Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-07-19
ECLI:NL:RBROT:2024:7062
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
1,768 tokens
Dictum
[naam ter beschikking gestelde] , (hierna ook: de ter beschikking gestelde),
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedatum] 1975,
verblijvende in [naam instelling] te [plaats] (hierna: de instelling),
raadsman mr. M.G.W.M. Geurts, advocaat in Duiven.
1Inleiding
Bij arrest van 19 februari 2008 van het gerechtshof Den Haag is de terbeschikkingstelling van [naam ter beschikking gestelde] gelast en is zijn verpleging van overheidswege (dwangverpleging) bevolen.
De terbeschikkingstelling is gelast ter zake van diefstal met geweld, meermalen gepleegd, en verkrachting. De termijn van de terbeschikkingstelling is aangevangen op 17 augustus 2009.
Bij beslissing van deze rechtbank van 9 augustus 2023 is de terbeschikkingstelling laatstelijk verlengd met één jaar.
Procesverloop
De rechtbank heeft op 24 juni 2024 van het openbaar ministerie een vordering ontvangen tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaren. Bij die vordering zijn de daarbij vereiste stukken gevoegd dan wel later toegezonden.
De vordering is op de openbare terechtzitting van 19 juli 2024 behandeld. De officier van justitie mr. S. Groen, de ter beschikking gestelde, bijgestaan door zijn raadsman en de deskundige mevrouw [persoon A] , GZ-psycholoog en werkzaam bij de instelling als hoofd behandeling, zijn gehoord.
3Adviezen
Advies instelling
De instelling adviseert in het rapport, gedateerd 19 juni 2024, de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaren. Het rapport houdt onder meer het volgende in.
De ter beschikking gestelde is gediagnosticeerd met stoornissen in het gebruik van middelen (cocaïne, cannabis en alcohol), een kortdurende psychotische stoornis en een persoonlijkheidsstoornis met antisociale, narcistische en paranoïde trekken.
Op 28 november 2023 is de ter beschikking gestelde overgeplaatst naar De Wierde, een longcarevoorziening van de Van der Hoeven Kliniek. Hij is daar goed in contact met zowel het behandelingsteam als met medepatiënten. De ter beschikking gestelde vindt het fijn om weer perspectief te hebben in zijn behandeling en haalt daar motivatie uit. Anders dan voorheen lijken er ook mogelijkheden te zijn om de behandeldruk langzaam op te voeren. Zijn programma is inmiddels uitgebreid met werken in de keuken. Ook is hij gestart met schematherapie. De ter beschikking gestelde heeft laten zien dat hij meer inzicht heeft in zijn problematiek door tijdig hulp te vragen.
De beveiligde fase is inmiddels afgerond en hij heeft verlof met twee personeelsleden, waarmee een eerste stap wordt gezet richting resocialisatie en het wennen aan het leven in de maatschappij. Aan de hand van het verloop van de verloven en voortgang in de behandeling wordt bekeken wat de verdere resocialisatiemogelijkheden zijn. Indien de tbs-maatregel acuut zou komen te vervallen wordt het risico op terugval in (seksueel) gewelddadig gedrag ingeschat als hoog. Daarom adviseert de kliniek de tbs-maatregel te verlengen met de duur van twee jaar.
Ter terechtzitting is besproken dat een incident met een medepatiënt in de keuken heeft geleid tot het tijdelijk intrekken van de verloven; de verwachting is dat het openbaar ministerie op korte termijn een beslissing zal nemen over de wijze waarop de aangifte van de medepatiënt strafrechtelijk zal worden afgehandeld. Ook heeft de ter beschikking gestelde recent een positieve urinetest afgegeven op het gebruik van cannabis. De instelling is hierover in gesprek gegaan met de ter beschikking gestelde en heeft besloten hieraan geen consequenties te verbinden. Ondanks het feit dat de ter beschikking gestelde een aantal voorwaarden heeft geschonden en de verloven op dit moment stilliggen, is er sprake van een voorzichtig positieve ontwikkeling. De instelling concludeert dat een verlenging van de tbs met een termijn van twee jaren nodig is om het resocialisatietraject verder vorm te kunnen geven.
4Standpunt van partijen
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar.
Strafbaarheid feit en verdachte
De ter beschikking gestelde en zijn raadsman hebben zich ten aanzien van de vordering gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Beoordeling
Op grond van de adviezen van de deskundigen en wat verder naar voren is gekomen op de terechtzitting is de rechtbank van oordeel dat:
- er nog steeds sprake is van een gebrekkige ontwikkeling en/of ziekelijke stoornis van de geestvermogens van de ter beschikking gestelde;
- de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen eist dat de termijn van de terbeschikkingstelling wordt verlengd.
De rechtbank ziet dat de ter beschikking gestelde de positieve lijn die in de vorige verlengingsbeschikking werd gesignaleerd, heeft weten vast te houden. Hij is gemotiveerd aan de slag gegaan, zowel met de behandeling als op het gebied van werken binnen de kliniek. De plaatsing in De Wierde is goed verlopen en motiveert hem om actief te werken aan zijn verdere resocialisatie. De behandeldruk wordt langzaam opgevoerd, zonder dat dit tot ontregeling heeft geleid. De ter beschikking gestelde zet goede stappen, maar heeft ook nog een lange weg te gaan. De komende twee jaar zijn nodig voor verdere behandeling en hervatting/uitbreiding van de verloven. De rechtbank acht verlenging van de maatregel met een termijn van twee jaar daarom nodig. De rechtbank heeft er mede op basis van het gesprek ter terechtzitting vertrouwen in dat de ter beschikking gestelde zich gemotiveerd zal blijven inzetten voor het resocialisatietraject en onthouding daarbij van het gebruik van verdovende middelen.
De totale duur van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging gaat door de verlenging een periode van vier jaar te boven. Verlenging is niettemin mogelijk, omdat de terbeschikkingstelling is opgelegd voor misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.
Dictum
De rechtbank:
verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling 2 (twee) jaren.
Deze beslissing is genomen door
mr. J.M.L. van Mulbregt, voorzitter,
mr. H. Wielhouwer en mr. R.D.M. de Boer, rechters,
in tegenwoordigheid van T. van Driel, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting op 19 juli 2024.
Tegen deze beslissing kan het openbaar ministerie binnen veertien dagen na de uitspraak en de ter beschikking gestelde binnen veertien dagen na betekening daarvan beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.