Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-06-13
ECLI:NL:RBROT:2024:5385
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
2,073 tokens
Inleiding
Rechtbank Rotterdam
Team straf 2
Parketnummer: 10/037474-22
Datum uitspraak: 13 juni 2024
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres
[adres],
raadsman mr. P.E. van Zon, advocaat te Eindhoven.
1Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 31 mei 2024.
2Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd.
De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
3Eis officier van justitie
De officier van justitie mr. J. Boender heeft gevorderd:
bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde;
veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden met aftrek van voorarrest;
oplegging van de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid ex artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr), inhoudende een contactverbod met de aangevers [aangever 1], [aangever 2] en [aangever 3] voor de duur van 5 jaren, met 1 week hechtenis per overtreding, met een totale duur van ten hoogste 6 maanden;
de dadelijke uitvoerbaarheid van de vrijheidsbeperkende maatregel.
4Waardering van het bewijs
4.1.
Vrijspraak
4.1.1.
Standpunt officier van justitie
Volgens de officier van justitie kan het primair ten laste gelegde medeplegen van poging tot doodslag wettig en overtuigend worden bewezen.
4.1.2.
Beoordeling
Poging tot doodslag (primair)
Op basis van het dossier kan worden vastgesteld dat op 12 februari 2022 aan de Dr. L.L. Zamenhoflaan in Dordrecht een vechtpartij heeft plaatsgevonden waarbij de aangever [aangever 1] meerdere malen is gestoken met een mes. Hij is in totaal tienmaal op diverse plekken gestoken.
Vast staat dat het gevecht primair plaatsvond tussen de broer van de verdachte ([medeverdachte]) en [aangever 1]. Er was eerder (in juli 2021) een incident tussen laatstgenoemden geweest en het conflict tussen hen duurde nog voort. Toen zij elkaar op de Dr. L.L. Zamenhoflaan zagen, ontstond er opnieuw een confrontatie tussen beiden. Zij riepen en scholden naar elkaar en maakten ook gebaren naar elkaar. [medeverdachte] rende daarna op [aangever 1] af en viel [aangever 1] aan, waarbij hij met zijn arm uithaalde naar [aangever 1]. [aangever 1] sloeg terug en daarop ontstond een worsteling. Tijdens deze aanval en de worsteling daarna heeft [aangever 1] de steekverwondingen opgelopen. Er waren meerdere personen bij deze worsteling aanwezig en een deel van hen, waaronder de verdachte, mengde zich ook in het conflict, al dan niet om de partijen uit elkaar te halen.
De rechtbank heeft in het vonnis van heden in de zaak tegen [medeverdachte] bewezen verklaard dat [medeverdachte] degene is geweest die [aangever 1] meerdere malen met een mes heeft gestoken.
De rechtbank is van oordeel dat op basis van het dossier niet kan worden bewezen dat de verdachte ook een mes heeft vastgehad en tijdens de worsteling [aangever 1] heeft gestoken. Ook is er geen bewijs dat sprake was van een gezamenlijk plan van [medeverdachte] en de verdachte met betrekking tot het steken van [aangever 1] door [medeverdachte], zodat er geen bewijs is voor het medeplegen van dit feit. De primair ten laste gelegde poging tot doodslag is daarom niet wettig en overtuigend bewezen.
Mishandeling (subsidiair)
Subsidiair is aan de verdachte ten laste gelegd dat hij [aangever 1] heeft mishandeld door hem in/op/tegen het hoofd en/of het lichaam te slaan en/of te stompen. Ook hiervoor is onvoldoende bewijs aanwezig. Vast staat wel dat de verdachte betrokken was bij de worsteling met [aangever 1], maar niet bewezen is dat hij daarbij [aangever 1] heeft geslagen of gestompt en dat [aangever 1] als gevolg daarvan pijn of letsel heeft bekomen. [aangever 1] heeft daar zelf ook niet over verklaard.
4.1.3.
Conclusie
Het primair en subsidiair ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
5Vordering benadeelde partij
5.1.
Vordering
In deze procedure heeft [benadeelde partij] zich als benadeelde partij gevoegd met een vordering tot schadevergoeding ter zake van het ten laste gelegde feit. Hij wordt vertegenwoordigd door zijn advocaat mr. H.A.F.C. Tack, advocaat te Amsterdam.
De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 1.319,15 aan materiële schade en een vergoeding van € 7.000,- aan immateriële schade. Hij verzoekt de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte] hoofdelijk aansprakelijk te stellen, de vergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente en ook de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
5.2.
Beoordeling
De benadeelde partij zal niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering, omdat de verdachte van het ten laste gelegde feit wordt vrijgesproken.
In verband hiermee zal de benadeelde partij worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, welke kosten worden begroot op nihil.
6Bijlagen
De in dit vonnis genoemde bijlage maken deel uit van dit vonnis.
Dictum
De rechtbank:
verklaart niet bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst;
verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij] niet-ontvankelijk in de vordering;
veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.M. Havik, voorzitter,
en mrs. F.P.J. Schoonen en R.M.F.R. Ketwaru, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. A.K. van Zanten, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.
De jongste rechter en de oudste rechter zijn niet in staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage
Tekst gewijzigde tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
hij, op of omstreeks 12 februari 2022 te Dordrecht,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [aangever 1] opzettelijk van het leven te beroven, met dat opzet, die [aangever 1] met één of meerdere messen meermalen, althans éénmaal, in een/ de arm(en) en/ of schouder en/ of rug en/ of bil en/ of been, althans het lichaam, heeft/hebben gestoken,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
(art 287 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)
subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij, op of omstreeks 12 februari 2022 te Dordrecht,
[aangever 1] heeft mishandeld door die [aangever 1] meermalen, althans eenmaal, in/op/tegen het hoofd en/of het lichaam te slaan en/of te stompen;
(art 300 Wetboek van Strafrecht)