Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-06-28
ECLI:NL:RBROT:2024:6270
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,834 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 10988083 CV EXPL 24-7308
datum uitspraak: 28 juni 2024
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Directlease B.V.,
vestigingsplaats: Hengelo,
eiseres,
gemachtigde: Flanderijn,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: [woonplaats],
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘Directlease’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 11 maart 2024, met bijlagen;
het antwoord;
de repliek, met bijlagen.
Beoordeling
Waar gaat de zaak over?
2.1.
Tussen partijen heeft een leaseovereenkomst bestaan voor een Peugeot 208 met Directlease als lessor en [gedaagde] als lessee en bestuurder van de auto. De overeenkomst is inmiddels geëindigd, omdat de auto bij een ongeval total loss is geraakt. Directlease eist in deze procedure betaling van diverse onbetaalde facturen met bijkomende kosten, waarbij zij haar vordering beperkt tot € 500,- (onder reservering van het overige).
2.2.
[gedaagde] is het niet eens met de eis. Het klopt dat hij de facturen voor de meerkilometers en parkeerboetes moet betalen, maar het eigen risico is hij niet verschuldigd omdat hij geen schuld had aan de aanrijding. Een eerdere betalingsregeling kon [gedaagde] niet nakomen, omdat er loonbeslag was gelegd. Er loopt ook een dossier bij een andere deurwaarder. [gedaagde] wil graag een nieuwe betalingsregeling treffen, maar wel met één deurwaarder.
2.3.
Directlease heeft op het antwoord gereageerd aangevoerd dat het voor de verschuldigdheid van het eigen risico voor cascoschades niet uitmaakt of [gedaagde] schuld had aan het ongeval. Zij handhaaft daarom haar eis.
2.4.
[gedaagde] heeft geen gebruik gemaakt van de hem geboden mogelijkheid mondeling of schriftelijk te reageren op de nadere stellingen van Directlease.
2.5.
De eis van Directlease wordt toegewezen. Hierna wordt toegelicht waarom dit de uitkomst is.
(Pre)contractuele informatieverplichtingen
2.6.
De eis is gebaseerd op een overeenkomst die is gesloten tussen een handelaar (Directlease) en een consument ([gedaagde]) anders dan op afstand of buiten de verkoopruimte, namelijk binnen de verkoopruimte. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet vóór het sluiten van de overeenkomst aan de consument bepaalde informatie worden verstrekt en deze informatie moet aan de consument worden bevestigd op een duurzame gegevensdrager. De kantonrechter moet ambtshalve beoordelen of sprake is van een schending van zo’n verplichting. Als sprake is van een voldoende ernstige schending dan moet de kantonrechter de betalingsverplichting van de consument (gedeeltelijk) vernietigen. In dit geval is er geen sprake van een voldoende ernstige schending en is er dus geen reden om de betalingsverplichting van [gedaagde] (gedeeltelijk) te vernietigen.
Geen oneerlijke bedingen
2.7.
Verder dient de kantonrechter ambtshalve te toetsen of Directlease een beroep doet op een oneerlijk beding. Ook dat is hier niet het geval.
[gedaagde] moet de hoofdsom van € 500,- betalen
2.8.
De eis voor betaling van de factuur 31462852 van € 300,- voor het eigen risico van een schade is toewijsbaar vanwege de volgende reden. [gedaagde] is in de gelegenheid gesteld op de rolzitting van 14 mei 2024 te reageren op de repliek van Directlease, maar hij is niet verschenen en heeft evenmin schriftelijk gereageerd of om aanhouding verzocht. Vervolgens is [gedaagde] door de rechtbank geïnformeerd over het feit dat de kantonrechter vonnis heeft bepaald in de zaak. Ook dat bericht heeft niet geleid tot een nadere reactie van [gedaagde]. De kantonrechter zal daarom uitgaan van de juistheid van de bij repliek door Directlease ingenomen stellingen. Gelet daarop staat in deze zaak vast dat [gedaagde] € 300,- aan eigen risico verschuldigd is vanwege schade aan de auto, ongeacht of hij schuld had aan het schadeveroorzakende ongeval.
2.9.
De overige factuurbedragen zijn ook toewijsbaar, omdat [gedaagde] de verschuldigdheid daarvan niet heeft betwist.
2.10.
Gelet op het voorgaande wordt de hoofdsom van € 500,- toegewezen.
[gedaagde] moet incassokosten betalen
2.11.
De incassokosten van € 638,16 worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW).
[gedaagde] moet rente betalen
2.12.
De rente wordt toegewezen, omdat Directlease genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist.
De kantonrechter kan geen betalingsregeling opleggen
2.13.
[gedaagde] heeft verzocht om een betalingsregeling, maar de kantonrechter kan aan partijen geen betalingsregeling opleggen. Het is aan partijen om – indien gewenst – zelf afspraken daarover te maken.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.14.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen, omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van Directlease op € 107,84 aan dagvaardingskosten, € 130,- aan griffierecht, € 164,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten × € 82,-) en € 41,- aan nakosten. Dat is in totaal € 442,84. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.15.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Directlease dat eist en [gedaagde] daar niet op heeft gereageerd (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Directlease te betalen € 500,- met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over € 5.263,18 vanaf de dag van dagvaarding tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Directlease worden begroot op € 442,84;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.J.R. van Tongeren en in het openbaar uitgesproken.
43416