Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-07-11
ECLI:NL:RBROT:2024:7336
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
584 tokens
Inleiding
Rechtbank Rotterdam
Team straf 3
Parketnummers: 09/329428-23, 10/105346-23 en 10/127183-23 (gevoegd)
Op 19 juni 2024 heeft de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, een vonnis uitgesproken in de gevoegde zaken tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2001,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres] , [postcode] te [woonplaats] ,
ten tijde van de terechtzitting preventief gedetineerd in de P.l. [naam PI] ,
raadsman mr. G.A J. Purperhart, advocaat te Rotterdam.
Na de uitspraak is gebleken dat het dictum van het vonnis een onmiddellijk kenbare fout bevat, die zich leent voor eenvoudig herstel.
In het dictum van het vonnis is opgenomen met betrekking tot de voorlopige hechtenis:
“heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van de dag waarop de totale duur van de tot dan toe ondergane verzekering en voorlopige hechtenis gelijk zal zijn aan die van de opgelegde gevangenisstraf”.
Dit deel van het dictum moet komen te vervallen. Het dictum van het vonnis zal daarom bij deze beslissing worden hersteld.
Dictum
De rechtbank:
- herstelt de kennelijke fout in het dictum als volgt;
- de navolgende alinea vervalt:
“heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van de dag waarop de totale duur van de tot dan toe ondergane verzekering en voorlopige hechtenis gelijk zal zijn aan die van de opgelegde gevangenisstraf”.
- beveelt de griffier deze beslissing aan te tekenen op en te hechten aan het origineel van het vonnis dat is hersteld.
Dit herstelvonnis is op 11 juli 2024 gewezen door:
mr. A. Hello, voorzitter,
en mrs. M. van Zinnen en R.B. Schiphuis, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D. Blom-den Haan, griffier.
Bij ontstentenis van mr. T. van Driel, de griffier in wier tegenwoordigheid het vonnis is gewezen, is dit herstelvonnis in tegenwoordigheid van mr. D. Blom-den Haan opgemaakt.
De jongste rechter is buiten staat dit herstelvonnis mede te ondertekenen.