Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2024-05-16
ECLI:NL:RBROT:2024:4622
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,525 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Locatie Dordrecht
zaaknummer: 10811240 CV EXPL 23-4646
datum uitspraak: 16 mei 2024
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Coeo Securitisation Limited,
vestigingsplaats: Dublin, Ierland,
eiseres,
gemachtigde: deurwaarderskantoor Van Lith B.V.,
tegen
[gedaagde]
,
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
Partijen worden hierna Coeo en [gedaagde] genoemd.
Procesverloop
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 1 november 2023, met bijlagen;
het antwoord, met bijlage;
de akte namens Coeo, met bijlagen;
de antwoordakte namens [gedaagde] , met bijlagen.
Beoordeling
Wat is de kern?
2.1.
[gedaagde] heeft bij Zalando op 3 december 2022 drie lippenstiften voor een bedrag van € 44,85 gekocht. De rekening is niet betaald. Zalando heeft haar openstaande factuur op [gedaagde] gecedeerd aan Coeo. Coeo vordert in deze procedure betaling van het factuurbedrag aan hoofdsom, vermeerderd met rente, € 1,83 aan rente tot en met 1 november 2023 en
€ 40,- aan buitengerechtelijke incassokosten omdat [gedaagde] tekort schiet in de nakoming van haar betalingsverlichting. [gedaagde] voert aan dat zij de lippenstiften heeft geretourneerd zodat zij niets hoeft te betalen.
2.2.
De vorderingen zullen worden toegewezen omdat niet gebleken is dat de lippenstiften zijn geretourneerd. Dit oordeel wordt als volgt gemotiveerd.
(Pre)contractuele informatieverplichtingen
2.3.
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst die is gesloten op afstand of buiten de verkoopruimte tussen een handelaar en een consument. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet vóór het sluiten van de overeenkomst aan de consument bepaalde informatie worden verstrekt en deze informatie moet aan de consument worden bevestigd
op een duurzame gegevensdrager. De rechter moet ambtshalve beoordelen of sprake is van een schending van zo’n verplichting. Als sprake is van een voldoende ernstige schending dan moet de rechter de betalingsverplichting van de consument (gedeeltelijk) vernietigen. In dit geval is er geen sprake van een voldoende ernstige schending.
Oneerlijke bedingen
2.4.
Verder dient de rechter ambtshalve te toetsen of eiseres een beroep doet op een oneerlijk beding. Ook dat is hier niet het geval.
Retourzending
2.5.
Volgens [gedaagde] heeft zij de lippenstiften geretourneerd maar is Zalando laks met het verwerken van retourzendingen. Door Coeo zijn echter diverse afgiftebewijzen overgelegd welke zij van [gedaagde] heeft ontvangen maar waarvan er, volgens Coeo, geen een ziet op de bestelling van de drie lippenstiften. Het is dan vervolgens aan [gedaagde] om aan te tonen welk afgiftebewijs wel op die retourzending ziet, of alsnog het juiste afgiftebewijs te overleggen. Want, zoals [gedaagde] zelf correct aanvoert, zij is verantwoordelijk tot en met het moment van aanbieden van een retourpakketje aan de vervoerder. Nu [gedaagde] , zoals gezegd, geen afgiftebewijs heeft getoond dat ziet op de bestelling van de lippenstiften is niet vast komen te staan dat de drie lippenstiften retour zijn gegaan.
[gedaagde] heeft wel twee door haar gemaakte filmpjes in het geding gebracht. Op die filmpjes is te zien dat [gedaagde] met twee verschillende e-mailadressen een account aanmaakt bij Zalando en weer verwijderd. Volgens [gedaagde] is het alleen mogelijk een account te verwijderen als er geen bestellingen of facturen openstaan. Dit kan kloppen, maar op de filmpjes die zij heeft gemaakt is niet te zien of het om het verwijderen van het account met klantnummer 5306714613 gaat. Dit is namelijk het account waaronder de lippenstiften zijn besteld.
De conclusie luidt dan ook dat de lippenstiften betaald moeten worden nu deze zijn geleverd door Zalando en ontvangen door [gedaagde] . De gevorderde hoofdsom wordt toegewezen.
Overige kosten
2.6.
De (verschenen) rente wordt toegewezen, omdat Coeo genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist.
2.7.
De incassokosten van € 40,- worden eveneens toegewezen omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW).
2.8.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen, omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van Coeo op € 107,84 aan dagvaardingskosten, € 128,- aan griffierecht, € 80,- aan salaris voor de gemachtigde
(2 punten x € 40,-) en € 20,- aan nakosten. Dat is in totaal € 335,84. Hier kan nog een bedrag bijkomen als dit vonnis wordt betekend.
2.9.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv).
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Coeo te betalen € 86,68 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 44,85 vanaf 2 november 2023 tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Coeo worden begroot op € 335,84;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. C. van Steenderen-Koornneef en in het openbaar uitgesproken.
745