Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-05-08
ECLI:NL:RBROT:2024:4774
Civiel recht; Insolventierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
749 tokens
Inleiding
Rechtbank Rotterdam
Team insolventie
afwijzing toepassing schuldsaneringsregeling
rekestnummer: [nummer]
uitspraakdatum: 8 mei 2024
[verzoeker]
,
[adres],
[woonplaats],
verzoeker.
Procesverloop
Verzoeker heeft op 23 februari 2024 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Verzoeker is gehoord ter terechtzitting van 24 april 2024.
Feiten
Verzoeker ontvangt inkomsten uit een WIA uitkering wegens 59,6% arbeidsongeschiktheid. De schuldenlast bedraagt volgens de verklaring als bedoeld in artikel 285 Faillissementswet € 28.113,26
Beoordeling
Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt slechts toegewezen als, onder andere, voldoende aannemelijk is dat verzoeker de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven. De rechtbank oordeelt dat dit in het voorliggende geval niet aannemelijk is en licht dit hierna toe.
Allereerst is gebleken dat het minnelijk traject niet naar behoren is verlopen. Vanwege de opstelling van verzoeker, mede veroorzaakt door zijn psychische klachten, bestond geen goede samenwerking tussen hem en de schuldhulpverlening. Verzoeker heeft ter zitting verklaard dat hij ieder vertrouwen in de schuldhulpverlening is verloren. Schuldhulpverlening heeft voorafgaand aan de zitting aan de rechtbank bericht dat de hulpverlening inmiddels is beëindigd wegens onjuiste bejegening door verzoeker van verschillende van haar medewerkers.
Verder heeft verzoeker ondanks het verzoek daartoe in de bijlage bij de oproepingsbrief voor de mondelinge behandeling van zijn verzoek, geen sollicitaties overgelegd voor het verrichten van werk op basis van (afgerond) 40% van de vereiste arbeidsduur van 36 uur per week, zijnde het gedeelte waarover verzoeker niet arbeidsongeschikt is verklaard.
Ter zitting is voorts gebleken dat verzoeker niet bereid is om zichzelf onder beschermingsbewind te laten plaatsen zodat hij hulp krijgt met het voldoen aan de verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling.
Gelet op het voorgaande zal het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling worden afgewezen.
Dictum
De rechtbank:
- wijst het verzoek af.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.C. van Vuren, rechter, en in aanwezigheid van S.R.L.T. Peek, griffier, in het openbaar uitgesproken op 8 mei 2024.
Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.