Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-05-16
ECLI:NL:RBROT:2024:5319
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
1,891 tokens
Inleiding
Rechtbank Rotterdam
Team straf 1
Parketnummer: 10-048456-24
Datum zitting en uitspraak: 16 mei 2024
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum], ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: [adres], raadsman S. Ettalhaoui, advocaat te Amsterdam.
Officier van justitie: S.I.E. de Graaff
Beschuldiging
De verdachte wordt beschuldigd van onder meer vervoer van een partij cocaïne van ongeveer 26 kilo cocaïne. De volledige tenlastelegging houdt in dat de verdachte:
op of omstreeks 9 februari 2024 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 26 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
Bewijs
Vordering officier van justitie
De officier van justitie vindt dat het ten laste gelegde feit, met uitzondering van het medeplegen, bewezen kan worden.
Oordeel rechtbank
Bewezenverklaring
Bewezen is dat de verdachte:
op 9 februari 2024 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft vervoerd, ongeveer 26 kilogram, cocaïne, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.
Bewijsmotivering
De bewezenverklaring steunt op de inhoud van de hieronder opgegeven bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen
De verklaring van de verdachte op de zitting van 16 mei 2024;
Onderzoek van de politie;
3. Onderzoek van de politie;
4. NFI-rapport van 14 februari 2024.
Verboden gedragingen en strafbaarheid
Kwalificatie
medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod
Strafbaarheid feit en verdachte
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.
Straf
Vordering officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 42 maanden met aftrek van voorarrest.
Oordeel rechtbank
Gepleegde feiten
De verdachte heeft drugs vervoerd. In de speciaal geconstrueerde verborgen ruimte in de auto van de verdachte is een grote hoeveelheid cocaïne aangetroffen. De verdachte moest achter onbekend gebleven derden aanrijden en de cocaïne op een door hen nader aan te wijzen locatie afleveren. Hiermee heeft de verdachte een wezenlijke rol vervuld in de cocaïnehandel en -distributie. Slechts door ingrijpen van de politie kon worden voorkomen dat de 26 kilo cocaïne elders kon worden afgeleverd. Cocaïnehandel vormt - ook omdat deze vaak gepaard gaat met andere vormen van criminaliteit - een ernstig maatschappelijk probleem en een bedreiging van de volksgezondheid. Er wordt immers ernstige schade toegebracht aan de veiligheid van de maatschappij en het gevoel van veiligheid van burgers. Ook is het heel verslavend en het heeft grote negatieve gevolgen voor de gebruikers zelf en hun omgeving. Om die reden dient streng te worden opgetreden tegen drugscriminaliteit.
Persoon verdachte
Uit het strafblad van 9 april 2024 blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Het strafblad leidt dus niet tot strafverhoging.
Straf
De ernst van het feit rechtvaardigt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Dat wordt onderstreept door uitspraken in soortgelijke zaken. Gelet hierop zal de rechtbank aan de verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek van voorarrest opleggen, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Daarbij heeft de rechtbank rekening gehouden met zowel de rol van de verdachte bij het bewezenverklaarde feit, zijn bekennende houding op de zitting en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Dat is ook de reden dat een lagere straf wordt opgelegd dan is geëist. De verdachte heeft aangegeven dat hij zijn leven een positieve draai wil geven. Om dat kracht bij te zetten heeft de rechtbank een flink voorwaardelijk strafdeel opgelegd, om de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.
Beslag
De in beslag genomen auto zal worden verbeurd verklaard, omdat het bewezenverklaarde feit met behulp daarvan is begaan en de auto een verborgen ruimte bevat. Ten aanzien van het geldbedrag wordt een last gegeven tot teruggave aan de verdachte.
Wettelijke voorschriften
Bij de strafoplegging is gelet op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet en 14a, 14b, 14c, 33, 33a en 47 van het Wetboek van Strafrecht.
Dictum
De rechtbank:
verklaart bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden met aftrek van voorarrest;
bepaalt dat van deze gevangenisstraf, groot 10 (tien) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 jaren;
tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde: de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
Dictum
verklaart verbeurd als bijkomende straf voor het bewezenverklaarde feit: Skoda Karoq, met kenteken [kenteken]([proces-verbaalnummer 1]);
gelast de teruggave aan verdachte van: €1000,- ([proces-verbaalnummer 2]).
Dit vonnis is gewezen door J.H. Janssen, voorzitter,
F.A. Hut en M.M. Dolman, rechters,
in tegenwoordigheid van E.S. Roman, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting op 16 mei 2024.
De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Proces-verbaal van de politie nummer [proces-verbaalnummer 3]
Proces-verbaal van de politie nummer [proces-verbaalnummer 4]
Deskundigenverslag van het Nederlands Forensisch Instituut van 14 februari 2024, nummer [nummer], opgemaakt door [naam]