Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-04-09
ECLI:NL:RBROT:2024:5660
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
2,557 tokens
Inleiding
Rechtbank Rotterdam
Team straf 1
Parketnummer: 10/004331-24
Datum uitspraak: 9 april 2024
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren te [geboortplaats] op [geboortedatum] 2000,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres
[adres] , [postcode] te [woonplaats] ,
ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de
Penitentiaire Inrichting [naam PI] , locatie [detentielocatie] ,
raadsvrouw mr. T. Sandrk, advocaat te Rotterdam.
1Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 9 april 2024.
2Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
3Eis officier van justitie
De officier van justitie mr. N.M. van Eck heeft gevorderd:
bewezenverklaring van het ten laste gelegde;
veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden met aftrek van voorarrest.
4Waardering van het bewijs
4.1.
Bewezenverklaring zonder nadere motivering
Het ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.
4.2.
Bewezenverklaring
In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en geen verweer is gevoerd dat strekt tot vrijspraak. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
hij op 3 januari 2024 te Rotterdam,
een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een
(omgebouwd gas)pistool, van het merk Zoraki, type 917, kaliber 9 mm kort (-.380
auto), zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool en
munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie,
te weten 4, kogelpatronen van het merk Sellier & Bellot,
kaliber 9 mm kort (-.380 auto), welke geschikt zijn om met voornoemd pistool te
worden verschoten, voorhanden heeft gehad.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
5Strafbaarheid feit
Het bewezen feit levert op:
eendaadse samenloop van:
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III
en
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.
Het feit is dus strafbaar.
6Strafbaarheid verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.
De verdachte is dus strafbaar.
Motivering
7.1.
Algemene overweging
De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
7.2.
Feit waarop de straf is gebaseerd
De verdachte heeft een vuurwapen geladen met munitie voorhanden gehad. Dit omgebouwde gaspistool met hierin vier kogelpatronen zat in een tas op de bijrijdersstoel van de auto waarmee de verdachte op de openbare weg reed. Het is daar aangetroffen bij een verkeerscontrole. Het ongecontroleerde bezit van vuurwapens verhoogt het risico op levensbedreigende geweldsdelicten en brengt zodoende grote veiligheidsrisico’s met zich. De ervaring leert dat het bezit van vuurwapens niet zelden leidt tot het (ondeskundig) gebruik daarvan, met alle ernstige gevolgen voor anderen van dien.
7.3.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
7.3.1.
Strafblad
De rechtbank heeft gelet op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 7 maart 2024, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld.
7.3.2.
Rapportages
De rechtbank heeft ook gekeken naar het rapport van 20 maart 2024 dat Reclassering Nederland over de verdachte heeft opgemaakt. Uit dit rapport volgt onder meer dat de verdachte zijn leven op orde heeft. Hij gaat naar school en heeft werk. Ook de steun die hij krijgt vanuit zijn familie kan gezien worden als beschermende factor. Er is wel sprake van enig middelengebruik maar dit lijkt niet van invloed te zijn geweest op het delictgedrag. Er zijn risicoverhogende factoren in de leefgebieden sociaal netwerk en psychosociaal functioneren. De verdachte maakt bijvoorbeeld verkeerde keuzes en denkt onvoldoende na over zijn handelen en de gevolgen ervan. De risico’s op recidive, letsel en onttrekken aan voorwaarden worden ingeschat als laag. Bij een veroordeling wordt een straf zonder bijzondere voorwaarden geadviseerd. Interventies of toezicht door de reclassering is niet geïndiceerd.
7.4.
Conclusie
Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.
Gezien de ernst van het feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd en de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Bij het bepalen van de straf weegt in het voordeel van de verdachte mee dat hij direct verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn handelen en ook de indruk geeft daarvan veel spijt te hebben en zich volledig in te zetten voor zijn toekomst. Daarom zal de rechtbank een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk opleggen. Dit voorwaardelijke strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.
Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.
8Toepasselijke wettelijke voorschriften
Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c en 55 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.
9Bijlagen
De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.
Dictum
De rechtbank:
verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 (acht) maanden;
bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 4 (vier) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 jaren;
tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig zal maken;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van de dag waarop de totale duur van de tot dan toe ondergane verzekering en voorlopige hechtenis gelijk zal zijn aan die van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.P. van Essen, voorzitter,
en mrs. J. de Lange en L.J.M. Janssen, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. J. Nagtegaal, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting op 9 april 2024.
De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
hij op of omstreeks 3 januari 2024 te Rotterdam,
een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een
(omgebouwd gas)pistool, van het merk Zoraki, type 917, kaliber 9 mm kort (-.380
auto),
zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool en/of
munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie,
te weten 4, althans een of meerdere kogelpatronen van het merk Sellier & Bellot,
kaliber 9 mm kort (-.380 auto), welke geschikt zijn om met voornoemd pistool te
worden verschoten,
voorhanden heeft gehad.