Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-08-30
ECLI:NL:RBROT:2024:7670
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,000 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 10959789 CV EXPL 24-5846
datum uitspraak: 30 augustus 2024
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiser], h.o.d.n. [handelsnaam],
woonplaats: [woonplaats 1],
eiser,
gemachtigde: [naam],
tegen
[gedaagde]
,
woonplaats: [woonplaats 2],
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘[eiser]’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 19 februari 2024, met bijlagen;
het antwoord;
de akte van [eiser] van 16 juli 2024, met bijlagen.
1.2.
Op 31 juli 2024 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig [eiser] met mr. J.C. Rijnierse namens zijn gemachtigde. [gedaagde] is, hoewel daarvoor op de juiste wijze opgeroepen, zonder bericht, niet verschenen.
Beoordeling
Waar gaat de zaak over?
2.1.
[gedaagde] had een zakelijk geschil met een derde. [eiser] heeft in dat kader voor hem juridische werkzaamheden uitgevoerd. Voor deze werkzaamheden heeft [eiser] aan [gedaagde] een factuur van € 76,23 in rekening gebracht. Volgens [eiser] heeft [gedaagde] deze factuur niet betaald. Hij eist daarom dat [gedaagde] dat alsnog doet. [eiser] vordert op basis van de geldende algemene voorwaarden ook dat [gedaagde] de incassokosten van € 150,-, de boete van € 50,- en de rente van € 8,09 betaalt met wettelijke (handels)rente en proceskosten.
2.2.
[gedaagde] heeft de vorderingen betwist maar heeft, hoewel hem daartoe nader de gelegenheid is geboden, zijn verweer niet gemotiveerd. Dit betekent dat de vorderingen zullen worden toegewezen. [gedaagde] moet € 284,32 aan [eiser] betalen.
Proceskosten
2.3.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen, omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van [eiser] op € 137,39 aan dagvaardingskosten, € 87,- aan griffierecht, € 164,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 82,-) en € 41,- aan nakosten. Dat is in totaal € 429,39. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen.
Uitvoerbaar bij voorraad
2.4.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiser] dat eist en [gedaagde] daar niet op heeft gereageerd (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen:
- € 76,23 met de wettelijke handelsrente zoals bedoeld in artikel 6:119a BW over dat bedrag vanaf 1 augustus 2024 tot de dag dat volledig is betaald;
- € 200,- met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf 19 februari 2024 tot de dag dat volledig is betaald;
- de contractuele rente van € 8,09, berekend tot en met 31 juli 2024.
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiser] worden begroot op € 429,39 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag dat volledig is betaald;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst af het anders of meer gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.A. Vroom en in het openbaar uitgesproken.
53954