Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-08-01
ECLI:NL:RBROT:2024:7316
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
10,438 tokens
Inleiding
Rechtbank Rotterdam
Team Jeugd
Parketnummer: 10/118192-24
Datum uitspraak: 1 augustus 2024
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] (Syrië) op [geboortedatum 1] 2007,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres
[adres] , [postcode] [plaats] ,
raadsman mr. M.E. Pennings, advocaat te Rotterdam.
1Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 18 juli 2024.
2Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
3Eis officier van justitie
De officier van justitie, mr. H.J. du Croix, heeft gevorderd:
vrijspraak van het onder 1 primair ten laste gelegde;
bewezenverklaring van het onder 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde;
veroordeling van de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 136 dagen, met aftrek van voorarrest, waarvan 80 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar, met de algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit en met als bijzondere voorwaarden dat de verdachte zal meewerken aan de begeleiding door de jeugdreclassering, elektronische monitoring voor de duur van maximaal 6 maanden, een locatieverbod voor Vlaardingen, een zinvolle dag- en vrijetijdsbesteding zal hebben en onderwijs zal volgen volgens het rooster, zal meewerken aan de begeleiding door een jongerencoach, zal meewerken aan hulpverlening indien de jeugdreclassering dat noodzakelijk acht en zich zal houden aan een contactverbod met medeverdachte [medeverdachte] ;
met opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
opheffing van het geschorste bevel voorlopige hechtenis.
4Waardering van het bewijs
4.1.
Vrijspraak zonder nadere motivering
Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het onder 1 primair ten laste gelegde – medeplegen van poging tot het opzettelijk teweegbrengen van een ontploffing – niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.
4.2.
Bewezenverklaring zonder nadere motivering
De onder 1 subsidiair en onder 2 ten laste gelegde feiten – medeplegen van voorbereiding van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen en medeplegen van het voorhanden hebben van een wapen van categorie II – zijn door de verdachte bekend. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.
4.3.
Bewezenverklaring
In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
1. subsidiair)
hij op 5 april 2024 te Vlaardingen
tezamen en in vereniging met een ander ter voorbereiding van een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten opzettelijk al dan niet bij/in dan wel in de nabijheid van een woning een ontploffing teweegbrengen terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is, opzettelijk
voorwerpen en stoffen, te weten
- donkere en gezichtsbedekkende kleding en
- aanstekers en
- een tas met daarin een steen en drie stukken vuurwerk
(waaronder een Cobra 8 en/of Barracuda) en twee flessen met
daarin Methanol,
bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft verworven en voorhanden heeft gehad;
2.
hij op 5 april 2024 te Vlaardingen,
tezamen en in vereniging met een ander
een wapen van categorie II, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten een tas met daarin drie stukken vuurwerk (waaronder een Cobra 8 en Barracuda) en twee flessen met daarin Methanol, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing voorhanden heeft gehad.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.
5Strafbaarheid feiten
De bewezen feiten leveren op:
De eendaadse samenloop van:
1. medeplegen van voorbereiding van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is en terwijl daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is
en
2. medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, onderdeel 7°.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.
6Strafbaarheid verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
Motivering
7.1.
Algemene overweging
De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
7.2.
Feiten
De verdachte heeft zich op zestienjarige leeftijd samen met een ander schuldig gemaakt aan het voorbereiden van een ontploffing bij een woning aan de Gretha Hofstralaan in Vlaardingen, waar in het afgelopen jaar al meerdere (pogingen tot) ontploffingen hebben plaatsgevonden. Het gebied rond de Gretha Hofstralaan was daarom aangewezen als veiligheidsrisicogebied. Dit houdt in dat de politie iedereen die zich in dat gebied bevindt preventief mag fouilleren. De verdachte en de medeverdachte zijn in de nacht van 5 april 2024 in de nabijheid van die woning aangetroffen met een plastic tas met daarin een steen, een zelfgemaakt explosief en flessen met een brandbare vloeistof. Hiermee heeft de verdachte zich tevens schuldig gemaakt aan overtreding van de Wet wapens en munitie. De verdachte en de medeverdachte hadden hiermee een flinke ontploffing teweeg kunnen brengen, die veel schade zou hebben veroorzaakt. Dergelijke explosies zijn bedreigend en beangstigend voor de bewoners van de desbetreffende woning en de omwonenden. Ook leiden dit soort explosies tot onrust en gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving. De verdachte zou voor het veroorzaken van een ontploffing € 1.500,- krijgen. De rechtbank rekent het de verdachte zwaar aan dat hij enkel heeft gedacht aan zijn eigen financiële gewin en niet heeft nagedacht over de mogelijk verstrekkende gevolgen van zijn handelen.
7.3.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
7.3.1.
Strafblad
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 25 juni 2024, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
7.3.2.
Rapportages en verklaring van een deskundige op de terechtzitting
De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 19 juni 2024. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.
Een risicofactor is dat de ouders van de verdachte weinig zicht hebben op wat de verdachte buitenshuis doet en dat hij zijn eigen koers lijkt te willen bepalen. Ook zijn er enige zorgen over de vriendengroep van de verdachte. Hij toont zich als een jongen met een beïnvloedbaar karakter en het risico dat hij zich laat meeslepen in negatief gedrag is hierdoor aanwezig.
Om de kans op recidive te verminderen, acht de Raad het noodzakelijk dat de verdachte leert om betere keuzes te maken, na te denken over de gevolgen van zijn acties en dat zijn vaardigheden worden vergroot.
De Raad adviseert een onvoorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf en een deels voorwaardelijke jeugddetentie (waarbij het onvoorwaardelijk deel gelijk is aan de duur van het voorarrest) met als bijzondere voorwaarde dat de verdachte gedurende de proeftijd onderwijs zal volgen. Het voorwaardelijke strafdeel dient als stok achter de deur, zodat de verdachte niet wederom een dergelijke keuze maakt.
De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (JBRR, hierna: de jeugdreclassering) heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 8 juli 2024. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.
De verdachte heeft van 5 april 2024 tot 30 mei 2024 in voorlopige hechtenis gezeten, waarna zijn voorlopige hechtenis is geschorst onder voorwaarden (waaronder de verplichting om zich te houden aan een avondklok en naar school te gaan) en met reclasseringstoezicht en elektronische controle. Gedurende de schorsingsperiode wordt gezien dat de verdachte moeite heeft om zich aan de avondklok te houden. Ook op school lukt het de verdachte niet altijd om op tijd te komen. In de afgelopen weken is hij een keer eerder van school vertrokken en is hij eenmaal niet op school verschenen terwijl hij daar wel werd verwacht. Vanwege het hoge schoolverzuim moet hij het schooljaar opnieuw doen. De jeugdreclassering acht het van belang dat de schoolgang van de verdachte in het nieuwe schooljaar strak wordt gemonitord. Gezien de korte betrokkenheid van de jeugdreclassering is er nog geen zicht op welke hulpverlening passend is voor de verdachte. De jeugdreclassering maakt zich wel zorgen om het middelengebruik en de houding van de verdachte. Het is belangrijk dat de verdachte een passende dag- en vrijetijdsbesteding heeft, ook in de zomervakantie. De inzet van een jongerencoach zou wellicht goed zijn om de verdachte te ondersteunen in het zoeken van een stage en een bijbaan. Het wordt op dit moment als een risico gezien om alle controle direct los te laten.
De jeugdreclassering adviseert een taakstraf en een deels voorwaardelijke jeugddetentie (waarbij het onvoorwaardelijk deel gelijk is aan de duur van het voorarrest) met als bijzondere voorwaarden:
jeugdreclasseringstoezicht;
een contactverbod met de medeverdachte;
een avondklok, voor de maximale duur van 6 maanden;
elektronische monitoring, voor de maximale duur van 6 maanden;
het hebben van een zinvolle vrijetijdsbesteding (sport en/of bijbaan);
onderwijs volgen volgens het rooster;
meewerken aan een jongerencoach, indien de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;
meewerken met hulpverlening, indien de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht.
[persoon A] , werkzaam als jeugdbeschermer bij JBRR, heeft het rapport ter
terechtzitting nader toegelicht. In het begin van de schorsingsperiode had de verdachte
moeite met de avondklok. Er lijkt sprake te zijn van een verbetering. Op dit moment is de avondklok van 19:00 tot 7:00 uur. Indien het weekrapport beschikbaar is en blijkt dat er vorderingen zijn, bestaat de mogelijkheid om de avondklok te verruimen. Ook indien de verdachte een bijbaan krijgt, zal de avondklok hierop worden aangepast. Op dit moment is het te vroeg om de elektronische monitoring te beëindigen, zeker nu het zomervakantie is en het de verdachte nog ontbreekt aan een zinvolle dag- en vrijetijdsbesteding. De schoolgang van de verdachte blijft een aandachtspunt. Hij heeft een waarschuwing gekregen van de leerplichtambtenaar. Hij zal stage-uren moeten inhalen. De jeugdreclassering vindt de inzet van een jongerencoach belangrijk om meer zicht te kunnen krijgen op het sociale netwerk van de verdachte. Op dit moment kan niet worden ingeschat of de inzet van een jongerencoach voldoende is of dat er verdere hulpverlening nodig is. Het meewerken aan hulpverlening indien de jeugdreclassering dat noodzakelijk acht, is geadviseerd als bijzondere voorwaarde. De jeugdreclassering zal zich ten aanzien van die bijzondere voorwaarde refereren aan het oordeel van de rechtbank.
De rechtbank heeft acht geslagen op de rapportages en de verklaringen van de deskundige op de terechtzitting.
7.4.
Conclusie
Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.
Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een jeugddetentie. Bij de bepaling van de duur van de jeugddetentie heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. De rechtbank houdt ook rekening met het feit dat sprake is van eendaadse samenloop.
De rechtbank zal een deel van de voorgenomen jeugddetentie voorwaardelijk opleggen met de voorwaarden overeenkomstig het advies van de jeugdreclassering, waarbij de duur van de avondklok en elektronisch toezicht zal worden beperkt tot maximaal vier maanden omdat de verdachte deze voorwaarden op het moment van de uitspraak al twee maanden heeft ondergaan tijdens de periode dat hij is geschorst. Het onvoorwaardelijk deel van de straf is gelijk aan de tijd die de verdachte al in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Het voorwaardelijk strafdeel dient er toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. De hierbij op te leggen bijzondere voorwaarden, in het bijzonder de avondklok en elektronische monitoring, dienen als extra motivatie en stok achter de deur voor de verdachte om op tijd te komen en zich aan de gemaakte afspraken te houden.
Alles afwegend acht de rechtbank de straf zoals gevorderd door de officier van justitie passend en geboden.
8Toepasselijke wettelijke voorschriften
Gelet is op de artikelen 46, 47, 55, 77a, 77g, 77i, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg en 157 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.
9Bijlagen
De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.
Dictum
De rechtbank:
verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 primair ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart bewezen dat de verdachte de onder 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 136 (honderdzesendertig) dagen;
bepaalt dat een gedeelte van de jeugddetentie, groot 80 (tachtig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op een 2 (twee) jaren;
tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;
stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde:
- zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;
stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:
zich gedurende een door de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de jeugdreclassering, zo vaak en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht;
gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [medeverdachte] (geboren [geboortedatum 2] 2008);
zich gedurende de proeftijd, of zoveel korter als de jeugdreclassering noodzakelijk acht, niet zal bevinden in Vlaardingen;
zich houden zal houden aan een avondklok voor de maximale duur van 4 (vier) maanden of zoveel korter als de jeugdreclassering noodzakelijk acht. Deze avondklok houdt in dat de veroordeelde dagelijks om 19:00 uur thuis zal zijn en thuis zal blijven tot de volgende ochtend 07:00 uur. Deze tijdstippen van de avondklok kunnen worden gewijzigd door de jeugdreclassering, in die zin dat de veroordeelde in dat geval ’s avonds later thuis mag komen en ’s ochtends eerder van huis mag;
voor de maximale duur van 4 (vier) maanden zijn medewerking zal verlenen aan controle op de onder 3 en 4 opgenomen voorwaarden door middel van elektronisch toezicht;
gedurende de proeftijd onderwijs zal volgen volgens het rooster;
gedurende de proeftijd zich inzet voor het hebben van een zinvolle vrijetijdsbesteding in de vorm van sport en/of een bijbaan;
zal meewerken aan de begeleiding door een jongerencoach, indien en zo lang de jeugdreclassering dat noodzakelijk acht;
zal meewerken aan hulpverlening, indien en zo lang de jeugdreclassering dat noodzakelijk acht;
verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden:
de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;
de veroordeelde zal medewerking verlenen aan jeugdreclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;
geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; de voorlopige hechtenis is bij eerdere beslissing geschorst.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. A. Verweij, voorzitter, tevens kinderrechter,
en mrs. L. Amperse en J. uit Beijerse, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. R.
Inleiding
Rechtbank Rotterdam
Team Jeugd
Parketnummer: 10/118192-24
Datum uitspraak: 1 augustus 2024
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] (Syrië) op [geboortedatum 1] 2007,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres
[adres] , [postcode] [plaats] ,
raadsman mr. M.E. Pennings, advocaat te Rotterdam.
1Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 18 juli 2024.
2Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
3Eis officier van justitie
De officier van justitie, mr. H.J. du Croix, heeft gevorderd:
vrijspraak van het onder 1 primair ten laste gelegde;
bewezenverklaring van het onder 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde;
veroordeling van de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 136 dagen, met aftrek van voorarrest, waarvan 80 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar, met de algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit en met als bijzondere voorwaarden dat de verdachte zal meewerken aan de begeleiding door de jeugdreclassering, elektronische monitoring voor de duur van maximaal 6 maanden, een locatieverbod voor Vlaardingen, een zinvolle dag- en vrijetijdsbesteding zal hebben en onderwijs zal volgen volgens het rooster, zal meewerken aan de begeleiding door een jongerencoach, zal meewerken aan hulpverlening indien de jeugdreclassering dat noodzakelijk acht en zich zal houden aan een contactverbod met medeverdachte [medeverdachte] ;
met opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
opheffing van het geschorste bevel voorlopige hechtenis.
4Waardering van het bewijs
4.1.
Vrijspraak zonder nadere motivering
Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het onder 1 primair ten laste gelegde – medeplegen van poging tot het opzettelijk teweegbrengen van een ontploffing – niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.
4.2.
Bewezenverklaring zonder nadere motivering
De onder 1 subsidiair en onder 2 ten laste gelegde feiten – medeplegen van voorbereiding van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen en medeplegen van het voorhanden hebben van een wapen van categorie II – zijn door de verdachte bekend. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.
4.3.
Bewezenverklaring
In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
1. subsidiair)
hij op 5 april 2024 te Vlaardingen
tezamen en in vereniging met een ander ter voorbereiding van een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten opzettelijk al dan niet bij/in dan wel in de nabijheid van een woning een ontploffing teweegbrengen terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is, opzettelijk
voorwerpen en stoffen, te weten
- donkere en gezichtsbedekkende kleding en
- aanstekers en
- een tas met daarin een steen en drie stukken vuurwerk
(waaronder een Cobra 8 en/of Barracuda) en twee flessen met
daarin Methanol,
bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft verworven en voorhanden heeft gehad;
2.
hij op 5 april 2024 te Vlaardingen,
tezamen en in vereniging met een ander
een wapen van categorie II, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten een tas met daarin drie stukken vuurwerk (waaronder een Cobra 8 en Barracuda) en twee flessen met daarin Methanol, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing voorhanden heeft gehad.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.
5Strafbaarheid feiten
De bewezen feiten leveren op:
De eendaadse samenloop van:
1. medeplegen van voorbereiding van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is en terwijl daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is
en
2. medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, onderdeel 7°.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.
6Strafbaarheid verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
Motivering
7.1.
Algemene overweging
De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
7.2.
Feiten
De verdachte heeft zich op zestienjarige leeftijd samen met een ander schuldig gemaakt aan het voorbereiden van een ontploffing bij een woning aan de Gretha Hofstralaan in Vlaardingen, waar in het afgelopen jaar al meerdere (pogingen tot) ontploffingen hebben plaatsgevonden. Het gebied rond de Gretha Hofstralaan was daarom aangewezen als veiligheidsrisicogebied. Dit houdt in dat de politie iedereen die zich in dat gebied bevindt preventief mag fouilleren. De verdachte en de medeverdachte zijn in de nacht van 5 april 2024 in de nabijheid van die woning aangetroffen met een plastic tas met daarin een steen, een zelfgemaakt explosief en flessen met een brandbare vloeistof. Hiermee heeft de verdachte zich tevens schuldig gemaakt aan overtreding van de Wet wapens en munitie. De verdachte en de medeverdachte hadden hiermee een flinke ontploffing teweeg kunnen brengen, die veel schade zou hebben veroorzaakt. Dergelijke explosies zijn bedreigend en beangstigend voor de bewoners van de desbetreffende woning en de omwonenden. Ook leiden dit soort explosies tot onrust en gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving. De verdachte zou voor het veroorzaken van een ontploffing € 1.500,- krijgen. De rechtbank rekent het de verdachte zwaar aan dat hij enkel heeft gedacht aan zijn eigen financiële gewin en niet heeft nagedacht over de mogelijk verstrekkende gevolgen van zijn handelen.
7.3.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
7.3.1.
Strafblad
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 25 juni 2024, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
7.3.2.
Rapportages en verklaring van een deskundige op de terechtzitting
De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 19 juni 2024. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.
Een risicofactor is dat de ouders van de verdachte weinig zicht hebben op wat de verdachte buitenshuis doet en dat hij zijn eigen koers lijkt te willen bepalen. Ook zijn er enige zorgen over de vriendengroep van de verdachte. Hij toont zich als een jongen met een beïnvloedbaar karakter en het risico dat hij zich laat meeslepen in negatief gedrag is hierdoor aanwezig.
Om de kans op recidive te verminderen, acht de Raad het noodzakelijk dat de verdachte leert om betere keuzes te maken, na te denken over de gevolgen van zijn acties en dat zijn vaardigheden worden vergroot.
De Raad adviseert een onvoorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf en een deels voorwaardelijke jeugddetentie (waarbij het onvoorwaardelijk deel gelijk is aan de duur van het voorarrest) met als bijzondere voorwaarde dat de verdachte gedurende de proeftijd onderwijs zal volgen. Het voorwaardelijke strafdeel dient als stok achter de deur, zodat de verdachte niet wederom een dergelijke keuze maakt.
De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (JBRR, hierna: de jeugdreclassering) heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 8 juli 2024. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.
De verdachte heeft van 5 april 2024 tot 30 mei 2024 in voorlopige hechtenis gezeten, waarna zijn voorlopige hechtenis is geschorst onder voorwaarden (waaronder de verplichting om zich te houden aan een avondklok en naar school te gaan) en met reclasseringstoezicht en elektronische controle. Gedurende de schorsingsperiode wordt gezien dat de verdachte moeite heeft om zich aan de avondklok te houden. Ook op school lukt het de verdachte niet altijd om op tijd te komen. In de afgelopen weken is hij een keer eerder van school vertrokken en is hij eenmaal niet op school verschenen terwijl hij daar wel werd verwacht. Vanwege het hoge schoolverzuim moet hij het schooljaar opnieuw doen. De jeugdreclassering acht het van belang dat de schoolgang van de verdachte in het nieuwe schooljaar strak wordt gemonitord. Gezien de korte betrokkenheid van de jeugdreclassering is er nog geen zicht op welke hulpverlening passend is voor de verdachte. De jeugdreclassering maakt zich wel zorgen om het middelengebruik en de houding van de verdachte. Het is belangrijk dat de verdachte een passende dag- en vrijetijdsbesteding heeft, ook in de zomervakantie. De inzet van een jongerencoach zou wellicht goed zijn om de verdachte te ondersteunen in het zoeken van een stage en een bijbaan. Het wordt op dit moment als een risico gezien om alle controle direct los te laten.
De jeugdreclassering adviseert een taakstraf en een deels voorwaardelijke jeugddetentie (waarbij het onvoorwaardelijk deel gelijk is aan de duur van het voorarrest) met als bijzondere voorwaarden:
jeugdreclasseringstoezicht;
een contactverbod met de medeverdachte;
een avondklok, voor de maximale duur van 6 maanden;
elektronische monitoring, voor de maximale duur van 6 maanden;
het hebben van een zinvolle vrijetijdsbesteding (sport en/of bijbaan);
onderwijs volgen volgens het rooster;
meewerken aan een jongerencoach, indien de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;
meewerken met hulpverlening, indien de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht.
[persoon A] , werkzaam als jeugdbeschermer bij JBRR, heeft het rapport ter
terechtzitting nader toegelicht. In het begin van de schorsingsperiode had de verdachte
moeite met de avondklok. Er lijkt sprake te zijn van een verbetering. Op dit moment is de avondklok van 19:00 tot 7:00 uur. Indien het weekrapport beschikbaar is en blijkt dat er vorderingen zijn, bestaat de mogelijkheid om de avondklok te verruimen. Ook indien de verdachte een bijbaan krijgt, zal de avondklok hierop worden aangepast. Op dit moment is het te vroeg om de elektronische monitoring te beëindigen, zeker nu het zomervakantie is en het de verdachte nog ontbreekt aan een zinvolle dag- en vrijetijdsbesteding. De schoolgang van de verdachte blijft een aandachtspunt. Hij heeft een waarschuwing gekregen van de leerplichtambtenaar. Hij zal stage-uren moeten inhalen. De jeugdreclassering vindt de inzet van een jongerencoach belangrijk om meer zicht te kunnen krijgen op het sociale netwerk van de verdachte. Op dit moment kan niet worden ingeschat of de inzet van een jongerencoach voldoende is of dat er verdere hulpverlening nodig is. Het meewerken aan hulpverlening indien de jeugdreclassering dat noodzakelijk acht, is geadviseerd als bijzondere voorwaarde. De jeugdreclassering zal zich ten aanzien van die bijzondere voorwaarde refereren aan het oordeel van de rechtbank.
De rechtbank heeft acht geslagen op de rapportages en de verklaringen van de deskundige op de terechtzitting.
7.4.
Conclusie
Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.
Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een jeugddetentie. Bij de bepaling van de duur van de jeugddetentie heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. De rechtbank houdt ook rekening met het feit dat sprake is van eendaadse samenloop.
De rechtbank zal een deel van de voorgenomen jeugddetentie voorwaardelijk opleggen met de voorwaarden overeenkomstig het advies van de jeugdreclassering, waarbij de duur van de avondklok en elektronisch toezicht zal worden beperkt tot maximaal vier maanden omdat de verdachte deze voorwaarden op het moment van de uitspraak al twee maanden heeft ondergaan tijdens de periode dat hij is geschorst. Het onvoorwaardelijk deel van de straf is gelijk aan de tijd die de verdachte al in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Het voorwaardelijk strafdeel dient er toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. De hierbij op te leggen bijzondere voorwaarden, in het bijzonder de avondklok en elektronische monitoring, dienen als extra motivatie en stok achter de deur voor de verdachte om op tijd te komen en zich aan de gemaakte afspraken te houden.
Alles afwegend acht de rechtbank de straf zoals gevorderd door de officier van justitie passend en geboden.
8Toepasselijke wettelijke voorschriften
Gelet is op de artikelen 46, 47, 55, 77a, 77g, 77i, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg en 157 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.
9Bijlagen
De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.
Dictum
De rechtbank:
verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 primair ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart bewezen dat de verdachte de onder 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 136 (honderdzesendertig) dagen;
bepaalt dat een gedeelte van de jeugddetentie, groot 80 (tachtig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op een 2 (twee) jaren;
tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;
stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde:
- zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;
stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:
zich gedurende een door de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de jeugdreclassering, zo vaak en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht;
gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [medeverdachte] (geboren [geboortedatum 2] 2008);
zich gedurende de proeftijd, of zoveel korter als de jeugdreclassering noodzakelijk acht, niet zal bevinden in Vlaardingen;
zich houden zal houden aan een avondklok voor de maximale duur van 4 (vier) maanden of zoveel korter als de jeugdreclassering noodzakelijk acht. Deze avondklok houdt in dat de veroordeelde dagelijks om 19:00 uur thuis zal zijn en thuis zal blijven tot de volgende ochtend 07:00 uur. Deze tijdstippen van de avondklok kunnen worden gewijzigd door de jeugdreclassering, in die zin dat de veroordeelde in dat geval ’s avonds later thuis mag komen en ’s ochtends eerder van huis mag;
voor de maximale duur van 4 (vier) maanden zijn medewerking zal verlenen aan controle op de onder 3 en 4 opgenomen voorwaarden door middel van elektronisch toezicht;
gedurende de proeftijd onderwijs zal volgen volgens het rooster;
gedurende de proeftijd zich inzet voor het hebben van een zinvolle vrijetijdsbesteding in de vorm van sport en/of een bijbaan;
zal meewerken aan de begeleiding door een jongerencoach, indien en zo lang de jeugdreclassering dat noodzakelijk acht;
zal meewerken aan hulpverlening, indien en zo lang de jeugdreclassering dat noodzakelijk acht;
verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden:
de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;
de veroordeelde zal medewerking verlenen aan jeugdreclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;
geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; de voorlopige hechtenis is bij eerdere beslissing geschorst.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. A. Verweij, voorzitter, tevens kinderrechter,
en mrs. L. Amperse en J. uit Beijerse, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. R.