Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-07-26
ECLI:NL:RBROT:2024:6975
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
1,737 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
zaaknummer: C/10/683417 / JE RK 24-1681
datum uitspraak: 26 juli 2024
Beschikking van de kinderrechter over een voorlopige ondertoezichtstelling en (spoed)machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de Raad,
over
[minderjarige]
, geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam 1]
,
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats 1] ,
[naam 2]
,
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats 2] .
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt het mondelinge verzoek van de Raad van 26 juli 2024 mee in haar beoordeling. Dit verzoek is op dezelfde dag gevolgd door het schriftelijke verzoek met bijlagen.
1.2.
Aan de ouders is in het kader van de pilot kosteloze rechtsbijstand als advocaat mr. P. van Tour aangewezen.
Feiten
2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] woont bij de ouders.
3Het verzoek
3.1.
De Raad verzoekt de voorlopige ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van drie maanden, met benoeming van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (hierna: de GI) tot uitvoerder daarvan.
3.2.
Tevens verzoekt de Raad een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder (crisisopvang) voor de duur van drie maanden. De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Beoordeling
4.1.
Op grond van het mondelinge verzoek van de Raad komt de kinderrechter tot het oordeel dat een ernstig vermoeden bestaat dat de grond voor een ondertoezichtstelling is vervuld (artikel 1:255 Burgerlijk Wetboek (BW)). [minderjarige] wordt fysiek en sociaal-emotioneel ernstig bedreigd door de thuissituatie. [minderjarige] heeft verteld dat de vader hem regelmatig slaat en dat de vader zijn telefoon kapot gegooid heeft. Ook de moeder zou regelmatig door de vader geslagen worden. Daarnaast is er veel ruzie thuis, waar ook de jongere broertjes van [minderjarige] getuige van zijn. De Raad en het Crisis Interventie Team hebben geprobeerd hierover in gesprek te gaan met de vader, maar dit is niet gelukt.
4.2.
In het verleden zijn er meermalen zorgen gemeld over het gezin, die onder meer bestonden uit vermoedens van mishandeling.
4.3.
Een voorlopige ondertoezichtstelling is op grond van vorenstaande noodzakelijk om een acute en ernstige bedreiging voor [minderjarige] weg te nemen. [minderjarige] zal voorlopig onder toezicht worden gesteld voor de duur van drie maanden (artikel 1:257 BW).
4.4.
Ook is de kinderrechter van oordeel dat het dringend en onverwijld noodzakelijk is dat [minderjarige] met spoed uit huis wordt geplaatst. Het is in het belang van [minderjarige] dat hij op een neutrale veilige plek kan verblijven.
4.5.
Het verhoor van de belanghebbenden kan niet worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor de minderjarige.
4.6.
De Raad, de GI, de belanghebbenden en de minderjarige [minderjarige] worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven op de hierna vermelde zitting.
4.7.
In afwachting van deze zitting zal de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] voor de duur van vier weken worden verleend.
Dictum
De kinderrechter:
5.1.
stelt [minderjarige] voorlopig onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, gevestigd te Rotterdam, met ingang van 26 juli 2024 tot 26 oktober 2024;
5.2.
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder, met ingang van 26 juli 2024 voor de duur van vier weken;
5.3.
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.
5.4.
houdt de behandeling van het verzoek van de Raad voor het overige aan;
5.5.
en alvorens verder te beslissen:
bepaalt dat het verhoor van de Raad en belanghebbenden in deze zaak zal plaatsvinden op 1 augustus 2024 te 09:00 uur in het gerechtsgebouw te Rotterdam, Wilhelminaplein 100/125;
5.6.
de zaak zal op genoemde datum en tijdstip, behoudens onvoorziene omstandigheden, worden behandeld door mr. M.P. van der Stroom, kinderrechter;
5.7.
bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping van de Raad, de GI en de belanghebbenden;
5.8.
gelast de oproeping van de minderjarige [minderjarige] tegen voormelde zittingsdatum en tijdstip.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 26 juli 2024 door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, en in aanwezigheid van mr. R. Spaans als griffier op schrift gesteld op 26 juli 2024.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.