Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-06-07
ECLI:NL:RBROT:2024:5759
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,197 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 10974199 CV EXPL 24-6551
datum uitspraak: 7 juni 2024
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
MKB-Afval.nl B.V.,
vestigingsplaats: Alkmaar,
eiseres,
gemachtigde: Gerechtsdeurwaarderskantoor H.J. Jansen B.V.,
tegen
[gedaagde 1]
,
en
[gedaagde 2]
,
voorheen handelend onder de naam [bedrijf A] ,
woonplaats: Rotterdam,
gedaagden,
die zelf procederen.
De partijen worden hierna ‘MKB-Afval’ en ‘gedaagden’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 29 februari 2024, met bijlagen;
het antwoord;
de repliek;
de dupliek.
Beoordeling
Waar gaat de zaak over?
2.1.
Gedaagden hadden met MKB-Afval een overeenkomst. De overeenkomst hield in dat gedaagden de beschikking kregen over een afvalcontainer die door MBK Afval werd geleegd. Op 5 januari 2022 hebben gedaagden de overeenkomst opgezegd. Volgens MBK Afval moeten gedaagden nog € 33,28 (de factuur van februari 2022) aan haar betalen. Gedaagden zijn het daar niet mee eens, omdat de container op 31 januari 2022 is opgehaald. De kantonrechter wijst de eis van MKB-Afval toe. Hierna wordt uitgelegd waarom.
Gedaagden moeten de factuur van € 33,28 betalen
2.2.
Gedaagden moeten de factuur van € 33,28 aan MKB-Afval betalen. Vaststaat dat gedaagden de overeenkomst op 5 januari 2022 hebben opgezegd. Tussen partijen is een opzegtermijn van één maand afgesproken. Dit blijkt uit artikel 10.3 van de op de overeenkomst van toepassing zijnde algemene voorwaarden. De overeenkomst tussen MKB-Afval en gedaagden eindigde dus op 28 februari 2022. Gedaagden moeten daarom ook voor de maand februari 2022 betalen.
2.3.
Dat de container op 31 januari 2022 is opgehaald maakt niet dat gedaagden de factuur voor de maand februari 2022 niet hoeven te betalen. Uit de door MKB-Afval overgelegde correspondentie tussen partijen blijkt dat de container eerst op 25 februari 2022 voor de laatste keer zou worden geleegd, maar dat het de eigen keuze is geweest van gedaagden om de container voor de laatste keer op 28 januari 2022 te laten legen en op 31 januari 2022 te laten ophalen, omdat zij vanaf die datum niet meer aanwezig zouden zijn op de locatie.
Gedaagden moeten incassokosten van € 40,- betalen
2.4.
De incassokosten van € 40,- worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW).
Gedaagden moeten rente betalen
2.5.
De rente wordt toegewezen, omdat MKB-Afval genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en gedaagden dat niet hebben betwist.
Gedaagden moeten de proceskosten betalen
2.6.
Gedaagden moeten de proceskosten betalen, omdat zij ongelijk krijgen (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van MKB-Afval op € 112,37 aan dagvaardingskosten, € 130,- aan griffierecht, € 80,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten × € 40,-) en € 20,- aan nakosten. Dat is in totaal € 342,37. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.7.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat MKB-Afval dat eist en gedaagden daar niet op hebben gereageerd (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt gedaagden hoofdelijk om aan MKB-Afval te betalen € 79,43 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119a BW over een bedrag van € 33,28 vanaf de dag van dagvaarding tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt gedaagden in de proceskosten, die aan de kant van MKB-Afval worden begroot op € 342,37;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.A. Vroom en in het openbaar uitgesproken.
26975