Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-06-14
ECLI:NL:RBROT:2024:6157
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,492 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 10857362 CV EXPL 23-33829
datum uitspraak: 14 juni 2024
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Billink Financial Solutions B.V.,
vestigingsplaats: Rotterdam,
eiseres,
gemachtigde: Deurwaarderskantoor Van Lith B.V.,
tegen
[gedaagde]
,
woonplaats: [woonplaats],
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘Billink’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 13 december 2023, met bijlagen;
het antwoord;
de conclusie van repliek, met bijlagen;
de conclusie van dupliek.
Beoordeling
Waar gaat de zaak over?
2.1.
[gedaagde] heeft op of omstreeks 8 juni 2022 op de website van de webshop [naam webshop] producten besteld. Voor deze bestelling moest [gedaagde] een totaalbedrag van € 14,46 betalen, inclusief € 4,99 aan verzendkosten en € 0,49 voor ‘achteraf betalen’. Zij heeft gekozen voor achteraf betalen via Billink. Hiermee heeft [naam webshop] haar geldvordering op [gedaagde] overgedragen aan Billink. [gedaagde] heeft bij het doen van de bestelling per ongeluk een verkeerd e-mailadres opgegeven en dit de volgende dag gecorrigeerd. Billink heeft het totaalbedrag bij [gedaagde] in rekening gebracht, maar [gedaagde] heeft dit niet betaald. Billink eist nu dat [gedaagde] veroordeeld wordt tot betaling van het bedrag van € 14,46 aan hoofdsom, een vergoeding van buitengerechtelijke kosten van € 40,00 en rente. [gedaagde] betwist de verschuldigdheid van de hoofdsom en rente niet. Zij geeft aan dat betaling van de hoofdsom aan haar aandacht is ontsnapt. Zij is het niet eens met de eisen tot veroordeling van haar tot betaling van de vergoeding voor buitengerechtelijke kosten en proceskosten. Als reden hiervoor geeft zij dat Billink na de bestelling berichten heeft verstuurd naar het verkeerde e-mailadres, ondanks haar correctie.
geen oneerlijke bedingen
2.2.
De kantonrechter moet ambtshalve beoordelen of de algemene voorwaarden van [naam webshop] oneerlijke bepalingen bevatten zoals bedoeld in Richtlijn 93/13 EG. De rechter moet oneerlijke bepalingen vernietigen. De kantonrechter heeft geconstateerd dat er geen oneerlijke bedingen in de algemene voorwaarden staan, in ieder geval voor zover voor deze zaak van belang.
De kantonrechter moet ambtshalve onderzoeken of aan informatieverplichtingen is voldaan.2.3. Het gaat in deze zaak om een consumentenovereenkomst op afstand. Bij of voorafgaand aan het sluiten van deze overeenkomsten moet de handelaar bepaalde informatie aan de consument verstrekken en deze informatie bevestigen op een duurzame gegevensdrager. Een duurzame gegevensdrager betekent dat de consument de informatie eenvoudig moet kunnen bewaren, zoals bijvoorbeeld een e-mail of een brief.
2.4.
De Hoge Raad heeft beslist dat de rechter ambtshalve moet onderzoeken of aan een aantal informatieverplichtingen is voldaan. Het gaat dan om de informatie waaraan de wet een specifieke sanctie verbindt als deze niet wordt gegeven en om de informatie waaraan extra gewicht moet worden toegekend. Dit zijn de essentiële informatieverplichtingen. De Hoge Raad heeft ook beslist dat de rechter de overeenkomst geheel of gedeeltelijk moet vernietigen in die zin dat de betalingsverplichting van de consument wordt verminderd als sprake is van een voldoende ernstige schending van zo’n verplichting.
2.5.
De rechtbanken hebben naar aanleiding van de uitspraak van de Hoge Raad voor de schending van de essentiële informatieverplichtingen een sanctierichtlijn opgesteld. Deze sanctierichtlijn houdt samengevat in dat de betalingsverplichting wordt verminderd met 25% bij maximaal drie voldoende ernstige schendingen en met 50% bij meer dan drie voldoende ernstige schendingen. Bij de precontractuele informatieverplichtingen geldt dat meerdere voldoende ernstige schendingen van de essentiële informatieverplichtingen die onder dezelfde letter van artikel 6:230m lid 1 BW vallen samen worden geteld als één schending. Eventuele schendingen van de verplichting om de informatie te bevestigen op een duurzame gegevensdrager worden gerekend als één schending.
2.6.
Hierna zal worden beoordeeld of aan de informatieverplichtingen is voldaan. Alleen als er sprake is van een voldoende ernstige schending van een informatieverplichting, zal die informatieverplichting hierna worden besproken.
de levertermijn
2.7.
Op grond van artikel 6:230m lid 1 onder g BW moet de termijn waarbinnen zal worden geleverd, worden vermeld. Niet vereist is dat de precieze dag wordt vermeld maar wel vereist is dat de verwachte levertermijn duidelijk is. Billink heeft niet aangetoond dat hieraan is voldaan. De kantonrechter is daarom van oordeel dat artikel 6:230m lid 1 onder g BW is geschonden.
geen bevestigingsmail
2.8.
De kantonrechter gaat ervan uit dat [gedaagde] geen bevestigingsmail van de aankoop bij [naam webshop] ontvangen heeft, omdat de overgelegde bevestigingsmail naar een verkeerd e-mailadres is verzonden. Hoewel [gedaagde] zelf in eerste instantie een verkeerd e-mailadres heeft opgegeven, komt de niet-ontvangst door [gedaagde] van een bevestigingsmail voor rekening van Billink. De reden hiervoor is dat als onweersproken vaststaat dat [gedaagde] de volgende dag haar correcte e-mailadres heeft opgegeven en niet is gebleken dat [naam webshop] of Billink naar aanleiding daarvan een bevestigingsmail heeft verzonden naar het correcte e-mailadres van [gedaagde]. Mocht het zo zijn dat de correctie alleen [naam webshop] heeft bereikt en niet Billink, dan komt dit voor rekening van Billink.
De kantonrechter gaat er daarom vanuit dat sprake is van een schending van de verplichting om de informatie op een duurzame gegevensdrager te bevestigen.
De betalingsverplichting van [gedaagde] wordt verminderd met 25%.
2.9.
De kantonrechter zal op grond van de hiervoor vastgestelde schendingen van informatieverplichtingen de overeenkomst met toepassing van de sanctierichtlijn gedeeltelijk vernietigen in die zin dat de betalingsverplichting van de consument wordt verminderd met 25%. Er is in dit geval namelijk sprake van minder dan vier voldoende ernstige schendingen. Dat betekent dat € 10,85 aan hoofdsom toewijsbaar is (75% van
€ 14,46, de hoofdsom).
De rente wordt toegewezen over de toe te wijzen hoofdsom vanaf de dag van verzuim.
2.10.
De wettelijke rente wordt toegewezen over de toewijsbare en openstaande hoofdsom vanaf de dag waarop [gedaagde] in verzuim is. Het meerdere is niet toewijsbaar.
De vergoeding voor buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen.
2.11.
Los van het feit dat de betalingsherinnering van 24 juni 2022 naar het verkeerde e-mailadres is gestuurd geldt het volgende.
De vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen. Billink heeft pas recht op een vergoeding als een brief is gestuurd waarin [gedaagde] de kans heeft gekregen om binnen vijftien dagen na ontvangst van de brief alsnog zonder extra kosten te betalen (artikel 6:96 lid 6 BW). In de brief die als betalingsherinnering en ingebrekestelling is gestuurd op 24 juni 2022 staat niet dat [gedaagde] binnen vijftien dagen na ontvangst van de brief zonder extra kosten kan betalen, terwijl daarin wel een uiterste betaaldatum is genoemd. Deze brief voldoet dus niet aan eisen die de wet aan de zogenoemde veertiendagenbrief stelt en Billink heeft geen andere veertiendagenbrieven aan [gedaagde] verzonden.
De proceskosten worden gecompenseerd.
2.12.
Beide partijen zijn deels in het ongelijk gesteld. Daarin ziet de kantonrechter aanleiding de proceskosten te compenseren in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
2.13.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard voor wat betreft de veroordeling, omdat Billink dat eist en [gedaagde] daar niet op heeft gereageerd (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Billink te betalen € 10,85 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag vanaf de dag waarop [gedaagde] in verzuim is geraakt tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
compenseert de proceskosten, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
3.3.
verklaart dit vonnis voor wat betreft de veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.A. Vriezen en in het openbaar uitgesproken.
757
Zie de artikelen 6:230m e.v. van het Burgerlijk Wetboek
Hoge Raad 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677
Deze richtlijn is gepubliceerd op www.rechtspraak.nl