Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-04-22
ECLI:NL:RBROT:2024:5313
Civiel recht; Insolventierecht
Eerste en enige aanleg
1,315 tokens
Inleiding
Rechtbank ROTTERDAM
Team Insolventie – meervoudige kamer
dagbepaling behandeling verzoek homologatie onderhands akkoord en aanstelling observator
rekestnummer: C/10/677656 HO RK 24/428
uitspraakdatum: 22 april 2024
Beschikking op het ingekomen verzoekschrift ex artikel 383 Fw in de besloten akkoordprocedure buiten faillissement, van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[verzoekster]
statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,
aldaar handelend onder de naam
[verzoekster] ,
hierna te noemen: [verzoekster] ,
advocaat: mr. J.A. Bloo.
Procesverloop
1.1.
[verzoekster] heeft op 2 februari 2024 ter griffie van deze rechtbank een startverklaring als bedoeld in artikel 370 lid 3 van de Faillissementswet (hierna: Fw) gedeponeerd.
1.2.
[verzoekster] heeft op 19 april 2024 een stemverslag als bedoeld in artikel 382 Fw ter griffie van deze rechtbank gedeponeerd.
1.3.
[verzoekster] heeft op 19 april 2024 een verzoekschrift met bijlagen tot homologatie van het door haar aangeboden akkoord op grond van artikel 383 lid 1 Fw ingediend.
Beoordeling
2.1.
De rechtbank heeft kennisgenomen van het verzoek om homologatie van het akkoord en zal gezien artikel 383 lid 4 Fw, de zitting bepalen waarop zij de homologatie behandelt.
2.2.
Nu [verzoekster] een verzoek heeft ingediend tot homologatie van een akkoord waarmee niet alle klassen hebben ingestemd en de rechtbank nog geen herstructureringsdeskundige heeft aangewezen of een observator heeft aangesteld, stelt de rechtbank ingevolge artikel 383 lid 4 Fw alsnog een observator aan, te weten mr. M. Kooiman. De kosten van de observator komen voor rekening van [verzoekster] die voor de betaling daarvan ten genoegen van de observator zekerheid dient te stellen. De rechtbank zal op de voet van artikel 380 lid 4 Fw jo artikel 371 lid 10 Fw het salaris van de observator bepalen.
2.3.
De rechtbank wenst van de observator op maandag, 13 mei 2024 om uiterlijk 16:00 uur een zienswijze te ontvangen op het verzoek tot homologatie van het akkoord, waaronder ten aanzien van de vraag of (i) aan de voorwaarde van artikel 383 lid 1 Fw is voldaan en (ii) sprake is van een van de gronden genoemd in artikel 384 lid 2 Fw. De rechtbank verneemt graag tevens de zienswijze van de observator op (eventuele) discussiepunten tussen verzoeker en belanghebbenden. Mede teneinde de observator de gelegenheid te bieden bovengenoemde zienswijze te formuleren, zal de rechtbank de datum voor de behandeling van het homologatieverzoek, stellen op ondergenoemde dag.
2.4.
Het verzoek tot homologatie wordt op vrijdag, 17 mei 2024 om 11:00 uur behandeld in een van de zalen van het gerechtsgebouw aan het Wilhelminaplein nrs. 100-125 te Rotterdam.
2.5.
De rechtbank verwacht op grond van de goede procesorde dat eventuele afwijzingsverzoeken uiterlijk dinsdag, 14 mei 2024 om 12:00 uur worden ingediend.
2.6.
[verzoekster] moet op grond van artikel 383 lid 5 Fw de stemgerechtigden onverwijld schriftelijk kennis geven van deze beschikking en [verzoekster] dient hen te wijzen op de mogelijkheid om zich via de griffier van de rechtbank Rotterdam aan te melden voor de zitting.
Dictum
De rechtbank:
- bepaalt dat het verzoekschrift strekkende tot homologatie van het akkoord ex artikel 383 lid 1 Fw wordt behandeld op vrijdag, 17 mei 2024 11:00 uur in een van de zalen van het gerechtsgebouw aan het Wilhelminaplein nrs. 100-125 te Rotterdam, door de rechters mr. C.G.E. Prenger, mr. V.G.T. van Emstede en
mr. S. Boot;
- stelt aan als observator:
mr. M. Kooiman,
advocaat bij YUR Advocaten B.V.,
correspondentieadres: Postbus 4163, 3006 AD Rotterdam,
bezoekadres: Oostmaaslaan 59-71, 3063 AN Rotterdam;
- draagt [verzoekster] op onverwijld aan de observator te verstrekken alle informatie, die zij onder zich heeft, waarover de observator wenst te beschikken en die nodig is in het kader van de goede uitoefening van haar taak;
- stelt het bedrag dat de werkzaamheden van de observator en van de derden die door haar worden geraadpleegd ten hoogste mogen kosten vast op een bedrag van € 7.500,00 exclusief BTW;
- bepaalt dat de kosten van de observator ten laste van [verzoekster] komen en dat [verzoekster] voor de betaling daarvan ten genoegen van de observator zekerheid dient te stellen;
- bepaalt dat [verzoekster] de stemgerechtigde schuldeisers en de aandeelhouder onverwijld schriftelijk kennis geeft van deze beschikking en hen wijst op de mogelijkheid om zich via de griffier van de rechtbank Rotterdam aan te melden voor de zitting.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.G.E. Prenger, voorzitter, mr. V.G.T. van Emstede en mr. S. Boot, rechters, en in aanwezigheid van mr. E.E. Hiele, griffier, in het openbaar uitgesproken op 22 april 2024.