Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-05-21
ECLI:NL:RBROT:2024:5125
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
21,414 tokens
Inleiding
Rechtbank Rotterdam
Team jeugd
Parketnummers: 10/033145-24 en 10/105610-24 (gevoegd ttz)
Datum uitspraak: 21 mei 2024
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum 1] 2007 te [geboorteplaats 1],
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres],
raadsman mr. S.A. Chedie, advocaat te Rotterdam.
1Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 7 mei 2024.
2Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaardingen. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
3Eis officier van justitie
De officier van justitie mr. S.M. Scheer heeft gevorderd:
vrijspraak van het in de zaak met parketnummer 10/033145-24 onder 3, 6 en 9 ten laste gelegde en het onder parketnummer 10/105610-24 ten laste gelegde;
bewezenverklaring van het in de zaak met parketnummer 10/033145-24 onder 1 primair, 2, 4 primair, 5, 7 primair, 8, 10 primair en 11 ten laste gelegde;
veroordeling van de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van 228 dagen, met aftrekvan voorarrest, waarvan 180 dagenvoorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar en met als bijzondere voorwaarden dat de verdachte zich houdt aan de aanwijzingen van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (hierna: de jeugdreclassering), naar school gaat volgens het rooster en zich houdt aan de regels en afspraken die daar gelden, naar zijn werk gaat volgens het rooster, zich inzet voor het hebben en behouden van een positieve vrijetijdsbesteding, meewerkt aan de begeleiding van de coach van E25, meewerkt aan de behandeling van De Waag (FAST), zich houdt aan een avondklok voor de maximale duur van 3 maanden en zich houdt aan een contactverbod met de slachtoffers;
met opdracht aan de jeugdreclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
veroordeling van de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 60 uren, subsidiair 30 dagen vervangende jeugddetentie;
opheffing van het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.
4Waardering van het bewijs
4.1.
Vrijspraak zonder nadere motivering
Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het in de zaak met parketnummer 10/033145-24 onder 3, 6 en 9 van parketnummer 10/033145-24 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.
4.2.
Bewezenverklaring zonder nadere motivering
Het in de zaak met parketnummer 10/033145-24 onder 1 primair, 2, 4 primair, 5, 7 primair, 8, 10 primair en 11 ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.
4.3.
Vrijspraak parketnummer 10/105610-24
4.3.1.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat sprake is van een vormverzuim, nu uit het dossier niet is gebleken dat door de rechter-commissaris of officier van justitie toestemming is gegeven voor onderzoek in de telefoon van de verdachte. Mocht de rechtbank tot een bewezenverklaring komen, verzoekt de verdediging het vormverzuim mee te wegen in de strafmaat.
4.3.2.
Beoordeling
Uit vaste jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat het doen van onderzoek door een opsporingsambtenaar aan inbeslaggenomen elektronische gegevensdragers en geautomatiseerde werken teneinde de beschikking te krijgen over daarin opgeslagen of beschikbare gegevens geen voorafgaande rechterlijke toetsing of tussenkomst van de officier van justitie vereist volgens de wet. Indien de met het onderzoek samenhangende inbreuk op de persoonlijke levenssfeer als beperkt kan worden beschouwd, biedt de algemene bevoegdheid van opsporingsambtenaren, neergelegd in artikel 94 tot en met artikel 96 van het Wetboek van Strafvordering daarvoor voldoende legitimatie. Nu uit het proces-verbaal van de politie ter zake het onderzoek aan de telefoon van de verdachte volgt dat gericht is gezocht op een video van een mogelijke brandstichting, is het onderzoek aan de telefoon van de verdachte naar het oordeel van de rechtbank niet zo verstrekkend geweest dat een min of meer compleet beeld is verkregen van bepaalde aspecten van het persoonlijk leven van de verdachte. Van een vormverzuim is dan ook geen sprake.
Afgezien hiervan is de rechtbank met de verdediging en officier van justitie van oordeel dat het onder parketnummer 10/105610-24 primair en subsidiair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen. De verdachte zal daarvan zonder nadere motivering worden vrijgesproken.
4.3.3.
Conclusie
Het onder parketnummer 10/105610-24 ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
4.4.
Bewezenverklaring
In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 10/033145-24 onder 1 primair, 2, 4 primair, 5, 7 primair, 8, 10 primair en 11 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
1hij, op meerdere tijdstippen, in de periode van1 september 2023 tot en met 15 januari 2024 te Rotterdam en ’s-Gravenhageen Elst (gemeente Rhenen) en Schiedam en Naaldwijk (gemeenteWestland), tezamen en in vereniging met een of meer anderen, meermalen, telkens met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelendoor het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en doorlistige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels,- [slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum 2] en- [slachtoffer 2], geboren op [geboortedatum 3] en- [slachtoffer 3], geboren op [geboortedatum 4] en- [slachtoffer 4], geboren op [geboortedatum 5] en- [slachtoffer 5], geboren op [geboortedatum 6] en- [slachtoffer 6], geboren op [geboortedatum 7],heeft bewogen tot de afgifte van enig goed en/of het ter beschikking stellen vangegevens, te weten de afgifte en/of het ter beschikking stellen van hunbankpas(sen) en/of pincode(s) en/of bankgegevens en/of (een) siera(a)d(en) en/ofeen hoeveelheid contant geld,- door voornoemde slachtoffers telefonisch te benaderen en gedurende lange tijdaan de telefoon te houden en zich daarbij voor te doen als een medewerker vaneen bank (van de ABN AMRO en/of ING en/of SNS en/of Rabobank) en- in die hoedanigheid de slachtoffers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] mede te delen dat er frauduleuze handelingen waren gepleegd danwel is gepoogd om frauduleuze handelingen te plegen met hunbankrekeningen en dat (om die reden) de bankpassen van voornoemdeslachtoffers opgehaald zouden worden en- in die hoedanigheid de slachtoffers [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] mede te delen dathij/zij slachtoffer kon worden van een inbraak en dat om die reden de bankpas(met pincode) en/of siera(a)d(en) en/of contant geld van voornoemde slachtoffersopgehaald zouden worden om diefstal te voorkomen en- door voornoemde [slachtoffer 3] te verzoeken de applicatie Anydesk te installeren opzijn computer en- door voornoemde [slachtoffer 5] te vragen om in te loggen in de ING-omgeving in haartelefoon en- door voornoemde slachtoffers te vragen zijn/haar (doorgeknipte) bankpas(sen) (ineen enveloppe) en/of pincode(s) en/of sieraden en/of (contant) geld af te geven aande medewerker van de bank die ter plaatse zou komen en- door voornoemde [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] telefonisch te vragen naarzijn/haar pincodes en- door bij de huisadressen van voornoemde slachtoffers langs te gaan en zijn/haarbankpas(sen) en/of pincode(s) en/of sieraden en/of contante geld in ontvangst tenemen en zich daarbij voor te doen als een medewerker van een bank;
2hij, op meerdere tijdstippen, in de periode van1 september 2023 tot en met 15 januari 2024 te Rotterdam en ’s-Gravenhage en Utrecht en Amerongen en Schiedamen/of Naaldwijk (gemeente Westland) en Amsterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, meermalen, een hoeveelheid (contant) geld, te weten in totaal EUR 6.752,80, dat geheel of ten dele aan onderstaande personen, te weten- [slachtoffer 1] (gedupeerd ten bedrage van in totaal 1.000,= euro) en- [slachtoffer 2] (gedupeerd ten bedrage van in totaal 500,= euro) en- [slachtoffer 3] (gedupeerd ten bedrage van in totaal 3.550,= euro) en- [slachtoffer 5] (gedupeerd ten bedrage van in totaal 1.150,= euro) en- [slachtoffer 4] (gedupeerd ten bedrage van 450,= euro) en- [slachtoffer 6] (gedupeerd ten bedrage van 102,80 euro),toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijktoe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader(s) dat weg tenemen geldbedrag onder hun bereik hebben gebracht doormiddel van een valse sleutel, te weten door gebruik te maken van bankpassen en pincodes van voornoemde personen welke door middelvan oplichting in het bezit van verdachte en zijn mededader(s) zijn gekomen;4hij op 6 december 2023 te Nieuwerkerk, gemeenteSchouwen-Duiveland, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelendoor het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid endoor listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels,[slachtoffer 7] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed,te weten het afgeven en ter beschikking stellen van bankpassen enpincodes en bankgegevens, door:- voornoemde [slachtoffer 7] telefonisch te benaderen, gedurende lange tijdaan de telefoon te houden en zich daarbij voor te doen als een (ICT) medewerkervan de SNS bank en vervolgens in die hoedanigheid mede te delen datfrauduleuze handelingen met zijn bankrekening zijn gepleegd waarbij hij,verdachte, en/of zijn mededader(s), hem zou kunnen helpen, en- (vervolgens) die [slachtoffer 7] te verzoeken om 'Anydesk' te installeren op zijn laptopen- voornoemde [slachtoffer 7] te bewegen om het limiet van zijn rekening op te hogenen- voornoemde [slachtoffer 7] te bewegen om zijn pincode in te spreken op een bandjeen- voornoemde [slachtoffer 7] te vragen om zijn bankpas en de bankpassen van zijngezinsleden af te geven aan een persoon die zich voordeed alskoerier en- door bij het huisadres van voornoemde [slachtoffer 7] langs te gaan en zijn bankpas en de bankpassen van zijn gezinsleden in ontvangst te nemen en zich daarbijvoor te doen als een koerier;5hij op 6 december 2023 te Oosterland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen,een hoeveelheid (contant) geld, te weten in totaal 12,700,-, dat aan- [slachtoffer 7] (gedupeerd ten bedrage van in totaal 5.300,= euro) en- [slachtoffer 8] (gedupeerd ten bedrage van in totaal 400,= euro) en- [slachtoffer 9] (gedupeerd ten bedrage van in totaal 300,= euro) en- [slachtoffer 10] (gedupeerd ten bedrage van in totaal 6.700,= euro),toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijktoe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader(s) zich de toegang tot deplaats van het misdrijf hebben verschaft en die weg te nemengeldbedragen onder hun bereik hebben gebracht door middel van eenvalse sleutel, te weten door te pinnen met/gebruik te maken van bankpassen en pincodes van voornoemde personen welke door middelvan oplichting in het bezit van verdachte en zijn mededader(s) zijn gekomen;
7hij op 4 januari 2024 te Zoetermeer, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelendoor het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en doorlistige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels,[slachtoffer 11] (geboren [geboortedatum 8])heeft bewogen tot de afgifte van enig goed en het ter beschikking stellen vangegevens, te weten de afgifte en het ter beschikking stellen van haarbankpas en creditcard, door:- voornoemde [slachtoffer 11] telefonisch te benaderen en gedurende lange tijd aande telefoon te houden en zich daarbij voor te doen als een medewerker van eenbank (de Rabobank) en- vervolgens in die hoedanigheid die [slachtoffer 11] mede te delen dat is gepoogd om frauduleuze handelingen teplegen met haar bankrekening en dat (om die reden) de bankpas encreditcard van die [slachtoffer 11] opgehaald zouden worden en- voornoemde [slachtoffer 11] te verzoeken de applicatie Anydesk te installeren op haarmobiele telefoon en- voornoemde [slachtoffer 11] te vragen haar bankpas en creditcard (in eenenveloppe) af te geven aan de medewerker van de bank die ter plaatse zou komenen- door bij het huisadres van die [slachtoffer 11] langs te gaan en haar bankpas encreditcard i
Feiten
6Strafbaarheid verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.
De verdachte is dus strafbaar.
Motivering
7.1.
Algemene overweging
De straffen die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
7.2.
Feiten
De verdachte heeft zich samen met anderen in een periode van vijf maanden meerdere keren schuldig gemaakt aan oplichting door middel van een zogenoemde babbeltruc, waarbij de daders zich voordeden als bankmedewerkers. Vervolgens heeft de verdachte samen met anderen geld gestolen met de door de oplichting verkregen pinpassen met bijbehorende pincodes. De verdachte en zijn mededaders gingen daarbij zeer geraffineerd te werk. De slachtoffers werden eerst telefonisch benaderd door iemand die zich voordeed als een medewerker van de bank. De beller wist hun vertrouwen te winnen en hen met een listig verhaal ertoe te bewegen pincodes door te geven. Vervolgens stond de verdachte als koerier voor de deur om bankpassen en soms ook sieraden en geld in ontvangst te nemen. De verdachte gaf daarbij vaak een naam en een verificatiecode op die door de zogenaamde medewerker van de bank telefonisch aan de slachtoffers was doorgegeven, om zo ook weer extra vertrouwen te wekken. De verdachte heeft vervolgens met de weggenomen bankpassen van de slachtoffers gepind.
De verdachte en zijn mededaders hebben bij het plegen van deze feiten voornamelijk kwetsbare ouderen als slachtoffer gekozen. Zij hebben deze slachtoffers op lafhartige wijze als een makkelijke prooi gezien, van wie zij zonder veel risico op geraffineerde wijze geld afhandig konden maken. De verdachte heeft zich daarbij niet bekommerd om de gevolgen voor de slachtoffers, maar heeft zijn eigen geldelijk gewin voorop gesteld. De rechtbank rekent het de verdachte bovendien aan dat hij de slachtoffers thuis heeft opgezocht. Door zijn handelen heeft de verdachte het gevoel van veiligheid en vertrouwen van de slachtoffers ernstig geschaad.
7.3.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
7.3.1.
Strafblad
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 16 april 2024, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
7.3.2.
Rapportages en verklaring van de deskundige op de terechtzitting
De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 1 mei 2024. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.
De kans op herhaling wordt op midden ingeschat. De verdachte heeft ondersteuning nodig om de recidivekans zo klein mogelijk te houden. Hij heeft zelf de eerste positieve stappen gezet door aan de gesprekken en hulptrajecten mee te werken, maar dat is slechts de start. Ook op de lange termijn zal hij pro sociale keuzes moeten leren maken en zich gaan inzetten voor een positieve schoolgang en behandeling vanuit De Waag of een soortgelijke instelling. De draagkracht van het gezin en de goede onderlinge relaties hebben ervoor gezorgd dat er een open houding is en dat er vertrouwen is in de hulpverlening, de voorzorgsmaatregelen en de gemaakte afspraken. Ondersteuning door de inzet van toezicht en begeleiding vanuit de jeugdreclassering heeft de afgelopen periode al laten zien effectief te zijn en lijkt goed aan te sluiten bij de mogelijkheden en behoeftes van de verdachte. De begeleiding van de jeugdreclassering kan in samenwerking met de jongerencoach van E25 de borging, monitoring en begeleiding bieden die nodig is om de verdachte pro sociale keuzes op het gebied van school, vrije tijd en relaties te laten maken en daarmee de kans op recidive te verkleinen.De Raad adviseert een deels voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen, met als bijzondere voorwaarden dat de verdachte: • onderwijs volgt; • geen contact legt of laat leggen met de medeverdachten en de slachtoffers; • zich houdt aan een avondklok, zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht; • meewerkt aan behandeling door De Waag of een gelijksoortige instelling, zolang de jeugdreclassering dit nodig acht; • meewerkt aan begeleiding door een jongerencoach van E25 of een soortgelijke instelling, zolang de jeugdreclassering dit nodig acht; • zich houdt aan de aanwijzingen van de jeugdreclassering, ook indien deze aanwijzingen inhouden het meewerken aan hulpverlening die door de jeugdreclassering nodig wordt geacht; • zich in het kader van de maatregel van Toezicht en Begeleiding, gedurende een door de jeugdreclassering te bepalen periode en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden, zo frequent en zo lang de jeugdreclassering dat gedurende de proeftijd noodzakelijk acht en zijn medewerking verleent aan de daaruit voortvloeiende afspraken.
De jeugdreclassering heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 24 april 2024. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.
In de schorsingsperiode is het goed gegaan met de verdachte. Hij gaat naar school en heeft tijdens zijn verblijf binnen de Kleinschalige Voorziening Justitiële Jeugd (KVJJ) een stage gevonden waar hij naartoe gaat en waar het goed gaat. Ook is de coach van E25 begonnen. De verdachte houdt zich aan de afspraken met de coach en gaat onder andere met hem sporten. Op 14 mei 2024 is de intake bij De Waag om de FAST-behandeling te starten. Zowel de verdachte als zijn moeder staan hiervoor open. De verdachte heeft bij de jeugdreclassering aangegeven dat hij met een schone lei wil beginnen en zich wil inzetten om zich aan alle voorwaarden te houden die opgelegd worden.
De jeugdreclassering adviseert een deels voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen, met aftrek van voorarrest, onder de bijzondere voorwaarden dat de verdachte: - zich houdt aan de aanwijzingen van de jeugdreclassering;- naar school gaat volgens rooster en zich houdt aan de regels en afspraken die daar gelden;- naar zijn werk gaat volgens rooster;- zich inzet voor het hebben en behouden van een positieve vrijetijdsbesteding;- meewerkt aan de begeleiding van de coach van E25;- meewerkt aan de behandeling van De Waag (FAST);- zich houdt aan een avondklok voor de maximale duur van 3 maanden;- zich houdt aan een contactverbod met de slachtoffers.
Ter zitting heeft jeugdreclasseerder J.W. van Eck naar voren gebracht dat de verdachte in de KVJJ de draad weer positief heeft opgepakt. Hij gaat naar school, werkt en staat open voor behandeling van De Waag. Het vertrouwen tussen de moeder en de verdachte moet worden hersteld onder begeleiding van de behandelaar.
7.4.
Conclusie
Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.
Gezien de ernst en hoeveelheid van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een jeugddetentie. Bij de bepaling van de duur van de jeugddetentie heeft de rechtbank gekeken naar straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. De rechtbank heeft strafverzwarend meegewogen dat de feiten in een georganiseerd verband lijken te zijn gepleegd, waarbij de verdachte een actieve rol heeft gehad door bij mensen aan de voordeur van hun woning te komen en daar goederen in ontvangst te nemen, waarbij veelal sprake is van kwetsbare slachtoffers. In het voordeel van de verdachte weegt de rechtbank mee dat de verdachte tijdens zijn verblijf in de KVJJ tot een positieve verandering is gekomen. De rechtbank houdt er ook rekening mee dat de verdachte spijt lijkt te hebben en zich ter terechtzitting bereid heeft verklaard om – onder begeleiding van de jeugdreclassering – excuusbrieven te schrijven naar de slachtoffers of tot een herstelbemiddeling te komen.
De rechtbank ziet in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte aanleiding om een deel van de jeugddetentie voorwaardelijk op te leggen, met de voorwaarden overeenkomstig het advies van de jeugdreclassering. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. De rechtbank is van oordeel dat een voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van 120 dagen passend is als stok achter de deur om te voorkomen dat de verdachte opnieuw de fout in zal gaan. De rechtbank zal daarom een lagere voorwaardelijke jeugddetentie opleggen dan gevorderd door de officier van justitie.
Daarnaast zal de rechtbank gezien de ernst van de feiten en de gevolgen hiervan voor de slachtoffers ook een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 60 uur opleggen.
Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straffen passend en geboden.
8In beslag genomen voorwerp
Ten aanzien van de in beslag genomen telefoon van de verdachte heeft de officier van justitie ter terechtzitting toegezegd ervoor te zorgen dat de telefoon aan de verdachte wordt teruggegeven. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding daarover nog een beslissing te nemen.
9Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen
9.1.
Benadeelde partij [benadeelde partij 1]
Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [benadeelde partij 1], ter zake van de in de zaak met parketnummer 10/033145-24 onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten. De benadeelde partij heeft geen bedragen gevorderd.
9.1.1.
Beoordeling
De benadeelde partij zal in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, nu geen bedragen zijn gevorderd. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard, zal de benadeelde partij worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.
9.1.2.
Conclusie
In deze procedure wordt geen inhoudelijke beslissing genomen.
9.2.
Benadeelde partij [benadeelde partij 2]
Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [benadeelde partij 2], ter zake van de in de zaak met parketnummer 10/033145-24 onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 520,-- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
9.2.1.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd de vordering toe te wijzen. Tevens heeft de officier van justitie de wettelijke rente, hoofdelijkheid en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel gevorderd.
9.2.2.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft primair verzocht de vordering af te wijzen. Subsidiair is verzocht de vordering te matigen naar een bedrag van € 250,--.
9.2.3.
Beoordeling
Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door de onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbare feiten rechtstreeks immateriële schade is toegebracht, nu hij door het handelen van de verdachte op andere wijze in zijn persoon is aangetast (als bedoeld in artikel 6:106 sub b van het Burgerlijk Wetboek (hierna BW)). Er is sprake van een ernstige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer. De verdachte en zijn mededader(s) hebben bewust slachtoffers op leeftijd uitgekozen en op een zeer geraffineerde wijze misbruik gemaakt van deze kwetsbare personen. Het slachtoffer is eerst telefonisch benaderd en de verdachte heeft het slachtoffer vervolgens bij hem huis opgezocht en hem goederen afhandig gemaakt. De rechtbank acht een vergoeding van de geleden immateriële schade daarom op zijn plaats en acht het gevorderde bedrag van € 520,-- billijk.
Nu de verdachte de strafbare feiten ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met (een) mededader(s) heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededader(s) de benadeelde partij betaalt/betalen is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partij van deze betalingsverplichting bevrijd.
De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 7 december 2023.
Nu de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.
9.2.4.
Conclusie
De verdachte moet de benadeelde partij [benadeelde partij 2] een schadevergoeding betalen van
€ 520,--, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld. Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht (hierna Sr) passend en geboden geacht. Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast.
9.3.
Benadeelde partij [benadeelde partij 3]
Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [benadeelde partij 3], ter zake van de in de zaak met parketnummer 10/033145-24 onder 4, 5 en 6 ten laste gelegde feiten. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 1.000,-- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
9.3.1.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd de vordering toe te wijzen tot een bedrag van
€ 520,--, overeenkomstig de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2]. Tevens heeft de officier van justitie de wettelijke rente, hoofdelijkheid en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel gevorderd.
9.3.2.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft primair verzocht de vordering af te wijzen, omdat deze onvoldoende is onderbouwd. Subsidiair is verzocht de vordering te matigen naar een bedrag van € 250,--.
9.3.3.
Beoordeling
Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door de onder 4 en 5 bewezen verklaarde strafbare feiten rechtstreeks immateriële schade is toegebracht, nu hij door het handelen van de verdachte op andere wijze in zijn persoon is aangetast (als bedoeld in artikel 6:106 sub b BW). Er is sprake van een ernstige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer. De verdachte en zijn mededader(s) hebben op een zeer geraffineerde wijze misbruik gemaakt van het slachtoffer. Zij hebben het slachtoffer eerst telefonisch benaderd en de verdachte heeft het slachtoffer vervolgens bij zijn huis opgezocht en hen goederen afhandig gemaakt. De rechtbank acht een vergoeding van de geleden immateriële schade daarom op zijn plaats en acht een bedrag van € 520,-- billijk, zodat de vordering tot dit bedrag zal worden toegewezen. De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard. Dit deel van de vordering kan derhalve slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Nu de verdachte de strafbare feiten ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met (een) mededader(s) heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededader(s) de benadeelde partij betaalt/betalen is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partij van deze betalingsverplichting bevrijd.
De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 6 december 2023.
Nu de vordering van de benadeelde partij (in overwegende mate) zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.
9.3.4.
Conclusie
De verdachte moet de benadeelde partij [benadeelde partij 3] een schadevergoeding betalen van
€ 520,--, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld. Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr passend en geboden geacht. Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast.
9.4.
Benadeelde partijen [benadeelde partij 4], [benadeelde partij 5] en [benadeelde partij 6]
Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [benadeelde partij 4], ter zake van het in de zaak met parketnummer 10/033145-24 onder 5 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 250,-- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [benadeelde partij 5], ter zake van het in de zaak met parketnummer 10/033145-24 onder 5 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 250,-- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [benadeelde partij 6], ter zake van het in de zaak met parketnummer 10/033145-24 onder 5 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 1.000,-- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
9.4.1.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij Van der Male toe te wijzen tot een bedrag van € 520,--, overeenkomstig de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2]. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde partij 4] en [benadeelde partij 5] toe te wijzen tot een bedrag van € 250,--. Tevens heeft de officier van justitie de wettelijke rente, hoofdelijkheid en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel gevorderd.
9.4.2.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft verzocht de vorderingen af te wijzen, omdat de benadeelde partijen geen rechtstreeks contact hebben gehad met de verdachten.
9.4.3.
Beoordeling
De benadeelde partijen zullen in de vorderingen niet-ontvankelijk worden verklaard, nu niet blijkt dat zij zelf rechtstreeks contact hebben gehad met de verdachte en zijn mededaders. De vorderingen kunnen slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Nu de benadeelde partijen niet-ontvankelijk zullen worden verklaard, zullen zij worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vorderingen gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.
9.4.4.
Conclusie
In deze procedure wordt over de gevorderde schadevergoedingen geen inhoudelijke beslissing genomen.
9.5.
Benadeelde partij [benadeelde partij 7]
Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [benadeelde partij 7], ter zake van de in de zaak met parketnummer 10/033145-24 onder 7, 8 en 9 ten laste gelegde feiten. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 1.977,63 aan materiële schade en een bedrag van € 100,-- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
9.5.1.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd de vordering toe te wijzen. Tevens heeft de officier van justitie de wettelijke rente, hoofdelijkheid en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel gevorderd.
9.5.2.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft verzocht de vordering ten aanzien van de materiële schade af te wijzen. Ten aanzien van de immateriële schade heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
9.5.3.
Beoordeling
Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door de onder 7 en 8 bewezen verklaarde strafbare feiten rechtstreeks materiële schade is toegebracht. De rechtbank stelt deze schade op basis van de overgelegde bijlagen vast op € 1.935,70 (€ 969 + € 107,70 + € 100 + € 250 + € 4,50 + € 500 + € 4,50). Nu de rechtbank deze schade ook overigens niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt en door de verdediging niet (voldoende) gemotiveerd is weersproken, zal de vordering ten aanzien van de materiële schade tot dit bedrag worden toegewezen. De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard. Dit deel van de vordering kan derhalve slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Daarnaast is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door de onder 7 en 8 bewezen verklaarde strafbare feiten rechtstreeks immateriële schade is toegebracht, nu zij door het handelen van de verdachte op andere wijze in haar persoon is aangetast (als bedoeld in artikel 6:106 sub b BW). Er is sprake van een ernstige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer. De verdachte en zijn mededader(s) hebben bewust slachtoffers op leeftijd uitgekozen en op een zeer geraffineerde wijze misbruik gemaakt van deze kwetsbare personen. Het slachtoffer is eerst telefonisch benaderd en de verdachte heeft het slachtoffer vervolgens bij haar huis opgezocht en haar goederen afhandig gemaakt. De rechtbank acht een vergoeding van de geleden immateriële schade daarom op zijn plaats en acht het gevorderde bedrag van € 100,-- billijk.
Nu de verdachte de strafbare feiten ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met (een) mededader(s) heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededader(s) de benadeelde partij betaalt/betalen is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partij van deze betalingsverplichting bevrijd.
De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 4 januari 2024.
Nu de vordering van de benadeelde partij (in overwegende mate) zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.
9.5.4.
Conclusie
De verdachte moet de benadeelde partij een schadevergoeding betalen van € 2.035,70, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.
Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr passend en geboden geacht. Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast.
9.6.
Benadeelde partij [benadeelde partij 8]
Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [benadeelde partij 8], ter zake van de in de zaak met parketnummer 10/033145-24 onder 10 en 11 ten laste gelegde feiten. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 5.500,-- aan materiële schade en een bedrag van € 20.000,-- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
9.6.1.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd de vordering ten aanzien van de materiële schade geheel toe te wijzen en de immateriële schade te matigen tot een bedrag van € 2.000,--.
Tevens heeft de officier van justitie de wettelijke rente, hoofdelijkheid en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel gevorderd.
9.6.2.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren dan wel de vordering af te wijzen. Hiertoe is aangevoerd dat de vordering niet juist is onderbouwd en nader onderzoek naar welke sieraden er daadwerkelijk in de afgegeven tassen heeft gezeten een onevenredige belasting van het strafproces oplevert.
9.6.3.
Beoordeling
Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door de onder 10 en 11 bewezen verklaarde strafbare feiten rechtstreeks materiële schade is toegebracht. De rechtbank zal de vordering ten aanzien van het gepinde bedrag en afgegeven contant geld toewijzen (totaal € 2.000,--) en de waarde van de afgegeven sieraden naar maatstaven van billijkheid schatten op € 500,--. De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard. Dit deel van de vordering kan derhalve slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Daarnaast is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door de onder 10 en 11 bewezen verklaarde strafbare feiten rechtstreeks immateriële schade is toegebracht, nu zij door het handelen van de verdachte op andere wijze in haar persoon is aangetast (als bedoeld in artikel 6:106 sub b BW). Er is sprake van een ernstige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer. De verdachte en zijn mededader(s) hebben bewust slachtoffers op leeftijd uitgekozen en op een zeer geraffineerde wijze misbruik gemaakt van deze kwetsbare personen. Het slachtoffer is eerst telefonisch benaderd en de verdachte heeft hetslachtoffer vervolgens bij haar huis opgezocht en haar goederen afhandig gemaakt. De rechtbank acht een vergoeding van de geleden immateriële schade daarom op zijn plaats. Nu van de benadeelde partij meerdere sieraden met emotionele waarde zijn weggenomen, acht de rechtbank een bedrag van € 750,-- billijk, zodat de vordering tot dit bedrag zal worden toegewezen. De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard. Dit deel van de vordering kan derhalve slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Nu de verdachte de strafbare feiten ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met (een) mededader(s) heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededader(s) de benadeelde partij betaalt/betalen is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partij van deze betalingsverplichting bevrijd.
De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 26 januari 2024.
Nu de vordering van de benadeelde partij deels zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.
9.7.
Conclusie
De verdachte moet de benadeelde partij een schadevergoeding betalen van € 3.250,--, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.
Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr passend en geboden geacht. Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast.
10Toepasselijke wettelijke voorschriften
Gelet is op de artikelen 36f, 47, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 311 en 326 Sr.
11Bijlagen
De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.
Dictum
De rechtbank:
verklaart niet bewezen dat de verdachte de in de zaak met parketnummer 10/033145-24 onder 3, 6 en 9 ten laste gelegde feiten en de onder parketnummer 10/105610-24 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart bewezen dat de verdachte de in de zaak met parketnummer 10/033145-24 onder 1 primair, 2, 4 primair, 5, 7 primair, 8, 10 primair en 11 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 168 (honderdachtenzestig) dagen;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
bepaalt dat een gedeelte van de jeugddetentie groot 120 (honderdtwintig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op 2 (twee) jaren;
tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;
stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;
stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:
- zich gedurende een door de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, gevestigd te Rotterdam, te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de jeugdreclassering, zo vaak en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht;
- gedurende de proeftijd naar school en/of stage zal gaan volgens rooster en zich zal houden aan de regels en afspraken die daar gelden;
- zich gedurende de proeftijd zal inzetten voor het hebben en behouden van een positieve vrijetijdsbesteding, zoals een bijbaan en/of sport;
- zal meewerken aan de begeleiding van de jongerencoach van E25, zo lang als de jeugdreclassering dit nodig acht;
- zal meewerken aan de behandeling van De Waag (FAST) of een soortgelijke instelling, zo lang als de jeugdreclassering dit nodig acht;
- zich zal houden aan een avondklok voor de maximale duur van 3 (drie) maanden of zoveel korter als de jeugdreclassering noodzakelijk acht. Deze avondklok houdt in dat de veroordeelde dagelijks om 19:00 uur thuis zal zijn en thuis zal blijven tot de volgende ochtend 07:00 uur. Deze tijdstippen van de avondklok kunnen worden gewijzigd door de jeugdreclassering, in die zin dat de veroordeelde in dat geval ’s avonds later thuis mag komen en ’s ochtends eerder van huis mag;
- gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met de slachtoffers:
[slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum 2] te [geboorteplaats 2],
[slachtoffer 2], geboren op [geboortedatum 3] te [geboorteplaats 3],
[slachtoffer 3], geboren op [geboortedatum 4] te [geboorteplaats 4],
[slachtoffer 4], geboren op [geboortedatum 5] te [geboorteplaats 5],
[slachtoffer 5], geboren op [geboortedatum 6],
[slachtoffer 6], geboren op [geboortedatum 7] te [geboorteplaats 6],
[slachtoffer 7], geboren op [geboortedatum 10] te [geboorteplaats 7],
[slachtoffer 8], geboren op [geboortedatum 11] te [geboorteplaats 8],
[slachtoffer 9], geboren op [geboortedatum 12] te [geboorteplaats 9],
[slachtoffer 10], geboren op [geboortedatum 13] te [geboorteplaats 10],
[slachtoffer 11], geboren op [geboortedatum 8] te [geboorteplaats 11],
[slachtoffer 12], geboren op [geboortedatum 9] te [geboorteplaats 12];
verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden:
- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan jeugdreclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;
geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
legt de verdachte een taakstraf op, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 60 (zestig) uren, waarbij de Raad voor de Kinderbescherming dient te bepalen uit welke werkzaamheden de werkstraf dient te bestaan;
beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 30 (dertig) dagen;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; de voorlopige hechtenis is bij eerdere beslissing geschorst;
verklaart de benadeelde partijen [benadeelde partij 1], [benadeelde partij 4], [benadeelde partij 5] en [benadeelde partij 6] niet-ontvankelijk in de vorderingen;
veroordeelt de benadeelde partijen [benadeelde partij 1], [benadeelde partij 4], [benadeelde partij 5] en [benadeelde partij 6] in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vorderingen gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;
veroordeelt de verdachte, hoofdelijk met zijn mededader(s), om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [benadeelde partij 2], te betalen een bedrag van € 520,--
(zegge: vijfhonderdtwintig euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 7 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;
bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door de mededader(s) van de verdachte aan de benadeelde partij [benadeelde partij 2], zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;
veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij [benadeelde partij 2] gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
legt aan de verdachte, hoofdelijk met zijn mededader(s), de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] te betalen € 520,-- (hoofdsom, zegge: vijfhonderdtwintig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 december 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;
verstaat dat betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij 2], waaronder begrepen betaling door zijn mededader(s), tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;
veroordeelt de verdachte, hoofdelijk met zijn mededader(s), om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [benade
Conclusie
n ontvangst te nemen en zich daarbij voor te doen als een medewerkervan een bank;
8hij op 4 januari 2024 te Zoetermeer en te Barendrecht,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, geldbedragen, (te weten in totaal ongeveer 1935,70 euro),die aan [slachtoffer 11],toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijktoe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader(s) die weg te nemengeldbedragen onder hun bereik hebben gebracht door middel van eenvalse sleutel, te weten door af te rekenen bij de Mediamarkt en de Total engeld op te nemen bij geldautomaten en hierbij gebruik te makenvan een bankpas en creditcard van die [slachtoffer 11] welke door middel vanoplichting in het bezit van verdachte en zijn mededader(s) zijn gekomen;10hij op 26 januari 2024 te Schiedam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelendoor het aannemen van een valse hoedanigheid endoor listige kunstgrepen ,[slachtoffer 12], geboren op [geboortedatum 9], heeft bewogen tot de afgiftevan enig goed, en het ter beschikking stellen van gegevens, te weten de afgifteen het ter beschikking stellen van haar bankpassen en pincode en sieraden en horloges en een hoeveelheidcontant geld:- door voornoemde [slachtoffer 12] telefonisch te benaderen, gedurende lange tijdaan de telefoon te houden en zich daarbij voor te doen als een medewerker van eenbank (Rabobank) en- door in die hoedanigheid mede te delen dat de bankrekening(en) en waardevollegoederen van die [slachtoffer 12] moesten worden verzekerd, waarbij hij,verdachte, en/of zijn mededader(s), haar zou kunnen helpen en- door voornoemde [slachtoffer 12] te vragen haar bankpassen(in een enveloppe) en sieraden af te gevenaan de medewerker die ter plaatse zou komen en- door bij het huisadres van voornoemde [slachtoffer 12] langs te gaan en haar bankpassen en sieraden en horloges en (contante) geldin ontvangst te nemen en zich daarbij voor te doen als een medewerker van eenbank;
11hij op 26 januari 2024 te Schiedam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, een hoeveelheid (contant) geld, te weten in totaal EUR 500,-, dat aan [slachtoffer 12],toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijktoe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader(s) dat weg tenemen geldbedrag onder hun bereik hebben gebracht doormiddel van een valse sleutel, te weten door gebruik te maken van een bankpas en pincode van voornoemde [slachtoffer 12], welke doormiddel van oplichting in het bezit van verdachte en zijn mededader(s) zijngekomen.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
5Strafbaarheid feiten
De bewezen feiten leveren op:
Parketnummer 10/033145-24
1. primair
medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd;
2
diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd;
4 primair
medeplegen van oplichting;
5
diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd;
7 primair
medeplegen van oplichting;
8
diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd;
10 primair
medeplegen van oplichting;
11
diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.
Dictum
elde partij 3], te betalen een bedrag van € 520,-- (zegge: vijfhonderdtwintig euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 6 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;
bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door de mededader(s) van de verdachte aan de benadeelde partij [benadeelde partij 3], zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;
verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 3] niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij [benadeelde partij 3] gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
legt aan de verdachte, hoofdelijk met zijn mededader(s), de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 3] te betalen € 520,-- (hoofdsom, zegge: vijfhonderdtwintig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 december 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;
verstaat dat betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij 3], waaronder begrepen betaling door zijn mededader(s), tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;
veroordeelt de verdachte, hoofdelijk met zijn mededader(s), om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [benadeelde partij 7], te betalen een bedrag van € 2.035,70
(zegge: tweeduizendvijfendertig euro en zeventig eurocent), bestaande uit € 1.935,70 aan materiële schade en € 100,-- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 4 januari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door de mededader(s) van de verdachte aan de benadeelde partij [benadeelde partij 7], zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;
verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 7] niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij [benadeelde partij 7] gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
legt aan de verdachte, hoofdelijk met zijn mededader(s), de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 7] te betalen € 2.035,70 (hoofdsom, zegge: tweeduizendvijfendertig euro en zeventig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 januari 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;
verstaat dat betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij 7], waaronder begrepen betaling door zijn mededader(s), tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;
veroordeelt de verdachte, hoofdelijk met zijn mededader(s), om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [benadeelde partij 8], te betalen een bedrag van
€ 3.250,-- (zegge: drieduizendtweehonderdvijftig euro), bestaande uit € 2.500,-- aan materiële schade en € 750,-- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 26 januari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door de mededader(s) van de verdachte aan de benadeelde partij [benadeelde partij 8], zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;
verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 8] niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij [benadeelde partij 8] gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
legt aan de verdachte, hoofdelijk met zijn mededader(s), de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 8] te betalen € 3.250,-- (hoofdsom, zegge: drieduizendtweehonderdvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 januari 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;
verstaat dat betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij 8], waaronder begrepen betaling door zijn mededader(s), tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. A. Verweij, voorzitter, tevens kinderrechter,
en mrs. S. Riege en A. Wolthuis, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D.R. van Staveren, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 21 mei 2024.
De oudste rechter, de jongste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Dictum
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
Parketnummer 10/033145-24
1hij, op één of meerdere tijdstip(pen), in of omstreeks de periode van1 september 2023 tot en met 15 januari 2024 te Rotterdam en/of ’s-Gravenhageen/of Elst (gemeente Rhenen) en/of Schiedam en/of Naaldwijk (gemeenteWestland), althans in Nederland,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,meermalen, althans eenmaal,telkens met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelendoor het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of doorlistige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,- [slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum 2] en/of- [slachtoffer 2], geboren op [geboortedatum 3] en/of- [slachtoffer 3], geboren op [geboortedatum 4] en/of- [slachtoffer 4], geboren op [geboortedatum 5] en/of- [slachtoffer 5], geboren op [geboortedatum 6] en/of- [slachtoffer 6], geboren op [geboortedatum 7],heeft bewogen tot de afgifte van enig goed en/of het ter beschikking stellen vangegevens, te weten de afgifte en/of het ter beschikking stellen van hunbankpas(sen) en/of pincode(s) en/of bankgegevens en/of (een) siera(a)d(en) en/ofeen hoeveelheid contant geld,- door voornoemde slachtoffers telefonisch te benaderen en/of gedurende lange tijdaan de telefoon te houden en/of zich daarbij voor te doen als een medewerker vaneen bank (van de ABN AMRO en/of ING en/of SNS en/of Rabobank) en/of- in die hoedanigheid de slachtoffers [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3]en/of [slachtoffer 4] mede te delen dat er frauduleuze handelingen waren gepleegd danwel is gepoogd om frauduleuze handelingen te plegen met zijn/haar/hunbankrekening(en) en/of dat (om die reden) de bankpas(sen) van voornoemdeslachtoffers opgehaald zouden worden en/of- in die hoedanigheid de slachtoffers [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] mede te delen dathij/zij slachtoffer kon worden van een inbraak en/of dat om die reden de bankpas(met pincode) en/of siera(a)d(en) en/of contant geld van voornoemde slachtoffersopgehaald zouden worden om diefstal te voorkomen en/of- door voornoemde [slachtoffer 3] te verzoeken de applicatie Anydesk te installeren opzijn computer en/of- door voornoemde [slachtoffer 5] te vragen om in te loggen in de ING-omgeving in haartelefoon en/of- door voornoemde slachtoffers te vragen zijn/haar (doorgeknipte) bankpas(sen) (ineen enveloppe) en/of pincode(s) en/of sieraden en/of (contant) geld af te geven aande medewerker van de bank die ter plaatse zou komen en/of-door voornoemde [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] telefonisch te vragen naarzijn/haar pincode(s) en/of- door bij de huisadressen van voornoemde slachtoffers langs te gaan en zijn/haarbankpas(sen) en/of pincode(s) en/of sieraden en/of contante geld in ontvangst tenemen en zich daarbij voor te doen als een medewerker van een bank;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zoukunnen leiden:
een of meerdere onbekend gebleven persoon/personen,op één of meerdere tijdstip(pen), in of omstreeks de periode van1 september 2023 tot en met 15 januari 2024 te Rotterdam en/of ’s-Gravenhageen/of Elst (gemeente Rhenen) en/of Schiedam en/of Naaldwijk (gemeenteWestland), althans in Nederland,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,meermalen, althans eenmaal,telkens met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelendoor het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of doorlistige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,- [slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum 2] en/of- [slachtoffer 2], geboren op [geboortedatum 3] en/of- [slachtoffer 3], geboren op [geboortedatum 4] en/of- [slachtoffer 4], geboren op [geboortedatum 5] en/of- [slachtoffer 5], geboren op [geboortedatum 6] en/of- [slachtoffer 6], geboren op [geboortedatum 7],heeft bewogen tot de afgifte van enig goed en/of het ter beschikking stellen vangegevens, te weten de afgifte en/of het ter beschikking stellen van hun bankpas(sen)en/of pincode(s) en/of bankgegevens en/of (een) siera(a)d(en) en/of eenhoeveelheid contant geld,- door voornoemde slachtoffers telefonisch te benaderen en/of gedurende lange tijdaan de telefoon te houden en/of zich daarbij voor te doen als een medewerker vaneen bank (van de ABN AMRO en/of ING en/of SNS en/of Rabobank) en/of- in die hoedanigheid de slachtoffers [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3]en/of [slachtoffer 4] mede te delen dat er frauduleuze handelingen waren gepleegd danwel is gepoogd om frauduleuze handelingen te plegen met zijn/haar/hunbankrekening(en) en/of dat (om die reden) de bankpas(sen) van voornoemdeslachtoffers opgehaald zouden worden en/of- in die hoedanigheid de slachtoffers [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] mede te delen dathij/zij slachtoffer kon worden van een inbraak en/of dat om die reden de bankpas(met pincode) en/of siera(a)d(en) en/of contant geld van voornoemde slachtoffersopgehaald zouden worden om diefstal te voorkomen en/of- door voornoemde [slachtoffer 3] te verzoeken de applicatie Anydesk te installeren opzijn computer en/of- door voornoemde [slachtoffer 5] te vragen om in te loggen in de ING-omgeving in haartelefoon en/of- door voornoemde slachtoffers te vragen zijn/haar (doorgeknipte) bankpas(sen) (ineen enveloppe) en/of pincode(s) en/of sieraden en/of (contant) geld af te geven aande medewerker van de bank die ter plaatse zou komen en/of-door voornoemde [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] telefonisch te vragen naarzijn/haar pincode(s) en/of- door bij de huisadressen van voornoemde slachtoffers langs te gaan en zijn/haarbankpas(sen) en/of pincode(s) en/of sieraden en/of contante geld in ontvangst tenemen en zich daarbij voor te doen als een medewerker van een bank;
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op één of meerderetijdstip(pen), in of omstreeks de periode van 1 september 2023 tot en met15 januari 2024 te Rotterdam en/of ’s-Gravenhage en/of Elst (gemeente Rhenen)en/of Schiedam en/of Naaldwijk (gemeente Westland), althans in Nederland,opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/ofinlichtingen heeft verschaft, door- één of meer bankpas(sen) en/of pincode(s) en/of contant geld en/ofsiera(a)d(en) op te halen bij voornoemde slachtoffers;
2hij, op één of meerdere tijdstip(pen), in of omstreeks de periode van1 september 2023 tot en met 15 januari 2024 te Rotterdam en/of ’s-Gravenhageen/of Elst (gemeente Rhenen) en/of Utrecht en/of Amerongen en/of Schiedamen/of Naaldwijk (gemeente Westland) en/of Amsterdam, althans in Nederland,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,meermalen, althans eenmaal,een hoeveelheid (contant) geld, te weten in totaal EUR 6.752,80, in elk geval eniggoed, dat/die geheel of ten dele aan onderstaande pers(o)n(en), te weten- [slachtoffer 1] (gedupeerd ten bedrage van in totaal 1.000,= euro) en/of- [slachtoffer 2] (gedupeerd ten bedrage van in totaal 500,= euro) en/of- [slachtoffer 3] (gedupeerd ten bedrage van in totaal 3.550,= euro) en/of- [slachtoffer 5] (gedupeerd ten bedrage van in toaal 1.150,= euro) en/of- [slachtoffer 4] (gedupeerd ten bedrage van 450,= euro) en/of- [slachtoffer 6] (gedupeerd ten bedrage van 102,80 euro),in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s)toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijktoe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn/haar mededader(s) dat weg tenemen geldbedrag onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht doormiddel van een valse sleutel, te weten door gebruik te maken van een of meerbankpas(sen) en/of pincode(s) van voornoemde perso(o)n(en) welke door middelvan oplichting in het bezit van verdachte en/of zijn mededader(s) is/zijn gekomen,in elk geval (een) sleutel(s) tot het gebruik waarvan hij, verdachte en/of zijnmededader(s) niet gerechtigd was/waren;
3hij op of omstreeks
Dictum
7 december te Elst (gemeente Rhenen) en/of te Schiedam,althans in Nederland,tezamen en in vereniging, althans alleen,opzettelijk en wederrechtelijkin een (gedeelte van) een geautomatiseerd werk, te weten één of meerdereserver(s) van de (beveiligde) internetbankieren omgeving toebehorende aan de SNSbank en/of een ander/anderen dan verdachte en/of dienst medepleger(s), waaropeen internetbankieren omgeving van klant [slachtoffer 3] wordt gehost, althansbereikbaar is en/of het computersysteem van die [slachtoffer 3], isbinnengedrongen,door het doorbreken van een beveiliging en/of door een technische ingreep en/ofmet behulp van valse signalen of een valse sleutel en/of het aannemen van eenvalse hoedanigheid, te weten door die [slachtoffer 3] onder valse voorwenselen tebewegen tot het installeren van 'Anydesk'op zijn computersysteem, waardoor hij,verdachte of/zijn medeverdachte(n) toegang verkreeg/verkregen tot hetcomputersysteem van die [slachtoffer 3] en/of de zich daarop bevindende onlinebankrekening(en);4(dossier [proces-verbaalnummer 1])hij op of omstreeks 6 december 2023 te Nieuwerkerk, gemeenteSchouwen-Duiveland, althans in Nederlandtezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelendoor het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/ofdoor listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,[slachtoffer 7] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed,te weten het afgeven en/of ter beschikking stellen van bankpas(sen) en/ofpincode(s) en/of bankgegevens, door:- voornoemde [slachtoffer 7] telefonisch te benaderen, gedurende lange tijdaan de telefoon te houden en zich daarbij voor te doen als een (ICT) medewerkervan de SNS bank en/of vervolgens in die hoedanigheid mede te delen datfrauduleuze handelingen met zijn bankrekening is/zijn gepleegd waarbij hij,verdachte, en/of zijn mededader(s), hem zou kunnen helpen, en/of- (vervolgens) die [slachtoffer 7] te verzoeken om 'Anydesk' te installeren op zijn laptopen/of- voornoemde [slachtoffer 7] te bewegen om het limiet van zijn rekening op te hogenen/of- voornoemde [slachtoffer 7] te bewegen om zijn pincode in te spreken op een bandjeen/of- voornoemde [slachtoffer 7] te vragen om zijn bankpas en/of de bankpassen van zijngezinsleden af te geven aan een persoon die zich voordeed alskoerier/bankmedewerker en/of- door bij het huisadres van voornoemde [slachtoffer 7] langs te gaan en zijn bankpas en/of de bankpassen van zijn gezinsleden in ontvangst te nemen en zich daarbijvoor te doen als een koerier/bankmedewerker;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zoukunnen leiden:
een of meer onbekend gebleven perso(o)n(en) op of omstreeks 6 december 2023 teNieuwerkerk, gemeente Schouwen-Duiveland,althans in Nederlandtezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelendoor het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/ofdoor listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,[slachtoffer 7] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed,te weten het afgeven en/of ter beschikking stellen van bankpas(sen) en/ofpincode(s) en/of bankgegevens, door:- voornoemde [slachtoffer 7] telefonsich te benaderen, gedurende lange tijdaan de telefoon te houden en zich daarbij voor te doen als een (ICT) medewerkervan de SNS bank en/of vervolgens in die hoedanigheid mede te delen datfrauduleuze handelingen met zijn bankrekening is/zijn gepleegd waarbij hij,verdachte, en/of zijn mededader(s), hem zou kunnen helpen, en/of- (vervolgens) die [slachtoffer 7] te verzoeken om 'Anydesk'te installeren op zijn laptop en/of- voornoemde [slachtoffer 7] te bewegen om het limiet van zijn rekening op te hogen en/of- voornoemde [slachtoffer 7] te bewegen om zijn pincode in te spreken op een bandje en/of- voornoemde [slachtoffer 7] te vragen om zijn bankpas en/of de bankpassen van zijngezinsleden af te geven aan een persoon die zich voordeed alskoerier/bankmedewerker;
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks6 december 2023 te Nieuwerkerk, gemeente Schouwen-Duiveland, althans inNederland,opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/ofinlichtingen heeft verschaft, door bankpas(sen) bij voornoemde [slachtoffer 7] op tehalen;
5(dossier [proces-verbaalnummer 1])hij op of omstreeks 6 december 2023 te Oosterland, althans in Nederland,tezamen en in vereniging met een of meer anderen,meermalen, althans alleen,een hoeveelheid (contant) geld, te weten in totaal 12,700,-,in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan- [slachtoffer 7] (gedupeerd ten bedrage van in totaal 5.300,= euro) en/of- [slachtoffer 8] (gedupeerd ten bedrage van in totaal 400,= euro) en/of- [slachtoffer 9] (gedupeerd ten bedrage van in totaal 300,= euro) en/of- [slachtoffer 10] (gedupeerd ten bedrage van in totaal 6.700,= euro),in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijktoe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot deplaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemengeldbedrag(en) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van eenvalse sleutel, te weten door te pinnen met/gebruik te maken van een of meerbankpas(sen) en/of pincode(s) van voornoemde perso(o)n(en) welke door middelvan oplichting in het bezit van verdachte en/of zijn mededader(s) is/zijn gekomen,in elk geval (een) sleutel(s) tot het gebruik waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s) niet gerechtigd was/waren;
6(dossier [proces-verbaalnummer 1])hij op of omstreeks 6 december 2023 te Nieuwerkerk, gemeenteSchouwen-Duiveland, en/of Schiedam, althans in Nederland, opzettelijk enwederrechtelijk in een (gedeelte van) een geautomatiseerd werk, te wetenserver(s) van de (beveiligde) internetbankieren omgeving van de SNS bank en/of decomputer/laptop/tablet van het slachtoffer [slachtoffer 7], althans in een deel daarvan,waarbij verdachte en/of zijn medeverdachte(n) de toegang tot de geautomatiseerdewerken (of een deel daarvan) heeft/hebben verworven en/of iszijn/binnengedrongendoor het aannemen van een valse hoedanigheid en met behulp van (een) valsesleutel(s), welke valse hoedanigheid bestond uit het zich voordoen als een of meermedewerker(s) van die bank, waardoor verdachte met behulp van het programmaAnydesk en/of een ander programma de computer/laptop/tablet van die [slachtoffer 7]heeft overgenomen en zich zodoende de toegang tot die computer/laptop/tabletvan die [slachtoffer 7] heeft verschaft en daarin is binnengedrongen en zich zodoende deinlog- en bankgegevens en aldus de toegang heeft verschaft tot de server(s) waar debeveiligde internetbankierenomgeving op draait/draaien;
7(dossier [proces-verbaalnummer 2])hij op of omstreeks 4 januari 2024 te Zoetermeer, althans in Nederland,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelendoor het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of doorlistige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,[slachtoffer 11] (geboren [geboortedatum 8])heeft bewogen tot de afgifte van enig goed en/of het ter beschikking stellen vangegevens, te weten de afgifte en/of het ter beschikking stellen van haarbankpas en/of creditcard, door:- voornoemde [slachtoffer 11] telefonisch te benaderen en/of gedurende lange tijd aande telefoon te houden en/of zich daarbij voor te doen als een medewerker van eenbank (de Rabobank) en/of- vervolgens in die hoedanigheid die [slachtoffer 11] mede te delen dat frauduleuzehandelingen waren gepleegd dan wel is gepoogd om frauduleuze handelingen teplegen met haar bankrekening(en) en/of dat (om die reden) de bankpas en/ofcreditcard van die [slachtoffer 11] opgehaald zouden worden en/of- voornoemde [slachtoffer 11] te verzoeken de applicatie Anydesk te installeren op haarm
Dictum
obiele telefoon en/of- voornoemde [slachtoffer 11] te vragen haar bankpas en/of creditcard (in eenenveloppe) af te geven aan de medewerker van de bank die ter plaatse zou komenen/of- door bij het huisadres van die [slachtoffer 11] langs te gaan en haar bankpas en/ofcreditcard in ontvangst te nemen en zich daarbij voor te doen als een medewerkervan een bank;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zoukunnen leiden:
een of meerdere onbekend gebleven persoon/personen op of omstreeks 4 januari2024te Zoetermeer, althans in Nederland,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelendoor het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of doorlistige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,[slachtoffer 11] (geboren [geboortedatum 8])heeft bewogen tot de afgifte van enig goed en/of het ter beschikking stellen vangegevens, te weten de afgifte en/of het ter beschikking stellen van haarbankpas en/of creditcard, door:- voornoemde [slachtoffer 11] telefonisch te benaderen en/of gedurende lange tijd aande telefoon te houden en/of zich daarbij voor te doen als een medewerker van eenbank (de Rabobank) en/of- (vervolgens) in die hoedanigheid die [slachtoffer 11] mede te delen dat er frauduleuzehandelingen waren gepleegd dan wel is gepoogd om frauduleuze handelingen teplegen met haar bankrekening(en) en/of dat (om die reden) de bankpas en/ofcreditcard van die [slachtoffer 11] opgehaald zouden worden en/of- voornoemde [slachtoffer 11] te verzoeken de applicatie Anydesk te installeren op haarmobiele telefoon en/of- voornoemde [slachtoffer 11] te vragen haar bankpas en/of creditcard (in eenenveloppe) af te geven aan de medewerker van de bank die ter plaatse zou komen,
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks4 januari 2024 te Zoetermeer, althans in Nederland,opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/ofinlichtingen heeft verschaft, door een bankpas en/of een creditcard op te halen bijdie [slachtoffer 11];
8(dossier [proces-verbaalnummer 2])hij op of omstreeks 4 januari 2024 te Zoetermeer en/of te Barendrecht,althans in Nederland,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,één of meer geldbedrag(en), (te weten in totaal ongeveer 1935,70 euro),in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 11],in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijktoe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) dat/die weg te nemengeldbedrag(en) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van eenvalse sleutel, te weten door af te rekenen bij de Mediamarkt en/of de Total en/ofgeld op te nemen bij één of meer geldautoma(a)t(en) en hierbij gebruik te makenvan een bankpas en/of creditcard van die [slachtoffer 11] welke door middel vanoplichting in het bezit van verdachte en/of zijn mededader(s) is/zijn gekomen,in elk geval (een) sleutel(s) tot het gebruik waarvan hij, verdachte en/of zijnmededader(s) niet gerechtigd was/waren;
9(dossier [proces-verbaalnummer 2])hij op of omstreeks 4 januari 2024 te Zoetermeer en/of Schiedam,althans in Nederland,opzettelijk en wederrechtelijkin een (gedeelte van) een geautomatiseerd werk, te weten server(s) van de(beveiligde) internetbankieren omgeving van de Rabo bank en/of de mobieletelefoon van het slachtoffer [slachtoffer 11], althans in een deel daarvan, waarbijverdachte en/of zijn medeverdachte(n) de toegang tot de geautomatiseerde werken(of een deel daarvan) heeft/hebben verworven en/of is zijn/binnengedrongendoor het aannemen van een valse hoedanigheid en met behulp van (een) valsesleutel(s), welke valse hoedanigheid bestond uit het zich voordoen als een of meermedewerker(s) van die bank, waardoor verdachte met behulp van het programmaAnydesk en/of een ander programma de mobiele telefoon van die [slachtoffer 11] heeftovergenomen en zich zodoende de toegang tot die mobiele telefoon van die[slachtoffer 11] heeft verschaft en daarin is binnengedrongen en zich zodoende de inlog-en bankgegevens en aldus de toegang heeft verschaft tot de server(s) waar debeveiligde internetbankierenomgeving op draait/draaien;
10(dossier [proces-verbaalnummer 3])hij op of omstreeks 26 januari 2024 te Schiedam, althans in Nederlandtezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelendoor het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/ofdoor listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,[slachtoffer 12], geboren op [geboortedatum 9], heeft bewogen tot de afgiftevan enig goed, en/of het ter beschikking stellen van gegevens, te weten de afgifteen/of het ter beschikking stellen van haar bankpas(sen) en/of pincode(s) en/ofbankgegevens en/of (een) siera(a)d(en) en/of horloges en/of een hoeveelheidcontant geld:- door voornoemde [slachtoffer 12] telefonisch te benaderen, gedurende lange tijdaan de telefoon te houden en zich daarbij voor te doen als een medewerker van eenbank (Rabobank) en/of- door in die hoedanigheid mede te delen dat de bankrekening(en) en waardevollegoederen van die [slachtoffer 12] moesten worden verzekerd, waarbij hij,verdachte, en/of zijn mededader(s), haar zou kunnen helpen en/of- door voornoemde [slachtoffer 12] te vragen haar pincode(s) en/of bankpas(sen)(in een enveloppe) en/of sieraden en/of horloges en/of (contant) geld af te gevenaan de medewerker die ter plaatse zou komen en/of- door bij het huisadres van voornoemde [slachtoffer 12] langs te gaan en haarpincode(s) en/of bankpas(en) en/of sieraden en/of horloges en/of (contante) geldin ontvangst te nemen en zich daarbij voor te doen als een medewerker van eenbank;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zoukunnen leiden:
een of meer onbekend gebleven perso(o)n(en)op of omstreeks 26 januari 2024 te Schiedam, althans in Nederlandtezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelendoor het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/ofdoor listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,[slachtoffer 12], geboren op [geboortedatum 9], heeft bewogen tot de afgiftevan enig goed, en/of het ter beschikking stellen van gegevens, te weten de afgifteen/of het ter beschikking stellen van haar bankpas(sen) en/of pincode(s) en/ofbankgegevens en/of (een) siera(a)d(en) en/of horloges en/of een hoeveelheidcontant geld:- door voornoemde [slachtoffer 12] telefonisch te benaderen, gedurende lange tijdaan de telefoon te houden en zich daarbij voor te doen als een medewerker van eenbank (Rabobank) en/of- door in die hoedanigheid mede te delen dat de bankrekening(en) en waardevollegoederen van die [slachtoffer 12] moesten worden verzekerd, waarbij hij,verdachte, en/of zijn mededader(s), haar zou kunnen helpen en/of- door voornoemde [slachtoffer 12] te vragen haar pincode(s) en/of bankpas(sen)(in een enveloppe) en/of sieraden en/of horloges en/of (contant) geld af te gevenaan de medewerker die ter plaatse zou komen
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks26 januari 2024 te Schiedam, althans in Nederland,opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/ofinlichtingen heeft verschaft, door bankpassen en/of pincodes en/of (contant) gelden/of sieraden op te halen bij die [slachtoffer 12];
11(dossier [proces-verbaalnummer 3])hij op of omstreeks 26 januari 2024 te Schiedam, althans in Nederlandtezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,een hoeveelheid (contant) geld, te weten in totaal EUR 500,-,in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 12],in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)toebehoorde(n) heeft weggenomen met he