Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-06-17
ECLI:NL:RBROT:2024:5823
Civiel recht
Kort geding
1,057 tokens
Inleiding
vonnis
RECHTBANK ROTTERDAM
Team handel en haven
zaaknummer / rolnummer: C/10/679588 / KG ZA 24-480
Vonnis in kort geding van 17 juni 2024
in de zaak van
[eiseres]
,
woonplaats: Papendrecht,
eiseres,
advocaat mr. C.W.F. Jansen te Rotterdam,
tegen
[gedaagde]
,
feitelijke verblijfplaats: Papendrecht,
gedaagde,
die niet is verschenen.
De partijen worden hierna ‘de vrouw’ en ‘de man’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding van 30 mei 2024, met bijlage 1;
de mondelinge behandeling op 10 juni 2024.
Beoordeling
Waar gaat de zaak over?
2.1.
De vrouw en de man zijn met elkaar getrouwd. De vrouw wil van de man scheiden. Vooruitlopend daarop is de vrouw een eerdere kort gedingprocedure gestart over het voorlopig gebruik van de echtelijke woning, toevertrouwing van de kinderen van de partijen en kinderalimentatie. Tijdens die eerdere procedure hebben de partijen uiteindelijk afspraken gemaakt, waaronder dat de kinderen aan de vrouw worden toevertrouwd en dat de man de echtelijke woning verlaat. Volgens de vrouw heeft de man de echtelijke woning vervolgens wel verlaten, maar heeft hij daarbij een aantal spullen meegenomen die niet (uitsluitend) van hem zijn en die met name van belang zijn voor het verzorgen van de kinderen. Daarom eist de vrouw in deze zaak primair dat de man wordt veroordeeld om de spullen die hij heeft meegenomen in de echtelijke woning terug te plaatsen (onder druk van een dwangsom) en subsidiair, als de primaire eis niet wordt toegewezen, dat de man wordt veroordeeld om € 10.000,00 aan de vrouw te betalen.
Verstekverlening tegen de man
2.2.
De voorzieningenrechter heeft tijdens de mondelinge behandeling verstek verleend tegen de man. De man is namelijk niet verschenen tijdens de mondelinge behandeling, terwijl bij de oproeping van de man in deze zaak alle wettelijke termijnen en regels in acht zijn genomen.
De primaire eis van de vrouw wordt toegewezen
2.3.
De primaire eis van de vrouw komt de voorzieningenrechter niet ongegrond of onrechtmatig voor. Daarom wordt die eis toegewezen, met dien verstande dat de dwangsom wordt gesteld op € 100,00 per dag met een maximum van € 10.000,00.
De proceskosten
2.4.
Deze zaak hangt samen met de echtscheiding van de partijen. In dat soort zaken is het uitgangspunt dat de proceskosten worden gecompenseerd. Dit betekent dat iedere partij de eigen proceskosten betaalt. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om in deze zaak van dat uitgangspunt af te wijken.
Uitvoerbaarheid bij voorraad
2.5.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Dictum
De voorzieningenrechter:
3.1.
veroordeelt de man om de televisie, de ijskast, de wasmachine, de wasdroger, de sandwichkachel, de keukenspullen, de tablet, de dekbedden en dekens, de Playstation, het kleine gasfornuis en de kussens binnen één week na betekening van dit vonnis in de woning aan het adres [adres] terug te (laten) zetten;
3.2.
veroordeelt de man om aan de vrouw een dwangsom te betalen van € 100,00 per dag dat hij niet aan de veroordeling onder 3.1. voldoet, met dien verstande dat de man maximaal € 10.000,00 aan dwangsommen kan verbeuren;
3.3.
compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten betaalt;
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.5.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.B. Smits en in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2024.
3349 / 3195