Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-05-15
ECLI:NL:RBROT:2024:4733
Civiel recht; Insolventierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
984 tokens
Inleiding
Rechtbank Rotterdam
Team insolventie
afwijzing toepassing schuldsaneringsregeling
rekestnummer: [nummer]
uitspraakdatum: 15 mei 2024
[verzoekster]
,
[adres]
[postcode] [woonplaats] ,
verzoekster.
Procesverloop
Verzoekster heeft op 24 januari 2024 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Verzoekster is gehoord ter terechtzitting van 8 mei 2024.
Feiten
Verzoekster ontvangt inkomsten uit arbeid in loondienst. De schuldenlast bedraagt volgens de verklaring als bedoeld in artikel 285 Faillissementswet € 90.280,47.
Beoordeling
Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt slechts toegewezen als, onder andere, voldoende aannemelijk is dat verzoekster ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van haar schulden in de drie jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend, te goeder trouw is geweest.
De goede trouw is een gedragsmaatstaf waaraan een verzoeker dient te voldoen. Bij de beoordeling daarvan kan de rechter rekening houden met alle omstandigheden, zoals de aard en de omvang van de vorderingen, het tijdstip waarop de schulden zijn ontstaan, de mate waarin de verzoeker kan worden verweten dat de schulden zijn ontstaan en/of onbetaald gelaten, het gedrag van verzoeker voor wat betreft zijn inspanningen de schulden te voldoen of acties zijnerzijds om verhaal door de schuldeisers juist te frustreren en dergelijke.
De rechtbank oordeelt dat dit in het voorliggende geval niet aannemelijk is. Verzoekster heeft in korte tijd in Curaçao diverse leningen afgesloten die onbetaald zijn gebleven. Zij is in juli 2022 naar Nederland verhuisd zonder regelingen te treffen met deze schuldeisers. Vervolgens heeft zij in Nederland een nieuwe lening afgesloten. Zij heeft de betreffende schuldeiser niet op de hoogte gesteld van het bestaan van grote schulden in Curaçao, terwijl dat wel is gevraagd. Deze schuld is derhalve niet te goeder trouw aangegaan en staat aan toelating in de weg. Verzoekster heeft verklaard dat zij het grootste deel van het (in Nederland) geleende bedrag heeft gebruikt om schuldeisers in de privésfeer uit Curaçao terug te betalen. Aldus heeft zij de schulden aan de overige schuldeisers niet te goeder trouw onbetaald gelaten.
Bij de schuldenlast van verzoekster valt verder op dat in de korte tijd dat zij nu in Nederland is ook forse schulden zijn ontstaan in de vaste lasten (energie, zorg, belastingen). En dat terwijl verzoekster over een behoorlijk inkomen beschikt en ook niet heeft afbetaald op de reeds bestaande schulden. Dat roept de vraag op waar het inkomen aan is besteed. Ter zitting heeft verzoekster verklaard dat zij baat heeft bij budgetbeheer (sinds de start van het minnelijk traject) omdat zij er nu aan went om rond te komen van haar inkomen. Hieruit leidt de rechtbank af dat de schulden in de vaste lasten ook niet te goeder trouw zijn ontstaan, omdat het inkomen is besteed aan niet strikt noodzakelijke uitgaven in plaats van aan de vaste lasten.
Hardheidsclausule
Feiten
Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal gelet op het voorgaande worden afgewezen.
Dictum
De rechtbank:
- wijst het verzoek af.
Dit vonnis is gewezen door mr. F. Damsteegt, rechter, en in aanwezigheid van C.D. Jonker, griffier, in het openbaar uitgesproken op 15 mei 2024.
Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.