4.1.2.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de hem ten laste gelegde feiten. Het DNA van de verdachte is aangetroffen op de deurvergrendeling, de handgreep van het bijrijdersportier aan de binnenzijde, de handrem en op versnellingspook van de Seat met kenteken [kenteken 1] . Uit de GPS-gegevens van de Seat is gebleken dat de Seat na de roofoverval naar de straat rijdt waar de verdachte woonachtig is en daar een korte stop maakt. De telefoon met het telefoonnummer eindigend op [nummer] was op 16 oktober 2023 in gebruik bij de verdachte en dit nummer heeft rond het tijdstip van de roofoverval een zendmast aangestraald in de directe omgeving van de [straatnaam] , waardoor de verdachte aan het plaats delict kan worden gekoppeld.
4.1.3.
Beoordeling
De rechtbank komt tot het oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is om de verdachte als (mede)pleger van de ten laste gelegde feiten aan te merken.
Op grond van de bewijsmiddelen kan niet worden vastgesteld dat de verdachte betrokken is geweest bij het inladen van tassen vanuit de loods aan [adres 2] in onder meer een Seat met kenteken [kenteken 1] . Het feit dat er op enkele plekken in de Seat een DNA-mengprofiel is gevonden dat (mede) afkomstig kan zijn van de verdachte, is daarvoor onvoldoende. Dat zijn DNA in de auto is aangetroffen, wil immers nog niet zeggen dat hij ten tijde van de gebeurtenissen op 16 oktober 2023 in de auto heeft gereden. Evenmin kan worden vastgesteld dat de verdachte op die dag de gebruiker is geweest van de telefoon met het telefoonnummer eindigend op [nummer] die aanstraalt in de nabijheid van de [straatnaam] in [plaatsnaam].
Ten slotte wordt nog overwogen dat, hoewel de gedragingen die bij de loods zijn waargenomen duiden op activiteiten die het daglicht niet kunnen verdragen, niet kan worden vastgesteld of er sprake is van wederrechtelijke toe-eigening van hetgeen in de tassen uit de loods is meegenomen, terwijl de conclusie dat het ging om blokken cocaïne enkel berust op onderzoek aan blokken die in de loods zijn aangetroffen.
De verdachte wordt vrijgesproken van het onder 1 en 2 ten laste gelegde.
5Bijlage
De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.
Dictum
De rechtbank:
verklaart niet bewezen, dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.M. Havik, voorzitter,
en mrs. M.C. Franken en C. Sikkel, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. J. Knook, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting op 3 juli 2024.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
1
hij op of omstreeks 16 oktober 2023 te [plaatsnaam] ,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een grote hoeveelheid cocaïne, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
2
hij op of omstreeks 16 oktober 2023 te [plaatsnaam] , in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een grote hoeveelheid cocaïne, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.